Een lot uit de loterij

DE PRIJS VOOR DE zomerzotheid van 1992 gaat naar de rel om de Nationale Postcode Loterij. Twee jaar geleden begonnen vier ideële ondernemers met een uitgekiend gevoel voor commercie deze bezigheid, waarin het Goede Doel was verpakt in een loterij en werd gebracht met een glitterende televisieshow. Het bleek een schot in het hart van de nationale emotie. Maandelijks laat ruim een miljoen huishoudens een tientje van de giro afschrijven om met hun postcode deel te nemen aan Postcode Loterij en RTL4's Hitbingo.

De opbrengst, dit jaar geschat op 140 miljoen gulden, gaat deels naar organisaties zonder winstoogmerk: Novib, Natuurmonumenten, VluchtelingenWerk en een initiatief met de intrigerende naam Stichting DOEN. Verder hadden de organisatoren van de loterij zichzelf een vast percentage van de omzet toegedacht waarvoor ze hun belangen in een web van stichtingen hadden ondergebracht, en had de bedenker van de Postcode Loterij zijn geestelijk eigendom financieel goed beschermd.

De koppeling tussen commercie en goede bedoelingen bij de Postcode Loterij kwam aan het licht toen bekend werd dat de Stichting DOEN een - mislukt - bod had uitgebracht op het Amerikaanse persbureau UPI met het doel daarvan een milieu- en Derde-wereldagentschap te maken. Diezelfde Stichting financiert ook het Derde-wereldpersbureau IPS, bleek geld gestoken te hebben in de - inmiddels failliete - Krant op Zondag en de tv-show van Ursul de Geer te sponsoren ter bevordering van de positieve beeldvorming over projecten die de loterij financiert. Zo creërde de Postcode Loterij zonder bronvermelding haar eigen gunstige publiciteit.

Maar het publiekssucces blijkt in strijd te zijn met de wettelijke regels voor kansspelen en met die voor het bestuur van stichtingen. Nadat in de pers de handel en wandel bij de Postcode Loterij met stukjes en beetjes aan het licht was gebracht en het GPV-Kamerlid Schutte vragen had gesteld, heeft staatssecretaris Kosto (justitie) de organisatoren op de vingers getikt en opschoning van de bedrijfsvoering geëist.

DE JUSTITIËLE ingreep laat een aantal vragen onbeantwoord. Om te beginnen heeft Justitie in 1990 de statuten van de Postcode Loterij goedgekeurd toen deze om een vergunning vroeg. Ambtenaren die toen geen bezwaren hadden spreken nu van onaanvaardbare constructies. Ten tweede hebben de begunstigden van de loterij, de Novib, VluchtelingenWerk en Natuurmonumenten, zitting in het bestuur, waar ze hun mond hielden zolang de miljoenen binnenstroomden. Pas nadat de loterij in opspraak kwam en ze opdroging van deze stille geldbron vreesden, kwamen ze in actie. En ten slotte is daar het netwerk van in elkaar hakende activiteiten waarin de Postcode Loterij, de Stichting DOEN, IPS en het bedrijf Novamedia met elkaar zijn verbonden. Uitvoering, toezicht, begunstiging en bestuur zijn in handen van dezelfde personen die al naar het uitkomt een nieuwe pet opzetten en werkzaam zijn op de adressen waar een flink deel van de gelden binnenstroomt.

Met de Postcode Loterij heeft Nederland zich collectief beet laten nemen door de Bill Super en Hiep Hieper van de liefdadigheid. Zij hebben met hun organisatie een systeem van financiële recycling opgezet, waarbij het tientje van de loterijdeelnemer zijn lange reis naar het "goede doel' maakt langs stichtingen en BV's waarin steeds dezelfde namen opduiken. De ingreep van Justitie kan een einde maken aan de belangenverstrengeling voor zover die strijdig met de wet is, maar daarmee is het blazoen van dit commercieel-charitatieve complex nog niet gezuiverd.