Onderwijzers ruziën over salarisbod

DEN HAAG, 14 JULI. “Ongelófelijk dom” vindt bestuurder J. Tichelaar van de grootste onderwijsbond ABOP de houding van de jonge leerkrachten. “Zéér arrogant” zegt jonge leerkracht S. de Haan van de Nahossers over de houding van de onderwijsbonden.

Het onderwijs ruziet sinds gisteren over het aanbod van het kabinet de lonen van de leraren te verhogen. Tweehonderdelf miljoen gulden is er volgend jaar voor beschikbaar, in 1996 zelfs 633 miljoen. De jonge leraren willen zoveel mogelijk van dat geld gebruiken voor verhoging van de aanvangssalarissen. Daarmee moet de in hun ogen de "historische schande' van het HOS-salarisakkoord uit 1985 weg worden gewerkt toen de jonge leerkrachten op achterstand werden gezet. De onderwijsbonden willen dat ook wel, maar kennen nog een andere grote onrechtvaardigheid: de extra korting op de onderwijsssalarissen uit 1983 (WIISO). Als die met tachtig miljoen gulden wordt weggewerkt en er dus minder voor de aanvangssalarissen over blijft “is het oorlog” briest jonge leerkracht De Haan. “Ik ken niemand die klaagt over die WIISO-korting van 0,7 procent.”

Least but not least zijn er nog de bewindslieden van onderwijs. Ritzen en Wallage zijn vooral bezorgd over het tekort aan leerkrachten in bepaalde vakken en bepaalde regio's. Die denken, behalve aan verbetering van aanvangsalarissen, vooral aan het aantrekkelijker maken van vervangingsregelingen en het geven van premies aan leraren die in onaantrekkelijke buurten en steden willen werken. Iets dergelijks bestaat al in Frankrijk waar leraren in binnensteden beter betaald krijgen.

Misschien nog wel meer ruzie veroorzaakt de manier waarop de salarisverhoging na 1993 moet worden betaald. Ritzen heeft zijn collega's in het kabinet moeten beloven daarvoor op de wachtgeldregeling voor werkloze leerkrachten te zullen bezuinigen door de uitkering lager en korter te maken. De jonge, "goedkope' leraren vinden dat best. “Wij hebben bij onze achterban toch geen wachtgelders zitten”, zegt De Haan. “Anders zou Ritzen daarvoor nooit 900 miljoen per jaar hoeven uit te geven. En als ze er straks wel komen maakt het voor jonge leraren die nu zo'n duizend, vijftienhonderd gulden verdienen allemaal niet veel uit.”

“Dom en kortzichtig” vindt ABOP-bestuurder Tichelaar. “Nu zijn veel ouderen vrijwillig uit het onderwijs gegaan bij schaalvergrotingsoperaties. Bij een slechtere wachtgeldregeling doen ze dat straks niet meer en vliegen door het last in first out-principe de jongeren er het eerst uit.” Om dit alles te voorkomen “heb ik nog liever minder geld voor de salarisverhoging dan een aantasting van de wachtgeldregeling”, zegt Tichelaar.

Vrijmiddag praten de ABOP en de jonge leerkrachten met elkaar over de voorstellen van het kabinet. Geen van beide partijen verwacht enig resultaat.