Regering in Italië begint met privatisering staatsbedrijven

ROME, 14 JULI. In een besluit dat een historische mijlpaal betekent voor de Italiaanse economie, heeft het kabinet van premier Amato de belangrijkste staatsholdings veranderd in naamloze vennootschappen, een eerste stap op weg naar privatisering.

Het is de bedoeling de staatsholdings IRI (o.a. banken en industrieën) en ENI (petro-chemie), het elektriciteitsbedrijf Enel, de Nationale Verzekeringsbank Ina en nog enkele staatsbedrijven onder te brengen in twee overkoepelende holdings. Het ministerie van schatkist zal hiervan aandeelhouder worden. Binnen een paar weken zullen van deze holdings aandelen en convertibele obligaties op de markt worden gebracht.

De maatregel betekent dat er een einde komt aan de enorme greep die de politieke partijen op de staatssector van de economie hebben, iets wat regelmatig heeft geleid tot corruptie, vriendjespolitiek en het gebruik van staatsbedrijven voor politieke doeleinden. Er wordt al jaren gesproken over privatisering, maar daar is door politieke tegenwerking nooit iets van terechtgekomen. De regeringspartijen voelden er weinig voor hun greep op de staatsbedrijven op te geven. “Het lijkt erop alsof het ze nu ernst is”, zei de president van de werkgeversorganisatie Confindustria, Luigi Abete, in een eerste positieve reactie.

IRI en ENI zijn twee economische kolossen, met respectievelijk ruim 400.000 en 130.000 werknemers en omzetten van 120 miljard en 75 miljard gulden. Van IRI maken onder andere staalbedrijven, de luchtvaartmaatschappij Alitalia en een aantal van de belangrijkste banken deel uit. Het is nog onduidelijk hoe de twee nieuwe superholdings eruit komen te zien. Er zijn twee mogelijkheden: een tweedeling in industrie en financiën, of een tweedeling in een industrieel-bancair conglomeraat à la Japan en een energieholding.

Ook andere elementen van de privatiseringsoperatie zijn nog onduidelijk, zoals de vraag wat er met de grote schuldenlast van de IRI gebeurt. Minister van schatkist Barucci vroeg om begrip vanuit Brussel, waar hij gisteren het overleg van EG-ministers bijwoonde. “Na zestig jaar van absolute stabiliteit staan we voor een absoluut radicale verandering en daarom hebben we nog wat tijd nodig.”

Het is de bedoeling binnen twee weken een aandeelhoudersvergadering van de twee nieuwe holdings bijeen te roepen. Hierop moeten ook de nieuwe presidenten van de holdings worden gekozen: het kabinetsbesluit betekent dat vrijwel alle staatsmanagers hun baan hebben verloren. Waarschijnlijk keert een aantal van hen terug, maar anderen, die te veel als een "politieke' benoeming werden gezien, zullen naar ander werk moeten omzien.

In de komende weken moet ook een consortium van banken worden gevormd om de aandelen en convertibele obligaties van de nieuwe naamloze vennootschappen op de markt te brengen. Volgens het kabinetsbesluit is het de bedoeling tussen de 20 en 45 procent te verkopen, zodat Schatkist de controle blijft behouden over de twee holdings. Maar de nieuwe structuur maakt het mogelijk onderdelen van de holdings verder te privatiseren.

De staatsholding Efim (o.a. aluminium) maakt geen deel uit van de operatie. Deze holding zit diep in de schulden. Nog deze week wordt een kabinetsbesluit verwacht om deze holding op te heffen.