Nieuw overleg waterverdragen zonder resultaat

BRUSSEL, 14 JULI. Het overleg tussen Nederland en België over de zogeheten waterverdragen is gisteren in Brussel op niets uitgelopen. De besprekingen worden hervat in september wanneer duidelijk zal zijn over welke bevoegdheden het Vlaamse en Waalse gewest precies beschikken.

Dat zei minister Van den Broek gisteren na afloop van het gesprek. Hij meende wel dat er een "nieuwe politieke impuls' was gegeven tijdens de ministersconferentie, maar Van den Broek noch de Belgische minister Claes noemden nieuwe feiten die optimisme rechtvaardigen.

Sinds 1975 wordt al onderhandeld tussen de buurlanden, waarbij Nederland vraagt om schoner Schelde- en Maaswater en België om uitdieping van de Westerschelde en aanleg van het Baalhoekkanaal. Minister Maij verklaarde half maart dat voor 1 januari volgend jaar de verdragen zouden zijn gesloten. Zij hield deze verwachting gisteren staande.

Door de Belgische staatshervorming bestaat er echter onduidelijkheid over de vraag of de nationale staat, danwel het Vlaamse of Waalse gewest over deze materie verdragen kan sluiten met Nederland. Vrijdag is er tussen de belangrijkste Waalse en Vlaamse partijen overeenstemming bereikt over het overdragen van milieu-bevoegdheden aan de gewesten. Ook leek er politieke overeenstemming over toekenning van het verdragsrecht aan de gewesten. Doordat het overleg over het gehele pakket hervormingsvoorstellen is mislukt, verkeert de Belgische staatshervorming nu echter in een impasse.

De kamers van koophandel van Rotterdam en Antwerpen drongen vrijdag in een gemeenschappelijke verklaring op een oplossing aan. Het uitblijven van een definitieve oplossing voor problemen zoals de bevaarbaarheid van de Schelde, de aanleg van het Baalhoekkanaal en de levering van Maaswater, “staat de totstandkoming van globale socio-economische samenwerking tussen de Rotterdamse en de Antwerpse regio's binnen de Rijn-Schelde-Deltaregio in de weg”, aldus de gemeenschappelijke verklaring.

De voorzitter van de Rotterdamse kamer, mr. R.P.M. de Bok, reageert ambivalent op de uitkomst van het Belgisch/Nederlandse beraad over de waterverdragen. “Ik kan natuurlijk zeggen dat ik teleurgesteld ben dat er niets is uitgekomen. Maar anderzijds vind ik het belangrijk dat de minister heeft verklaard dat ze er wat tempo in wil brengen. Het ligt kennenlijk politiek heel moeilijk. Concreet is er niet veel uit gekomen, maar dat had ik ook niet verwacht.”