Siemens met Toshiba en IBM in bouw superchip

ROTTERDAM, 14 JULI. Het Duitse Siemens zal samen met het Japanse elektronicaconcern Toshiba en de Amerikaanse computergigant IBM samenwerken aan de ontwikkeling van een nieuwe generatie geheugenchips.

De ontwikkeling van de nieuwe chip zal naar verwachting zeven jaar in beslag nemen en in totaal 1 miljard dollar, 1,7 miljard gulden, vergen.

Dat heeft Siemens gisteren bekend gemaakt. Het nieuwe chip-triumviraat zal zich toeleggen op de ontwikkeling van een zogenoemde 256 megabit D-ram chip. De nieuwe super-chip moet in staat zijn om 16 keer zoveel gegevens vast te houden als de meest geavanceerde chips van dit moment. De 256 megabit chip krijgt voldoende capaciteit om 25.000 bladzijden tekst op te slaan. D-ram chips worden gebruikt in computers met uiteenlopende toepassingen. De chips worden in massa geproduceerd en vervolgens geschikt gemaakt voor het vervullen een specifieke taak, zoals het vertalen van elektronische signalen in tv-beelden.

De drie fabrikanten werken al langer samen op verschillende terreinen. Zo exploiteren Siemens en IBM gezamenlijk een 16 megabit D-ram chipfabriek in Frankrijk. De 16 megabit chip markeert de grens van de huidige kennis van de chipfabrikanten.

Oorspronkelijk zouden Siemens en IBM ook samenwerken aan de opvolger van de 16 megabit, de 64 megabit. Van dat project wordt nu afgezien. Het nieuwe chipverbond heeft de kaarten gezet op een enorme sprong voorwaarts en ervoor gekozen één chipgeneratie over te slaan. Ze hopen zo als een van de eersten rond de eeuwwisseling met de nieuwe chip voor de dag te komen.

De chipmarkt bezorgt de producenten al jaren nachtmerries. De ontwikkelingskosten zijn enorm, terwijl het prijsverval razendsnel is. Daardoor kan alleen de fabrikant die als een van de eersten met een nieuwe chip op de markt komt zijn ontwikkelingskosten terugverdienen. Om aan de moordende wetmatigheden van de chipmarkt te ontkomen zoeken de fabrikanten steun bij elkaar en delen de enorme aanloopkosten.