Starre beurzen liever lui dan moe

De jaarlijkse Beleggersmarkt in november gaat niet door, omdat weinig bedrijven een stand willen huren en ook bezoekers het laten afweten, zeggen de Effectenbeurs en Optiebeurs, die de markt samen met de verenigingen van effectenbezitters en beleggingstudieclubs organiseren. Het congres gaat wel door.

Deze beslissing lijkt logisch gezien de tanende belangstelling ,ook in andere landen, voor het actief beleggen door particulieren. Desondanks roept deze stap ook vragen op.

Een belangrijke taak van de vier organiserende instellingen is het informeren en opvoeden van (onervaren) beleggers. Dat kan op veel manieren: bijvoorbeeld met een markt en een congres. Door een paar maanden van te voren de handdoek in de ring te gooien, zonder alternatief te bieden, onttrekt de organisatie zich aan haar plicht.

Al jaren lijden de dagen onder minder belangstelling. De fut was er uit. De formule is overbekend en prikkelt niet meer tot bezoek, maar de organisatoren hielden vast aan hun routineuze opzet. Neem het congres op 13 november als voorbeeld.

Een van de sprekers is Jan Timmer, die in augustus 40 jaar bij de company werkt. Op 5 november komt Philips met cijfers over het derde kwartaal en weet iedereen hoe de vlag in Eindhoven wappert. Wat moet Timmer daar nog aan toevoegen? De keuze van Robeco-topman van Duijn lijkt op het binnenhalen van het Paard van Troje: hij werkt voor beleggingsfondsen en zal actief zelf beleggen niet aanmoedigen. Wàt hij er over wil vertellen staat in de laatste Beursplein 5, een uitgave van de Effectenbeurs.

De Effectenbeurs was niet zo tevreden over de standhouders op de markt. Men stelde al die verkopers van computerprogramma's niet op prijs. Maar juist die stands trekken overal veel bezoekers. Professor van Duijn zegt in Beursplein 5: 'Waar de wetenschappelijke wereld trouwens steeds meer erkenning voor krijgt, is het volgen van trends. De particuliere belegger zou dat ook moeten doen, door bij voorbeeld de charts, die door bepaalde diensten worden aangeboden, te bestuderen.' Met een beursprogramma kan een beleggers ook zelf overzichten maken. Als een grootbelegger en kleine beleggers hun inzicht denken te kunnen halen uit computerprogramma's waarom vindt de beurs die exposanten dan niet sjiek genoeg?

De beurzen zien het liefst, dat is te begrijpen, een markt met beursgenoteerde ondernemingen, banken en commissionairs. De kern van de beurswereld. Bij die exposanten kan een belegger informatie uit de eerste respectievelijk tweede hand krijgen. Op dit punt heeft men de volgende kans laten liggen.

De Effectenbeurs worstelt met de geringe belangstelling voor de Parallelmarkt, bedoeld voor de aandelen van middelgrote en jonge bedrijven. Ook de bedrijven zelf klagen over het gebrek aan liefde bij beleggers. Onbekend maakt onbemind. Wat had de beurs kunnen doen? Bij voorbeeld dit.

Nodig alle echte Parallel-fondsen, niet de beleggingsfondsen dus, uit op de Beleggersmarkt en geef ze op kosten van de beurs (de kost gaat voor de baat) een stand en een zaaltje waar ze meer over hun bedrijf kunnen vertellen. Stel wèl als voorwaarde dat een directielid van die bedrijven aanwezig is in de stand en/of een inleiding verzorgt. Op een vergelijkbare Britse beurs vermelden bedrijven, die weten hoe je investors relations moet aanpakken, in de catalogus welke dagen en uren hun topman of -vrouw aanwezig zal zijn. Veel onverstandige bedrijven laten hun stand bemensen door medewerkers van de afdeling Voorlichting, die in een mooi pak of jurkje folders uit mogen delen. Zo hoort het niet.

Ook op andere punten houdt het organisatie comité vast aan bijna heilige tradities: Amsterdam, een keer per jaar en in het najaar. Dat is bijzonder kortzichtig, want de ervaring leert dat kleine locale beleggings-evenementen (ook zelfs van één bank) veel bezoekers trekken. De organisatoren vinden dat iedereen maar naar Amsterdam moet komen. Het gebrek aan voldoende exposanten en bezoekers bewijst het ongelijk van de initiatiefnemers.

De beurzen inmiddels heroverwegen het concept van de markt. Moet iedereen daar op wachten of wordt het misschien tijd voor bedrijven en beleggers om het heft in eigen handen te nemen? Waarom moeten mondige bedrijven en belangenorganisaties van beleggers, die beide behoefte hebben aan investor relations, wachten op stappen van de twee beurzen?