Provincie gaat eigen weg, als Alders niet snel reageert; Gelderland helpt gemeenten bij saneren bodem

Niet alleen bedrijven staan voor de opgave vervuilde terreinen te saneren. Ook gemeenten zullen hier de komende jaren miljoenen in moeten investeren. Er rijst verzet tegen de strenge normen die het rijk daarbij hanteert. Gelderland benadert minister Alders daarom met alternatieve voorstellen.

ARNHEM, 14 JULI. Een Bodemsaneringsbank die verontreinigde grond opkoopt, schoonmaakt en vervolgens weer verhuurt, least of doorverkoopt. Een fiscaal systeem dat bedrijven financieel tegemoet komt die de grond onder hun vestiging saneren, zonder dat ze zelf voor vervuiling verantwoordelijk waren.

Het zijn twee van de voorstellen die de Gelderse milieugedeputeerde C. Stigter minister Alders van VROM doet om de bodemsanering in Nederland nu snel aan te pakken. In de brief dringt ze verder aan op spoed bij de aanpak van met name de problemen in de grote steden, waarover door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overlegorgaan (IPO) en VROM al zo lang gediscussieerd wordt.

Het VNG heeft in april nog een nota gepubliceerd over het onderwerp ("Bodemsanering: eenheidsmaat of maatwerk') waarin scherpe kritiek wordt geuit op een nieuw wetsvoorstel voor de aanpak van bodemsanering. Men verwijt Alders geen onderscheid te maken tussen plaatselijk zeer uiteenlopende omstandigheden en dezelfde normen te hanteren voor de sanering van natuurgebieden en stedelijke gebieden. De VNG wil dat er meer wordt gekeken naar de functie die een gebied heeft bij de bepaling welke sanering noodzakelijk is. Dat in een natuurgebied de bodem zodanig gesaneerd moet worden dat hij weer zijn oude waarde terugkrijgt is logisch, aldus de VNG, maar in stedelijke gebieden is dat niet altijd nodig: er is verschil tussen grond waarop tuinen liggen en die waarop een snelweg gepland is. De gemeenten willen dus een versoepeling van de rijksnormen.

Stigter kwam vorige week met de vijf grote Gelderse gemeenten (Arnhem, Nijmegen, Apeldoorn, Ede en Zutphen) een aanpak overeen die vooruitloopt op de landelijke ontwikkelingen zoals door de VNG gewenst.

Gelderland zal onder meer de normen voor hergebruik van licht verontreinigde grond gaan bijstellen. Tot nog toe moeten gemeenten die grond op een gecontroleerde stortplaats storten, wat veel geld kost. De provincie zal nu vaker toestaan dat de grond wordt gebruikt voor de aanleg van geluidswallen, bruggen, taluuds en andere zogenaamde grote werken. Dat scheelt de gemeenten miljoenen, zo werd duidelijk tijdens een presentatie van de plannen in het provinciehuis in Arnhem. De gemeente Apeldoorn bijvoorbeeld kan nu een saneringsprojekt dat voor 3 miljoen gulden in de boeken staat, voor 9 ton afwikkelen. Ook Nijmegen en Arnhem voorzien dat zij grote hoeveelheden licht verontreinigde grond eindelijk goedkoop kunnen gaan gebruiken voor bijvoorbeeld de nieuw aan te leggen geluidswal langs de A52. In de vijf Gelderse gemeenten alleen al komt tot 1995 naar schatting 180.000 kubieke meter licht verontreinigde grond beschikbaar, die voor "grote werken' gebruikt kan worden. Dat is tweederde van het totaal aan verontreinigde grond dat in die periode zal worden opgegraven.

Gelderland zal bovendien bufferlocaties gaan aanwijzen waar die licht verontreinigde grond voor enige tijd gestort kan worden tot er een eindbestemming voor gevonden is en komt daarmee de gemeenten ook veel tegemoet. De praktijk leert namelijk dat bodemsaneringsprojecten zich nogal eens plotseling aandienen, waardoor direct hergebruik van de grond niet altijd mogelijk is.

Daarnaast belooft de provincie dus te bekijken of bij elke bodemsanering wel sprake moet zijn van de zogenaamde multifunctionaliteit van de gereinigde bodem: dat ze weer voor elk gebruik geschikt gemaakt wordt. Multifunctionaliteit blijft uitgangspunt, stelt de provincie, maar het kan mogelijk zijn dat ze toch op korte termijn niet realiseerbaar is (door locatie-specifieke omstandigheden). In dat geval zal gekeken worden of in verband met het toekomstig gebruik een beperkte sanering niet afdoende is.

Stigter beveelt Alders eigenlijk aan deze maatregelen nu ook maar landelijk door te voeren. Ze verlangt haast en dreigt hem wanneer hij in september nog niets van zich heeft laten horen, volledig haar eigen weg te gaan. Ze doet hem daarnaast de voorstellen voor instelling van een Bodemsaneringsbank en het nieuwe fiscale systeem dat bedrijven die zelf projecten aanpakken bevoordeelt. “Je mag zulke bedrijven best tegemoet komen”, stelt de gedeputeerde, “ze helpen tenslotte een groot maatschappelijk probleem op te lossen.”