Hongkong is de moeder van alle draken

Voordat China in 1997 Hongkong in bezit krijgt, hebben zakenlui in de nu nog Britse kroonkolonie al economisch beslag gelegd op "Groot-Hongkong'. De Zuidchinese kustprovincies bloeien op, gevoed door Hongkong-kapitaal.

Dat Hongkong in 1997 een deel van "Groot-China' wordt, is genoegzaam bekend in de wereld, maar dat een belangrijk deel van Zuid-China in economisch opzicht al een deel van "Groot-Hongkong' is, is een minder aanvaarde zienswijze. De opmars van het kapitalisme uit Hongkong noordwaarts is letterlijk en figuurlijk zo grenzeloos dat de rijke Hongkong-Chinezen het, trots, als een nieuwe verzekering op hun toekomst na 1997 beschouwen.

De diepe depressie die Hongkongs 5,8 miljoen inwoners trof na de brute onderdrukking van de demonstratiegolf in Peking in 1989, heeft grotendeels plaatsgemaakt voor optimisme en ongebreideld vertrouwen in het eigen industriële, financiële en commerciële genie. Op de vraag wat er na 1997 komt, is nu het nuchtere antwoord van de Hongkong-zakenman: “1998 !”

Voor de unieke "synergie' van Hongkongs industriële dynamiek, superieure financiële en andere diensten met China's goedkope land en arbeidsmarkt is de term "Groot Hongkong' in zwang gekomen. Hij werd begin dit jaar geïntroduceerd in een rapport van het (Japanse) Nomura Research Institute getiteld Hongkong - Entering a new phase. Het rapport noemt Hongkong een "de facto geavanceerd land' met een inkomen per hoofd van de bevolking dat van 12.000 (Amerikaanse) dollar in 1990 naar verwachting zal stijgen tot 16.000 dollar. Dat is, na Japan, het hoogste in Azië.

Onder "Groot-Hongkong' in engere zin wordt Hongkong plus de aangrenzende Chinese provincie Guangdong verstaan. Samen vormen zij een middelgrote "nationale economie' met een bevolking van bijna 70 miljoen inwoners, die dezelfde taal, het Zuid-Chinese dialect Kantonees, spreekt. Familiebanden domineren alles, meer dan de helft van de bevolking van Hongkong bestaat uit Chinezen die in de jaren 1949-1982 voor het communisme zijn gevlucht uit Guangdong.

De economische penetratie van Hongkong in het grensgebied is stapsgewijs begonnen, meteen na de lancering van de Open Deur politiek en de instelling van Speciale Economische Zones door Deng Xiaoping in 1979-1980. De opdringende markt omvatte midden jaren tachtig de hele Parel Rivier Delta en nu de hele provincie.

Volgens Ezra Vogels boek One Step ahead in China: Guangdong under Reform is er vrijwel geen dorp in de provincie dat, hoe afgelegen ook, niet op een of andere manier via familierelaties met de geldstroom uit Hongkong is verbonden en daarmee zijn voorsprong heeft opgevoerd. Volgens cijfers van de Hongkong Trade Development Council hebben op basis van het systeem dat outward processing en forward integration wordt genoemd meer dan 18.000 Hongkong-bedrijven hun fabrieken in Guangdong. Ze bieden werk aan 1,4 miljoen mensen. Dan zijn er nog eens zo'n 10.000 joint ventures waarin 2 miljoen mensen werken, terwijl Hongkong zelf nog maar 680.000 mensen inde industrie heeft. Harbour Ring, de grootste speelgoedfabrikant van Hongkong heeft nog slechts 400 man personeel in Hongkong en 10.000 arbeiders in zes fabrieken in Guangdong.

Victor Fung, voorzitter van de Hongkong Trade Development Council zegt dat het industriële proces niet in zijn geheel is overgeplaatst, maar alleen de middenfase. De kop (ontwerp- en ingenieurswerk) en de staart (marketing en export) blijven in Hongkong. Het arbeidsintensieve gedeelte bevindt zich in China.

Pag.14: Turbulente groei in Zuid-China

Een gemiddeld industrieel arbeidsloon in Hongkong bedraagt nu ongeveer 1200 gulden per maand. In de Shenzhen Speciale Economische Zone, net over de grens, is het een vijfde en verder noordwaarts een tiende of minder. Dat is goedkoper dan in Thailand of Maleisië en ongeveer gelijk aan het niveau van Indonesië. Het bruto nationaal produkt van Hongkong-Guangdong is niettemin bijna anderhalf maal dat van Thailand en ook beduidend hoger dan dat van Indonesië met zijn 180 miljoen inwoners.

Landen als Thailand en Indonesië zijn in hoge mate afhankelijk van Japanse en andere buitenlandse investeringen en hulp. “Het unieke van Groot-Hongkong is dat het zelf beschikt over de financiële bronnen voor verdere groei en investeringen, dat het eigen faciliteiten heeft voor onderzoeks- en ontwikkelingswerk, een geavanceerde dienstensector en dergelijke. Want Hongkong-kapitaal is geen buitenlands kapitaal meer, maar inheems Kantonees”, zegt Yuki Kimura, president van Nomura Research Hongkong, een van de auteurs van het rapport. “Een andere grote stad als Shanghai is daarentegen voor de ontwikkeling van zijn infrastructuur bijna geheel afhankelijk van investeringen van de centrale regering in Peking.”

Een van de grootste infrastructuurbouwers in Groot-Hongkong is de flamboyante architect Gordon Wu, wiens Hopewell Holdings - gefinancierd door Hongkongs grootste onroerend-goedmagnaat Li Ka-shing - zesbaans snelwegen, tunnels, bruggen en zelfs nieuwe steden bouwt in de hele Parel Rivier Delta. Die zullen het gebied het komende decennium tot de grootste megalopolis van de wereld maken. Van alle buitenlandse investeringen in heel China (40,3 miljard dollar van 1979 tot 1990) komt 60 procent uit Hongkong, 90 procent daarvan was bestemd voor Guangdong.

Wat Hongkong de gehele jaren tachtig in Guangdong heeft gedaan, daarmee is Taiwan eind jaren tachtig begonnen in de tegenoverliggende kustprovincie Fujian (30 miljoen inwoners). Het Tiananmen-incident van 1989 heeft dat proces nauwelijks vertraagd.

Aangezien China en Taiwan om politieke redenen nog steeds geen rechtstreekse lucht- en scheepvaartverbindingen hebben, lopen de gestaag toenemende handels- en investeringsstromen van Taiwan via Hongkong. Taiwan heeft zijn "sunset-industrieën', zoals textiel, schoenen en plastic, al grotendeels naar China verplaatst, met name naar de provincie Fujian, waar het loonpeil nog lager ligt dan in Guangdong en in Zuidoost-Azië. Taiwanese investeringen, 3,4 miljard dollar in 1991, en handel, 5,8 miljard dollar, lopen grotendeels via Hongkong. Taiwans leidende banken hebben pas het afgelopen jaar voor dit doel kantoren in Hongkong geopend.

Owen Chan, in Hongkong hoofd van het internationale accountantskantoor Ernst & Young: “Taiwanese industriëlen verwachten dat, naarmate de politieke tegenstellingen en daarmee verband houdende restricties tussen China en Taiwan verder afnemen, de komende jaren 150 miljard dollar aan investeringen van Taiwan naar China zal stromen. Dat zal via Hongkong blijven gebeuren omdat Taiwans eigen financiële dienstensector te onderontwikkeld blijft.”

Economen en zakenlieden, met name Japanners, spreken sinds kort van een "Zuidchinese Economische Zone' met als "hoofdstad' Hongkong en bestaande uit Hongkong plus Guangdong, Taiwan plus Fujian en de eilandprovincie Hainan, de brug naar Zuidoost-Azië die in 1988 als geheel een Speciale Economische Zone werd.

De Zuidchinese Economische Zone (ZCEZ), met een bevolking van 115 miljoen iets kleiner dan Japan, heeft nu een bruto nationaal produkt van 300 miljard dollar, een tiende van Japan. Ze zal in de jaren negentig met netto groeicijfers van naar schatting ten minste 12 procent per jaar de zone met de snelste groei ter wereld zijn. De ZCEZ heeft iets meer dan eenderde van de bevolking van Asean, het samenwerkingsverband van Brunei, Indonesië, Maleisië, Filippijnen, Singapore en Thailand, maar een BNP dat even hoog ligt als dat van die landen samen. Het inkomen per hoofd van de bevolking in de Zuidchinese economische zone ligt op 2500 dollar, vooral een gevolg van de hoge cijfers in Hongkong en Taiwan. De komende jaren zal de consumptie zich spectaculair ontwikkelen.

Het is daarom niet verbazingwekkend dat de Makro als volgende vestigingsplaats Kanton beoogt en zijn Taiwan-expertise zal aanwenden voor het opzetten van de activiteiten daar. De centrale regering heeft onlangs het licht op groen gezet voor investeringen van het hele internationale grootwinkelbedrijf, de dienstenindustrie en zelfs de detailhandel in de Zuidchinese consumptie-revolutie.

De Japanse regering vindt dat het Japanse zakenleven tot dusver te veel aandacht aan Noordoost-China (Mandsjoerije) en de oostelijke kustgordel heeft besteed. Ze moedigt Japanse bedrijven nu aan om de vanuit Hongkong gestimuleerde revolutie in de lichte industrie te laten volgen door een vanuit Japan georkestreerde grote sprong in de zware industrie, waarin Zuid-China sterk is achtergebleven.

Na zijn opzienbarende reis naar de speciale zones in Guangdong, afgelopen voorjaar, heeft opperste leider Deng Xiaoping de take-off van Zuid-China tot model voor het hele land geproclameerd. Momenteel circuleert partijdocument nummer 4 dat de introductie van speciale zones en "open steden' tot in de diepe binnenlanden toe decreteert. Tweede "goudkust' moet het hele Yang Tse-dal worden met Shanghai als "kop van de draak'.

Het potentieel van Shanghai met zijn achterland is veel groter dan dat van Hongkong, maar de remmende factor is hier de moeilijk te breken dominatie van de staatssector. Het document beveelt aan “meer wegen te vinden om gebruik te maken van buitenlands kapitaal en flexibeler maatregelen te nemen om meer fondsen uit Hongkong, Macao en Taiwan aan te trekken”.

De grensoverschrijdende integratie van Hongkong met Zuid-China vormt een inspiratiebron voor andere gebieden, onder andere de Tumen Speciale Zone aan de grenzen van Mandsjoerije, Noord-Korea en het Russische Verre Oosten. Volgens plan zouden hier Russische en Mongoolse grondstoffen, Chinese en Noordkoreaanse goedkope arbeid en Japans en Zuidkoreaans kapitaal moeten samensmelten. Maar dat is toekomstmuziek. Deng Xiaoping heeft Guangdong tot de "vijfde draak' van Oost-Azië geproclameerd na de vier volgroeide draken van de jaren tachtig, Hongkong, Singapore, Taiwan en Zuid-Korea. Saddam Hoesein parafraserend verklaren de Hongkong-Chinezen hun stad nu tot de "moeder van alle draken'.