Goebbels' dagboek ontcijferen is Sisyfusarbeid

In de serie over handschriften vandaag dat van Goebbels. Onlangs werden nieuwe delen van zijn dagboeken in Moskou ontdekt. Maar liefst elf letters van het alfabet schrijft hij op vrijwel identieke manier. Er is nauwelijks onderscheid tussen "eine hübsche Tanzlehrerin' of "eine heillose Fanatikerin'. Weinigen zijn in staat dit handschrift te ontcijferen.

Soms vallen een niet-nieuwsgebonden zomerserie en de actualiteit samen. Zoals nu met de dagboeken van Goebbels, of liever gezegd: zijn nieuw in Moskou ontdekte dagboeken. Nog exacter: zijn handschrift. De Sunday Times verdedigt in haar hoofdartikel van afgelopen zondag de beslissing om met de omstreden historicus David Irving in zee te gaan. Irving is naar de krant toegekomen met de mededeling dat hij in Moskou onbekende fragmenten van Goebbels' dagboek had ontdekt. Hij zou een van de weinigen op aarde zijn die het handschrift van Hitlers minister van propaganda kunnen lezen. Ik ga hier niet in op Irvings reputatie, of op die van de bankier François Genoud, bij wie de rechten berusten, noch op de archivarissen in Moskou en de onderzoekers van het Institut für Zeitgeschichte in München die aan een integrale editie van de dagboeken werken. Over al deze personen en de zeer gecompliceerde kwestie van de uitgeversrechten is een lang verhaal te schrijven. Het gaat hier om het handschrift.

Maar eerst de dagboeken zelf. Paul Joseph Goebbels heeft vanaf zijn twaalfde jaar dagboeken bijgehouden en hij behield deze gewoonte tot vlak voor zijn zelfmoord in mei 1945. Tijdens zijn leven heeft hij delen van zijn dagboek gepubliceerd. Vanaf 1941 schreef hij ze niet, nee, hij dicteerde ze. Ze werden gestenografeerd en uitgetypt. Men schat de eigenhandig geschreven dagboeken op 6000 tot 7000 dichtbeschreven bladzijden. Een derde daarvan is uitgegegeven. De gedicteerde dagboeken moeten 50.000 getypte bladzijden hebben beslaan. Behalve de geschreven kladversie daarvan heeft er nog een kopie van de getypte tekst bestaan.

Een groot deel van de dagboeken is vlak voor de ineenstorting van het Derde Rijk op bevel van Goebbels op microfilm gezet. Ook daarvan werden kopieën gemaakt. In de chaotische dagen na de capitulatie stuitten Russische troepen op geschreven en getypte dagboeken en op de microfiches. Een deel daarvan zetten zij op hun beurt weer op microfilm en een deel van de originelen verdween naar Moskou. Andere delen zijn verbrand, maar fragmenten van de Goebbels-erfenis belandden in de DDR, in de Bondsrepubliek en in de Verenigde Staten. Er zijn al snel na de oorlog delen van gepubliceerd, maar de meest uitvoerige uitgave wordt in München voorbereid. Tot nu toe zijn vier dikke delen met de handschriften gepubliceerd. Tezamen bestrijken ze de periode 1924-1941. Er zitten enkele lacunes in en daarvan zijn de weken van september 1938 nu teruggevonden in Moskou. Hoe die eruit zien is niet duidelijk. De ene keer wordt gerept van "originelen', de andere keer lezen we over kopieën op microfilm of microfiche. Maar telkens keert althans in Nederlandse kranten het begrip "hanepoten' terug. Welnu, wanneer het om de door Goebbels gedicteerde dagboeken gaat, is er met die leesbaarheid niets aan de hand. Goebbels dictaat werd gestenografeerd en vervolgens uitgetypt en wel op een speciale Führer-machine, dat wil zeggen een schrijfmachine met extra grote letters. De al enigszins bijziende Hitler had dergelijke machines besteld omdat hij zijn toespraken wilde lezen en daarbij geen bril wenste te dragen. Men kan, ook al omdat een grote interlinie is gebruikt, in dit geval dus beter spreken van de "gemakkelijke leesbaarheid'.

Met de eigenhandig geschreven dagboeken is het anders gesteld. Om te beginnen: er is geen sprake van hanepoten. Goebbels schreef ook niet in het door velen gevreesde gothische schrift (dit heeft hij trouwens in 1941 zelf verboden omdat hem gebleken was dat het niet van oudgermaanse, maar van joodse oorsprong was). Goebbels' handschrift is weliswaar regelmatig, maar levert buitensporige moeilijkheden op, vooral wanneer hij met een dikke pen schreef, wanneer hij vermoeid of opgewonden was, of alles tegelijk. In haar inleiding op het eerste deel schrijft de bezorgster van Goebbels' dagboeken, Elke Fröhlich, welke problemen zowel de afzonderlijke letters als de woorden opleveren. Maar liefst elf letters zien er vrijwel gelijk uit (c, e, i, m, n, o, r, s, u, v, z). Dat betekent dat een aantal woorden een identiek woordbeeld vertonen, bijvoorbeeld "forsch' en "frisch', "meinem' en "unserem', of "bewegt' en "besorgt'. Dat leidt tot geheel verschillend te lezen zinsdelen als "im altmodischen Kostüm' of "im altmünchener Kostüm' en "eine hübsche Tanzlehrerin' of "eine heillose Fanatikerin'.

Een goedgetrainde paleograaf kan hier met grote inspanning uiteindelijk een betrouwbare transcriptie van maken, gesteld dat hij geduld heeft en bovendien het Duits en de Goebbeliaanse idioom beheerst. Maar wat het werk zo verschrikkelijk maakt is de materiële staat van de dagboeken of de films. Het lezen en het transcriberen van de handschriften is een verschrikkelijk werk geweest, door Elke Fröhlich getypeerd als "frustrierende Entzifferungsarbeit'. Zelfs wanneer de dagboeken in optimale conditie overgeleverd zijn. Maar dat is allerminst het geval. De originele handschriften zijn door brand of waterschade aangetast, door gespijkerde soldatenlaarzen geperforeerd, verscheurd, uit hun ordners gehaald en door elkaar in kisten gesmeten. Maar het merendeel van de tekst die Fröhlich uitgegeven heeft, staat op microfiches en microfilms of op kopieën daarvan.

Dit materiaal is vaak onleesbaar, ofwel omdat de opnametechniek destijds onbeholpen was, ofwel omdat de films later beschadigd of verbleekt zijn. Stukken film zijn over elkaar heen gemonteerd, vele films vertonen zwarte plekken. Soms schemert de tekst van de achterzijde van een blad door, een andere keer is er met sterk zijlicht gefotografeerd waardoor een deel van een bladzijde te lezen is en een andere niet. Er zijn bladzijden gefotografeerd die niet opeenvolgend zijn, maar die kennelijk door elkaar waren aangetroffen. Niet voor niets noemt Elke Fröhlich haar werk een Sisyfusarbeid die zij met intellectueel zelfrespect nauwelijks te verenigen acht. Zij heeft het werk geklaard vanuit een wetenschappelijke hardnekkigheid en gesteund door een wetenschappelijk instituut en de modernste technische middelen. Zij heeft uitvoerig verantwoording afgelegd over haar werkwijze. Hoe David Irving daarentegen in Moskou te werk gaat en hoe het door hem ontdekte materiaal er eigenlijk uitziet, daarover laat The Sunday Times ons in het ongewisse.