Effecten nieuw WAO-beleid blijven nog onduidelijk

DEN HAAG, 15 JULI. Zet het kabinetsbeleid inzake de arbeidsongeschiktheid financieel al zoden aan de dijk? Morgen adviseert de Sociale Verzekeringsraad (SVR) staatssecretaris Ter Veld (Sociale Zaken) waarschijnlijk om de WAO-premie, die per 1 juli al omlaag ging van 13 naar 12 procent, per 1 januari 1993 verder te verlagen naar 11,4 procent. Het gaat dus de goede kant op, zo lijkt het. Maar dat is de vraag.

Het arbeidsongeschiktheidsfonds, dat de WAO-premies ontvangt en de uitkeringen verstrekt, kampte vorig jaar met een fors vermogenstekort, van bijna een miljard gulden. Dit jaar wordt de norm waaraan het eigen vermogen moet voldoen verlaagd van 13 naar 10,5 procent van e 'dekkingsgrondslag'. Bovendien wordt het eigen vermogen opgekrikt van 223 naar 892 miljoen gulden. Na deze inhaalslag kan de WAO-premie dus volgend jaar omlaag.

De kabinetsplannen ten aanzien van de WAO en de Ziektewet staan grotendeels nog in de steigers. Alleen de bonus/malus-regeling van de Wet Terugdringing Arbeidsongeschiktheidsvolume is tot dusver gerealiseerd, per 1 maart 1992. Een werkgever die iemand laat afvloeien naar de WAO betaalt een boete van drie tot zes maanden loon, maar als hij een arbeidsongeschikte in dienst neemt ontvangt hij een beloning van zes maanden loon. Dezelfde wet voorziet ook in loonkosten-, inwerk- en begeleidingssubsidies. Bovendien moet de bedrijfsvereniging iemand ie vijf maanden ziek is aanmelden bij de gemeenschappelijke Medische Dienst.

De twee andere wetsontwerpen, die de hoogte en de duur van de WAO- uitkering beperken en het eigen risico voor de werkgever voor ziekteverzuim vergroten, zij nog in behandeling.

Het directe effect van het regeringsbeleid inzake de WAO is dus in 1992 nog uiterst beperkt al is er wel een indirect effect door de cultuuromslag bij de uitvoeringsorganisaties. Desalniettemin verwachten de arbeidsongeschiktheidsfondsen, die de premies innen en de uitkeringen verstrekken, dat het aantal arbeidsongeschikten dit jaar met 19.400 stijgt en volgend jaar met 17.300.

Als die raming juist is neemt dus de groei wel af, maar is van een daling nog steeds geen sprake. Eind volgend jaar zou Nederland al met al 940.000 mensen met een AAW/WAO-uitkering tellen. De kabinetsdoelstelling om het aantal arbeidsongeschikten in 1994 terug te brengen op het niveau van 1990 is zo beschouwd (veel) te hoog gegrepen.

Inmiddels is er voor het kabinet toch hoop, maar dan als het gaat om de koopkracht. De SVR adviseert immers dat de AOW-premie per 1 januari 1993 omlaag kan van 14,35 naar 13,75 procent. Dat scheelt al flink wat, maar er is meer. Bij deze schatting is nog geen rekening gehouden met de ontkoppeling van lonen en uitkeringen waartoe het kabinet in principe al besloten heeft. De SVR veronderstelt dat de uitkeringen in 1993 met 4,6 procent zullen stijgen, terwijl het kabinet de stijging tot 2 procent wil beperken. Dat levert voor de WAO een besparing van 600 miljoen gulden op. en dus ruimte voor nog lagere AOW-premies. Bij de WAO- uitkeringen zou de besparing 400 miljoen gulden bedragen.

Maar goed nieuws komt nooit alleen. Het werkloosheidsfonds, dat recent een fors vermogensoverschot had en dat via lage premies heeft weggewerkt, moet die premie volgend jaar weer verhogen, ook omdat de tegenvallende conjunctuur dit jaar voor extra uitkeringen zorgt. De WW- premie zou daarom volgens de SVR moeten stijgen van 1,7 naar 2,60 procent.

Het woord is nu aan het kabinet, en Ter Veld in het bijzonder. Maar ze hoeft niet onmiddellijk te beslissen meestal worden de sociale premies pas aan het eind van het jaar vastgesteld.