Naar Lochem (slot)

Tussen Lochem en Zutphen liggen, in het coulissenlandschap van de Achterhoek, diverse fraaie landgoederen. Het grootgrondbezit is nog lang niet verdwenen, waardoor niet alleen het fraaie landschap maar ook vele stijlvolle boerenhoeven behouden konden worden.

A.C.W. Staring (1767-1840) was behalve dichter ook land- en bosbouwkundige. Ten zuiden van Lochem bewoonde hij een majestueus maar ook moerassig landgoed, de Wildenborch. De wateroverlast zat Staring dwars: “Men raakte in zweet op 't lange pad. Men vatte kou in 't modderbad. En de ijver om ter kerke te gaan, bragt buikpijn en geen stichting aan.” Dus liet hij sloten en een afwateringskanaal, de Veengoot, graven. Het overtollige water werd op de Berkel geloosd.

Het landhuis van de Wildenborch heeft een merkwaardig uiterlijk. Het wordt gedomineerd door een plompe toren die in 1847 van een quasigotische ommanteling werd voorzien. Het park aan de voorkant ziet er piekfijn uit. Een schitterende statige pauw wandelt over het gladde gazon. Maar met het bos aan de achterkant is het een stuk slechter gesteld. Uit het oog uit het hart, geldt blijkbaar ook hier. Of is het geld op?

Een volgend onderbrekingspunt op deze wandeling, waar we af en toe de Berkel kruisen, is het landgoed de Boekhorst. Hier woonde de zoon van de dichter: W.C.H. Staring (1808-1877), de geoloog die als eerste de Nederlandse bodem in kaart bracht. Net als zijn vader droeg ook hij actief bij aan de controle van de waterhuishouding in deze streek.

Na een volgend landgoed, de Velhorst, kruisen we bij een stuw een witte ophaalbrug over de Berkel. Een idyllisch plekje, onbereikbaar voor de automobilist. Kanovaarders nemen hun vaartuig onder de arm en vervolgen een halve meter lager, aan de andere kant van de stuw, hun reis.

Op landgoed de Ehze, in 1300 woonplaats van Frederik van Heeckeren die met het geslacht der Bronkhorsten streed om het bezit van een stuk jachtgebied, is tegenwoordig P.J. Janssens verpleeg- en ziekenhuis gevestigd. Particulier initiatief in de gezondheidszorg? We lopen snel door, terug naar de Berkel. Hoewel de gids vermeldt dat we nu bij uitzondering de oever mogen betreden, heeft het Waterschap ook hier het bordje Verboden Toegang niet vergeten. We vertrouwen op onze gids.

Het zwembad van Almen is deze zonnige zondagmiddag druk bezet; in het stille landschap zijn de kreten van spel en vreugd van verre hoorbaar. In het dorp zelf vrezen we even dat de horeca ontbreekt. Het café-restaurant achter de kerk, met een lommerrijk tuinterras, voorziet echter in alle noden. Hoe heerlijk een sorbet kan smaken!

Boven Almen volgt het pad gedurende korte tijd het Twenthekanaal, dat Zutphen met Enschede verbindt. Daarna leidt een kaarsrechte maar daarom niet minder mooie zandweg, omzoomd met bomen en bos, naar het landgoed de Voorst. Arnold Joost van Keppel vergezelde koning-stadhouder Willem III toen die in 1688 met zijn vloot naar Engeland voer. Willem was zo dankbaar dat Van Keppel zijn totaal verpauperde landgoed kon herscheppen tot een waar lustoord. Kosten: twee-en-veertig ton goud...

Inmiddels ziet de Voorst er opnieuw tamelijk verpauperd uit. De hekken en het andere ijzerwerk zijn ernstig aangetast door roest. Het landhuis dient nu blijkbaar als receptie-oord. Binnen en buiten de hekken staat een groot aantal auto's. Hoe kleiner de auto, hoe extravaganter de kleding, is onze indruk.

Tenslotte bereiken we, opnieuw langs de Berkel, Zutphen. Langs een waterpoort in de oude stadsmuur, waaronder de Berkel de stad in stroomt, leidt de route naar enkele rustieke hofjes, oases van rust. Het ziet er allemaal heel verzorgd uit. De middeleeuwse Sint Walburgiskerk domineert de stad. Langs oude straten bereiken we de oever van de IJssel, de mooiste rivier van Nederland - zeker na een volle dag lopen. Dichtregels van Marsman dringen zich op, maar zo traag stroomt het water bij nader inzien nu ook weer niet.

(route circa 30 km, zie Voetwijzer voor Nederland 8: Van Dommel tot Dinkel, uitgeverij Op Lemen Voeten, 1992) Het eerste deel Naar Lochem verscheen op 7 juli.