Irving

Het is opmerkelijk, dat in het hoofdartikel "Goebbels en de maniak' (NRC Handelsblad, 8 juli) over Goebbels' dagboeken wordt geconstateerd dat het Institut zur Zeitgeschichte in deze kwestie reageert met: rustig aan, eerst vergelijken. Volgens de auteur van het hoofdartikel spreekt dit boekdelen.

Niet ten onrechte. Leiding en medewerkers van deze instelling weten, dat - nadat de Britse historicus David Irving over zijn bevindingen heeft gepubliceerd, in München een pakket kan worden verwacht met fotokopieën van alle documenten, die de door hem geconstateerde feiten bewijzen en de door hem gestelde conclusies onderschrijven en toelichten. De redactie spreekt in dit verband over documenten-fetisjisme. De dames en heren in München weten beter en zijn daarom voorzichtig.

De karakterschets in bovengenoemd artikel van Irving als een maniakale querulant, naëf, provocatief en zonder context, meer provocatie dan zorgvuldigheid, is geheel in strijd met de opvattingen van mensen als A.J.P. Taylor, Hugh Trevor Roper, prof. Donald Watt, Michael Ratcliffe en vele anderen, die hem onder meer prijzen om zijn werkwijze, inzicht, onderzoeksmethodes, documentatie, soliditeit, brillance en zijn inlevingsvermogen in de door hem aangeroerde stof.

In bij voorbeeld de New York Times, Washington Post, The Times, Observer, The Guardian zijn eveneens heel andere geluiden te horen over deze historicus dan de door de redactie gehuldigde opvattingen.