Hermes: dure illusie van de Europese ruimtevaart

Het Europese ruimtevliegtuig Hermes, dat rond de eeuwwisseling de Europese bemande ruimtevaart volwassen had moeten maken en een eind had moeten maken aan de hegemonie van de VS, is ten dode opgeschreven. Zelfs Frankrijk - waar de Hermes-droom destijds ontstond - lijkt ervan overtuigd te zijn geraakt dat het miljardenproject in de huidige economische situatie onhaalbaar is. De andere lidstaten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA hadden die conclusie al eerder getrokken.

Het Hermes-project zou nu veertig procent duurder worden dan vijf jaar geleden was begroot; de totale kosten zouden nu vijftien miljard gulden bedragen. Met de Hermes verdwijnt echter ook het geplande, grotendeels autonoom functionerende Europese Columbus-ruimtelab, de zogeheten Man-Tended Free Flyer (MTTF) uit het zicht, omdat deze met Hermes een twee-eenheid vormde. Daaraan is inmiddels tien miljard gulden uitgegeven.

De conclusies en aanbevelingen van de ESA-leiding, die in november tijdens een bijeenkomst van de betrokken lidstaatministers in Madrid zo goed als zeker zullen worden bekrachtigd, hebben de Europese ruimtevaart met beide benen op de grond gezet. De ESA gaat zich nu volledig concentreren op de bouw van de krachtige en commercieel aantrekkelijke Ariane 5-raket (eerste proefvlucht eind 1995) en op het speciale Columbus-laboratorium dat in 1997/'98 deel moet gaan uitmaken van het internationale ruimtestation Freedom.

De ESA is wel van plan actief te blijven in de bemande ruimtevaart. In de eerste plaats samen met de VS - via Space-Shuttlemissies en naderhand in het kader van het Freedom-project -, maar zo goed als zeker ook met het GOS, waarschijnlijk in de vorm van vluchten aan boord van het ruimtestation Mir. Die plannen geven de Europese astronauten in elk geval de kans ervaring op te doen voor eigen projecten op de lange termijn, tegen een fractie van de kosten die Hermes en MTFF zouden vergen.

Volgens ESA-directeur-generaal Jean-Marie Luton betekenen de nu gesuggereerde plannen een bezuiniging van op zijn minst tien procent op de eerdere begrotingsvoorstellen voor de periode 1993-'98. Er staan al verscheidene missies in samenwerking met de VS op het programma en een eerste Sojoez/Mir-vlucht zou al in 1994 kunnen plaatshebben voor het relatief kleine bedrag van 25 miljoen gulden.

De ESA wil het Hermes-project echter nog niet volledig stopzetten. Volgens de jongste voorstellen zou er tegen het jaar 2000 een proefvlucht met een onbemande versie van het toestel kunnen worden uitgevoerd. De "X 2000' moet na zijn lancering per Ariane 5 vanaf de basis Kourou in Frans-Guyana eenmaal om de aarde vliegen en vervolgens landen op de luchthaven van de Guyanese hoofdstad Cayenne. De totale kosten voor deze vlucht zouden gedurende de periode 1993-'98 tussen de zes en zeven miljard gulden liggen, maar dat kan lager uitpakken wanneer de samenwerking met Rusland tot stand komt.

Toch staat ook het doorgaan van X 2000 nog allerminst vast. Zelfs Frankrijk, ooit Hermes' grootste fan, vindt het te duur. De Franse minister van onderzoek en ruimtevaart, Hubert Curien - zelf een voormalig ESA-directeur-generaal - noemt het plan “interessant”, maar zegt tevens dat het “praktisch nut van de aanwezigheid van mensen in de ruimte vooralsnog minder groot is gebleken” dan in 1985 werd verwacht, toen de Fransen het idee voor de Hermes lanceerden. “Er zijn proeven gedaan met de vervaardiging van nieuwe materialen in de ruimte, maar die hebben ons er nog bepaald niet van overtuigd dat er een ruimte-industrie op het punt staat het levenslicht te zien”, aldus Curien.

Daarentegen ziet Curien in de bemande ruimtevaart wel grote beloften voor biologisch en medisch onderzoek en voor speciale missies waarbij astronauten defecte toestellen repareren. “Ik ben er tegen om Hermes koste wat kost te realiseren. Aan de andere kant blijf ik van mening dat we het hoofdstuk van de bemande ruimtevaart niet zonder meer kunnen afsluiten. Europa zal hoe dan ook bij een dergelijk programma betrokken moeten zijn”, zegt Curien.

ESA-chef Luton wijst er op dat er de eerstkomende jaren geen definitief besluit over het al dan niet realiseren van het Europese mini-ruimteveer hoeft te worden genomen, hij houdt zelfs - althans publiekelijk - nog steeds rekening met de mogelijkheid dat er toch nog een Hermes met bemanning zal vliegen - zij het zeker niet vóór het jaar 2005 - maar de indruk wordt steeds sterker dat Hermes de slag definitief heeft verloren en dat daarover nog wat vaag gedaan wordt, onder meer om Frans gezichtsverlies te beperken.

Van het Columbus/MTFF-project kan dat nog niet worden gezegd. Dat ruimtelab - bedoeld om zelfstandig om de aarde te draaien en één of twee keer per jaar door astronauten te worden bezocht voor vervanging en onderhoud van instrumenten - zal weliswaar zeker niet voor het jaar 2005 realiteit worden, maar volgens Luton is er beslist geen sprake van annulering.

De MTFF zou bijvoorbeeld deel kunnen uitmaken van de opvolger van het huidige (verouderende) Mir-ruimtestation. En in dat geval zou er ongetwijfeld ook een oplossing worden gevonden voor het transport van ruimtevaarders en wetenschappelijke ladingen, al moet wel worden aangenomen dat de rol van de Sojoez - het basis-ontwerp dateert uit de jaren zestig - dan eindelijk toch zal zijn uitgespeeld.

De ESA heeft de Russen al een aantal studieopdrachten verstrekt met betrekking tot Hermes en MTFF en de Russen hebben op hun beurt te kennen gegeven veel te voelen voor het ESA-lidmaatschap. Maar dat gaat de ESA - met name lidstaten als Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland - voorlopig nog net te ver. En ook dat is niet verwonderlijk, omdat een Russisch lidmaatschap wel eens ten koste zou kunnen gaan van de eigen Europese ruimtevaartindustrieën.

Want sommige Russische ruimtevaartprodukten waarvan de degelijkheid vaststaat kosten in Europa soms het honderdvoudige. Zo graven we ons eigen graf, meent de Europese ruimtevaart-industrie. En dat is reeds groot genoeg voor Hermes.