Boeren winnaar in gevecht over streekplan Brabant Nieuwsanalyse

DEN BOSCH, 15 JULI. “Dit is een schoffering van Provinciale Staten door vlak voor de behandeling met geheel nieuwe feiten te komen.” “GS van Brabant staan onder curatele van de landbouw.” Dat waren de geëmotioneerde uitlatingen van achtereenvolgens het Brabantse D66-Statenlid J.M.M. van Berkom en van directeur P. van Poppel van de Brabantse Milieufederatie.

Ze reageerden ermee op wat gistermiddag in het Bossche provinciehuis werd voorgesteld als een compromis tussen het Brabantse landbouwbedrijfsleven en het college van Gedeputeerde Staten over het ontwerp-streekplan. Maar het compromis heeft meer weg van een knieval voor het nog altijd machtig gebleken groene front.

De boeren, die op 30 juni nog met meer dan 2.000 tractoren en met projectielen als tomaten, eieren en kluiten aarde naar het provinciehuis in Den Bosch waren getrokken, waren daarentegen “ redelijk content.” Grootmoedig beloofden zij dat het aanstaande vrijdag niet opnieuw tot demonstraties zal komen. Met het nodige gevoel voor de juiste volgorde zei een woordvoerder van de actiegroep Kemphaantje dat “met dit vergelijk de landbouw en heel Brabant zijn gediend”. Het Kemphaantje had eerder gedreigd het vertrouwen in het CDA op te zeggen als het bestaande ontwerp ongewijzigd zou blijven. De georganiseerde agrariërs, leden van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond NCB, lieten bij monde van hun voorzitter ir. A. Latijnhouwers weten dat zij na “zeer stevige discussies” akkoord gingen met het compromis.

De vraag van Van Poppel of het dagelijks bestuur van de provincie nu ook nog met andere maatschappelijke geledingen in afzonderlijke verklaringen aan het streekplan gaat morrelen, was meer cynisch dan serieus. “Wat hier gebeurt is ongelooflijk, het is een zwarte dag voor natuur, landschap en het milieu in deze provincie. Hoe is het mogelijk dat de in het streekplan gehanteerde ecologische hoofdstructuur zo wordt uitgekleed?”

Om daar achter te komen is enige uitleg nodig. De Brabantse boerenstand stelt weliswaar met 20.000 bedrijven en 36.000 arbeidsplaatsen kwantitatief steeds minder voor, maar heeft wel 328.000 hectare Brabantse grond in beheer, wat tweederde is van het totale oppervlak van de provincie. Samen met de agrarische industrie zijn de boeren goed voor een jaarlijkse produktiewaarde van 5,5 miljard gulden. Ze zijn verder massaal en vooral hecht georganiseerd in de NCB die weer zeer innige contacten heeft met het CDA. Het machtige conglomeraat heeft verder dwarsverbindingen naar de veevoeder- en melkindustrie, naar slachterijen, het bankwezen (Rabobank) en het Landbouwschap: de voorzitter van de gewestelijke raad van het Landbouwschap, die gisteren met GS tot overeenstemming kwam, is eveneens ir. Latijnhouwers.

Aan de andere kant zijn de boeren - óók of zelfs in Brabant - de laatste jaren onder zware druk komen te staan: melkquotering, mestwetgeving, beregeningsverboden. Het plan werd ervaren als de druppel die de emmer deed overlopen. De grootste zorgen waren er over de in het plan opgenomen ecologische hoofdstructuur, in Brabant inmiddels vertaald in Groene Hoofdstructuur. Het betreft in totaal 120.000 hectare. 70.000 hectare daarvan bestaat uit natuurgebieden en bossen, waarbinnen in het geheel geen boerenbedrijven voorkomen. In de helft van de resterende 60.000 hectare, gelegen in de zogenoemde gevoelige gebieden, zou de landbouw wegens zijn vervuilende effecten een stapje terug moeten doen terwille van het milieu. Ferm had het college van GS in de considerans van het ontwerp-streekplan nog vastgesteld dat het daarvoor de hoogste tijd wordt. Milieu 1, landbouw 2, was de ondertoon van het ontwerp. Van de 60.000 hectare zou in hooguit 30.000 hectare enigermate sprake kunnen zijn van enige intoming van de boerenexpansiedrift. Geen nood, zo kwamen de partijen overeen, die 30.000 hectare laten we vallen onder het streekplan van 1987. Dat betekent dat de gemeenten bij het vaststellen van de bestemmingsplannen mogen uitmaken of er wel of niet mag worden gebouwd of uitgebreid. En aangezien de boeren op plaatselijk politiek niveau ook een danige vinger in de CDA-pap hebben, hoeven ze niet zoveel te vrezen. Voor boeren, die in de dan nog resterende 30.000 hectare vallen, bestaan afkoopmogelijkheden. Maar gisteren bleek dat het daarmee ook al zo'n vaart niet zal lopen. “Het gaat”, zei de Brabantse landbouwgedeputeerde mevrouw P.H.M. Jacobs-Aarts (óók CDA) “om slechts enkele gevallen.”

“Het provinciaal bestuur spreekt uit”, zo staat er in de uitgegeven verklaring “dat het voortbestaan van agrarische bedrijven geen gevaar zal lopen als gevolg van het nieuwe streekplan en van de vertaling van het plan in het gemeentelijke bestemmingsplan. Het streekplan”, zo gaat het verder, “beoogt de voorwaarden te scheppen die het mogelijk maken op de marktontwikkelingen in te springen en door goed ondernemerschap de kracht van de Brabantse landbouw te versterken.” Want als bedrijven niet kunnen moderniseren, dan kunnen ze ook niet investeren in het milieu. Een commissie van deskundigen, zonder vertegenwoordiger van landschaps- en milieuorganisaties, zal de noodzakelijke uitbreidingen van boerenbedrijven in de meest bedreigde gebieden onderzoeken. “Die commissie is tot geen enkele openbare rapportage verplicht”, aldus Van Poppel, “dus wat die beslist gaat buiten het democratische circuit om.”

Het brede draagvlak, dat volgens gedeputeerde Jacobs-Aarts nodig is wil een streekplan kans van slagen hebben en wat ook de achtergrond is van het gisteren bereikte compromis, helt wel heel erg over naar de boerenstand. Maar het milieu heeft dan ook geen tractoren om als strijdmiddel in te zetten. Boeren zijn er in Brabant nog maar weinig. Niettemin hebben ze de burgers en buitenlui de loef afgestoken.