Van der Stoel vindt in archief "coup-generaal'

DEN HAAG, 14 JULI. Ten minste één Nederlandse generaal liep in augustus 1975 met plannen rond om het Nederlandse kabinet onder leiding van premier Den Uyl omver te werpen. Dat blijkt uit aantekeningen die oud-minister van buitenlandse zaken Van der Stoel gisteren in zijn archief heeft teruggevonden.

Van der Stoel kreeg die informatie op 19 augustus 1975 van Luns, op dat moment secretaris-generaal van de NAVO. Tijdens een gezamenlijke lunch in Den Haag vertelde Luns hem “min of meer terloops” dat er een generaal in actieve dienst bij hem was geweest, die Luns had uitgenodigd om “na een staatsgreep minister-president te worden”.

Op een vraag van de minister om welke generaal het ging, zei Luns, zo staat in Van der Stoels aantekeningen, dat de generaal hem in Brussel te spreken had gevraagd onder de voorwaarde van vertrouwelijkheid. Omdat Luns die vertrouwelijkheid had toegezegd, kon hij de naam niet noemen, zei hij.

Van der Stoel daarover nu: “Uit mijn aantekeningen blijkt dat Luns de generaal het plan uit zijn hoofd zou hebben gepraat en dat hij de stellige overtuiging had dat de zaak nu inderdaad van de baan was. Bovendien wekte hij de indruk de hele affaire niet erg serieus te nemen. Luns zei er nog bij dat de betreffende generaal een wrok had tegen de toenmalige minister van defensie, Vredeling.

“Ik kreeg toen de indruk, blijkens mijn aantekeningen, dat Luns de zaak tegenover mij onthulde om, wanneer de zaak ooit zou uitlekken, te kunnen zeggen dat hij de Nederlandse regering had geïnformeerd. Hij wilde geen enkele nadere informatie geven.”

De aantekeningen van Van der Stoel waren persoonlijk, maar hij stuurde er destijds aan afschrift van aan de secretaris-generaal van het ministerie, Schiff.

Pag. 2: Generaals: "coupplan was borreltafelpraat'

De volgende dag, 20 augustus 1975, had Van der Stoel premier Den Uyl op de hoogte gesteld van de mededelingen van secretaris-generaal Luns. “Deze registreerde de zaak, waarna we nog wat hebben gefilosofeerd over de noodzaak eventueel de Binnenlandse Veiligheidsdienst een onderzoek te laten doen onder extreem rechts. Of Den Uyl ook dergelijke stappen heeft ondernomen, heeft hij mij niet verteld. Ik heb daar naderhand ook niet meer iets over gehoord”, aldus Van der Stoel.

Afgelopen vrijdag schreef oud-staatssecretaris van defensie Stemerdink (bewindsman in hetzelfde kabinet als Van der Stoel) in NRC Handelsblad dat hoge officieren in 1974 met coupplannen rondliepen. Daarbij zou niet zozeer zijn gedacht aan een coup op Zuidamerikaanse manier, maar “aan het aanwakkeren van een zodanige onrust binnen de krijgsmacht dat als het ware vanzelf de roep om een sterke man zou ontstaan”. Die sterke man zou dan Luns moeten zijn.

Volgens Van der Stoel weet Stemerdink in zijn artikel weinig concreets aan te dragen. “Hij destilleert zijn ideeën min of meer uit zijn ergernis over het verzet van Luns tegen de plannen voor reorganisatie en bezuinigingen van de Nederlandse defensie.” Van der Stoel bevestigt dat Luns destijds ook tegenover hem zijn grote zorg uitsprak over die reorganisatieplannen.

Ging Luns daarbij zijn boekje te buiten, zoals Stemerdink zegt? Van der Stoel: “Op zichzelf pleegt de NAVO steeds tamelijk kritisch defensieplannen van de lidstaten te bekijken en er ook negatieve commentaren op te leveren. Onlangs gebeurde dat nog met de Belgische plannen voor een beroepsleger. Dat is dus niets bijzonders. Maar ik denk wel dat als gevolg van zijn afkeer van links in Nederland de emotie van Luns tegenover de Nederlandse plannen werden verscherpt.”

Navraag bij Nederlandse generaal uit die tijd levert geen enkele concrete informatie op. Generaal-majoor b.d. P.G.A. Coopmans uit Breda: “Ik heb al die jaren als generaal nooit iets gemerkt van coupplannen bij welke collega dan ook. Natuurlijk werd er aan de borreltafel wel eens wat gemord, zo in de trant van: "we zouden die zaak daar in Den Haag eens moeten oplappen', maar dat is nooit serieus.” Ook in zijn periode als lid van het Hoog Militair Gerechtshof zijn generaal Coopmans geen geruchten ter ore gekomen over plannen de regering omver te werpen.

Oud-generaal C. Ros uit Rijswijk reageert op dezelfde wijze als generaal Coopmans. “Borreltafelpraat, meer is het niet. Ik geloof er ook geen letter van dat het klopt wat Luns zegt. Ik kan de beweegredenen van de heer Luns natuurlijk niet bevroeden, maar nee, dit is gewoon onzin.” Bestond er in de legertop destijds iets van animositeit tegenover de Partij van de Arbeid? Ros: “Niets specifieks. Natuurlijk waren er mensen, die de PvdA nog wel eens identificeerden met de partij van het gebroken geweertje, maar PvdA-ministers bezuinigden niet meer of defensie dan ministers van andere partijen. Die conclusie trokken we toen ook al.”