Banenpooler

In reactie op het artikel "Langdurige werklozen nemen sociale arbeidsplaatsen in' (NRC Handelsblad, 9 juli) het volgende. Ik heb een HBO-opleiding wiskunde en werk als banenpooler bij het Stadsarchief Heerlen als medewerker beeld en geluid.

Van de dertien personeelsleden op onze afdeling zijn vijf WSW'ers (uit de Wet Sociale Werkvoorziening) en drie banenpoolers. De twee andere banenpoolers hebben een wetenschappelijk opleiding en zijn dus zeker geen ongeschoolde arbeidskrachten. De banen van de WSW'ers zijn geen gecreëerde plaatsen.

Zou men de WSW'ers en de banenpoolers bij ons wegdenken, dan kunnen ze het archief sluiten. Het beeld dat in het artikel wordt geschetst van de WSW'ers, als mensen die nauwelijks een hamer kunnen vasthouden, is discriminerend en komt niet overeen met de werkelijkheid. Ons werk - dat het tegendeel is van monotoon - zou niet kunnen worden gedaan door laaggeschoolden.

Dat er geen doorstroming is, komt doordat de wetgever geen grenzen heeft gesteld aan de duur van de tijd dat men WSW'er of banenpooler is. Er werken mensen bij ons die langer dan tien jaar WSW'er zijn. Na zo'n lange tijd is een werkplek niet meer additioneel, als ze dat überhaupt al was. Er is voor mij nog een werkvoorraad van drie jaar. Het is de vraag of dat speciaal gecreëerd werk kan worden genoemd. De meeste instellingen hebben voldoende werk, maar krijgen geen geld van de overheid om daar volwaardige banen van te maken, dus worden banenpoolers of WSW'ers ingehuurd.

Een andere oorzaak van het gebrek aan doorstroming is dat WSW'ers en banenpoolers worden beschouwd als externe arbeidskrachten waardoor ze niet mogen meesolliciteren bij interne vacatures.

Werkgevers zouden moeten worden verplicht, op het moment dat ze een banenpooler of een WSW'er in dienst nemen, die na een bepaalde tijd in vaste dienst te nemen. In mijn geval is het zo dat ik een contract heb voor onbepaalde tijd. Ik ben nu 41 jaar en zoals het nu is geregeld ben ik tot mijn vijfenzestigste nog steeds banenpooler met minimumloon.