De mooie, onbekende kunstcollectie van Geertjan Visser

"Una giornata al mare', een keuze uit de verzameling van Geertjan Visser. In het rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo. Tot 1 november. Geopend di - za 10-17 uur, zo 11-17 uur. Catalogus f 25,-.

De mooiste musea zijn de privé-musea. Neem nu het Isabella Steward Gardner-Museum in Boston, het Frick-Museum in New York, het Sloane-Museum in Londen, of, op het gebied van hedendaagse kunst, het nieuwe museum in Bremen, en de Hallen für Neue Kunst in het Zwitserse Schaffhausen (eigenlijk geen museum, maar een stichting). De geest van de verzamelaars waart er rond, je proeft iets van de gedrevenheid waarmee zij steeds opnieuw zochten naar dat éne onmisbare object. Het is de liefdevolle aandacht voor het individuele kunstwerk dat deze musea zo bijzonder maakt. Of, zoals in Schaffhausen, het bezeten zijn van slechts enkele kunstenaars. De kunstwerken vormen een volslagen uniek geheel, vrij van "objectieve' overwegingen zoals historische volledigheid, overwegingen die in het verzamelbeleid van officiële musea vaak een doorslaggevende rol spelen.

Om dezelfde redenen zijn tentoonstellingen van privéverzamelingen de mooiste tentoonstellingen. "Una giornata al mare', een keuze van bijna 80 werken uit de verzameling van Geertjan Visser in het Kröller-Müllermuseum, bewijst dit weer eens. Geertjan Visser, aannemer van beroep, broer van verzamelaar en meubelontwerper Martin Visser en van beeldhouwer Carel Visser, verwierf in 1961 enkele werken van Christo en Manzoni. Sindsdien heeft hij een indrukwekkende internationale verzameling opgebouwd van uiteenlopende kunstenaars als Fontana, Andre, Kiefer, Penck, Ryman, Stella, Walter de Maria, Van Elk en Kosuth, een collectie die ten gevolge van de bescheidenheid van Visser bij het publiek vrijwel onbekend is.

De musea zijn echter terdege op de hoogte van zijn verzamelactiviteiten. Want deze man is behalve bescheiden ook bijzonder genereus. Een groot deel van zijn kunstwerken schonk hij, soms direct na aankoop, in permanent bruikleen aan vier Nederlandse musea: het Kröller-Müller, Het Groninger Museum, het Van Abbemuseum in Eindhoven, en museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam, al naar gelang hun specifieke voorkeur en aandachtsgebied.

Op het eerste gezicht lijkt de tentoonstelling in Otterlo in tweeën uiteen te vallen. Het eerste deel is koel en rationeel. Een ijsblauw, serieel wandobject van Donald Judd kan hiervoor model staan. Het andere deel is fel-expressief, gesymboliseerd door de ongekend heftige Kopf, een houten beeld uit 1982, van Penck. Maar deze tweedeling klopt bij nader inzien niet. De goudkleurige Fontana, de tekeningen van Picabia, de erotische tekeningen, formeel en toch direct, van Warhol, de Nuage van Manzoni, zelfs Ryman - behorend tot Vissers meest geliefde kunstenaars - onttrekken zich aan deze rubricering. “Een keuze tussen dionysisch of apollinisch wordt niet gemaakt”, in de woorden van Visser. En een kunsthistorische lijn zit er niet in.

De werken op de tentoonstelling behoren tot het hoogste niveau, van het Weathering Piece (1970) van Carl Andre, tot Angry (1977) van Gilbert & George, één van de meest emoverende fotobeelden die ik ooit van het tweetal zag. Van Anselm Kiefer koos Visser vooral kleinere werken op papier, zoals de prachtige aquarel Heliogabal uit 1974. Maar een lofzang op de verzameling van Geertjan Visser heeft op deze plaats verder weinig zin. Het devies is: gaan kijken!