Natuur geeft minder dan Breukink zelf zou willen

LUXEMBURG, 14 JULI. Toen hij gistermorgen in gezelschap van Raul Alcala en ploegleider Jan Gisbers in zijn hotel terugkeerde van de training zwaaide hij nog ontspannen. Erik Breukink lachte, hij maakte een optimistische indruk. Een wereld van verschil met een paar uur later, na de tijdrit. Verslagen, ontredderd en zwijgzaam stommelde hij de rennersbus in, een sleep van journalisten achter hem aanzeulend. Zijn ogen stonden leeg, zijn lichaam moet gebonsd hebben, zijn oren gezoemd toen hij daar ging zitten. Zonder een spoor van emotie onderwierp hij zich aan de vragen die hij al kende, maar waarover hij dit keer nog niet had kunnen nadenken. Waarom ook?

Wanneer een uitgeputte sportman heeft gewonnen voelt hij zich high. Dan stijgt hij op. Wanneer een uitgeputte sportman heeft verloren, is hij leeg en gedachtenloos. Dan staart hij in het luchtledige, dan ziet hij slechts contouren. Als hij dan wordt geconfronteerd met de constatering dat door hèm ook voor anderen de wereld instort, vindt hij dat hij moet zoeken naar verklaringen, naar een voorgeprogrammeerde taal. En dan zegt hij dat hij geen verklaring weet, dat de vorm er niet is en dat het gewoon niet ging. Tja, waarom heeft een mens een slechte dag?

Doorgaans is Erik Breukink een man die woorden afweegt voordat hij ze uitspreekt. Hij zegt ze liever niet dan wel. Als hij dan nog wordt omringd door een paar dozijnen vragende ogen en smekende monden, voelt hij de neiging opkomen helemaal te zwijgen. Maar er moet geantwoord worden, hij dient een verklaring te hebben. Voor alles wat hem is overkomen. Dan kan het zelfs een man van een paar ton per jaar te veel worden.

Maar Breukink zwijgt, hij probeert zich te vermannen als nota bene en plein public een link wordt gelegd naar zijn privé-leven, zijn aanstaande vaderschap. Of hij - net als vrouwen - dan zou kunnen veranderen, sterker kon worden. Ja, dan breken zijn ogen, dan moet hij kiezen tussen tranen en een verschrikkelijke klap. Maar hij kiest niet, want wat hij ook doet het zal tegen hem worden gebruikt. Hij stapt zelfs niet op, als Alcala en Gisbers hem dat vragen. Hij blijft zitten. Hij gaat wel alleen op de fiets terug naar het hotel. Pas als de vragenstellers staken en langzaam oplossen, staat hij op om met een glimlach de iets te wanhopige journalist te vragen waarom deze zo intiem moest worden. Zo onoverwinnelijk kan Erik Breukink zijn.

Een uur na een van zijn grootste nederlagen boekte Erik Breukink al weer zijn grootste overwinning. Hij was rancuneus bekritiseerd om zijn nukken van de afgelopen week, diep vernederd omdat zijn hoofd niet stond naar vragenuurtjes, zoals op de televisie. Hij had het zelf al zo moeilijk met zijn teleurstellende prestaties en zijn onzekere toekomst. Moest hij dat telkens weer opnieuw uitleggen? Als nationale held ben je publiek bezit, dan mag je niet weigeren, niet geïrriteerd zijn, niet verliezen, niet mens zijn, dan hoor je je relaties met het publiek te onderhouden alleen omdat je meer dan de gewone man verdient. Je bent de vervulling van andermans dromen, je bent niet meer van jezelf maar van hun. Dat zij van je houden roept verplichtingen op.

Wat heeft Breukink niet een vuiligheid over zich uitgestort gekregen na de verdachte aftocht uit de Tour de France van vorig jaar. Hoe machteloos moet hij zich niet hebben gevoeld toen hij in Quimper na de Tour-etappe ziek en koortsig dezelfde rennersbus binnenstommelde die gisteren op een grote parkeerplaats in het centrum van Luxemburg opnieuw als opvangcentrum dienst deed. Toen kon hij nog de schuld afschuiven op de medische bijstand van de ploegleiding, nu leek de oorzaak bij hem zelf te liggen. Vraagtekens knetterden in je hoofd. De natuur geeft niet meer dan je zou willen, niet meer dan de mensen die zich met jou vereenzelvigen willen.

Buiten de bus in Luxemburg stond Mitchel van der Gaag, een getalenteerde voetballer van PSV. Een maand geleden brak en scheurde bijna alles aan zijn rechter knie. Hij maakte deel uit van het olympisch elftal dat net de uitzending naar de Spelen in Barcelona miste. De knie wordt in beweging gehouden door een machinerie van draden. Over een half jaar hoopt hij weer te voetballen. De vergelijking met Erik Breukink gaat mank, maar toch: “Breukink mag blij zijn dat hij niet is gevallen. Hij fietst morgen weer. Ik moet maar afwachten wanneer ik weer voetbal.” Zo heeft iedereen zijn eigen malaise.

Het is gewoon jammer dat Breukink niet meer gelijke tred kan houden met de renners van zijn generatie, Miguel Indurain in het bijzonder. Stilisten als Breukink en Indurain te zien fietsen geeft kleur aan het leven van een sportliefhebber. Het zou mooi zijn als die twee in de bergen met elkaar in de strijd gingen. Maar het heeft er veel van weg dat ook sportmensen niet te programmeren zijn, met welke middelen dan ook. De kans dat Breukink nog eens de Tour de France wint, wordt met het jaar kleiner. Hij zou wel eens zijn plafond bereikt kunnen hebben, stelde zijn ploegleider Gisbers, waar Indurain met het jaar groeit als wielrenner.

Toen Indurain nog door zijn ploegleider Echavarri werd geconserveerd, won Breukink al onder ploegleider Post de hardste van alle wedstrijden. Op de Passo di Gavia in de Ronde van Italië was de kwetsbare Breukink als beste bestand tegen sneeuw en vrieskou. Daar ontstond de eerste kansberekening, de veronderstelling dat hij wel eens de Giro en later de Tour zou winnen.

In dat vreselijke weekeinde in de Dolomieten nodigde de jonge winnaar de journalisten uit met hem mee te gaan naar zijn hotelkamer, omdat hij had geleerd dat het zo hoorde, omdat hij zo was opgevoed. En hij vertelde. Dat zijn ploegleider had geweigerd hem tijdens de sneeuw een jasje aan te reiken. Onzin, hard worden, was hem toegesnauwd. En terwijl aan de finish rillende renners in dekens werd warm gewreven, stond Breukink daar als de winnaar, als een man. Het is misschien wel het hoogtepunt uit zijn loopbaan.

Onzekerheid knaagt nu aan hem. Voor welke ploeg rijdt hij volgend jaar? Voor welk salaris? Is dit het einde van zijn loopbaan als Tour-favoriet? Hoe ziet zijn privé-leven als vader er uit? Wat kan hij meer of minder zonder de intralipid-toestanden? Hoe bewijst hij dat het vorig jaar zijn schuld niet was? Het was duidelijk, van zijn doorgaans oogstrelende stijl was gisteren geen sprake. Al vanaf de eerste kilometers was het zeker dat Breukink niet zou winnen

Zijn rijstijl oogde niet. Die licht opgetrokken broekspijpen, die schokkende tred. Maar hij werkte, hij vocht, tegen de wind en tegen zichzelf. En hij was nog zo goed geluimd de dag voordien en gistermorgen? Gisbers meende wel iets gezien te hebben dat hij niet goed reed, dat er iets aan hem scheelde, dat iets hem irriteerde. De weer meedogenloze aanpak in de media? Maar Erik is het niet het type dat daarover spreekt. Bovendien is dat wel meer het geval geweest. Want zo is hij, meende Gisbers die manmoedig zijn teleurstelling probeerde te verbergen. Maar meestal putte Breukink dan moed uit zijn reputatie als tijdrijder. Dan won hij toch gewoon. In de tijdrit zou alles wel goed komen. Eigenlijk is dat nu voor eerst dat niet gebeurd, wist Gisbers. En dan komt de klap extra hard aan. Niet alleen voor Erik Breukink maar ook voor heel zijn gevolg, de wielerfans in Nederland die hij al die jaren op zijn schouders heeft meegedragen.