Hengelaars willen vissen bij de gifbelt

Een oude clandestiene stortplaats van onder andere chemisch afval in Stolwijk is volgens provinciaal onderzoek gevaarlijk. Volgende week komen er borden die de toegang tot de stortplaats verbieden.

STOLWIJK, 14 JULI. “Eerst hebben ze hier de polder volgesmeten met gif en nu zijn wij, hengelaars, daarvan de dupe. We mogen niet eens meer met de buitenboordmotor varen.” De bewoner van een van de 150 stacaravans in recreatiepark De Kooi te Stolwijk (Krimpenerwaard) spuwt zijn gal over het jongste "milieuschandaal' in dit Zuidhollandse veenweidegebied. Ergens achter in de polder komen op last van de provincie borden met "verboden toegang' bij een oude, illegale stortplaats en de vertoornde recreant denkt dat hij daarom zijn 5 pk-motortje aan de wilgen moet hangen.

Dat blijkt een vergissing. C. Breedijk, mede-eigenaar en -beheerder van De Kooi, haalt een pak papieren te voorschijn, die samen de provinciale verordening "Watergebieden en Pleziervaart Zuid-Holland' vormen. De regeling dateert van november 1990 en is hier in de Krimpenerwaard pas twee weken geleden formeel van kracht geworden. Ze verbiedt snelheden van boven de zes kilometer per uur en motorische aandrijving te water, alsook ligplaats kiezen in rietkragen. Dat alles “ter bescherming van de belangen van het landschap, de natuur, de ecologische, cultuur-historische, archeologische, recreatieve en toeristische waarden”.

Nu is het Breedijks beurt om in lichte woede te ontvlammen: “Het is zuiver toeval dat die verordening samenvalt met de waarschuwingsborden bij de belt, die twee dingen hebben niets met elkaar te maken, maar ik kan u wel zeggen: hier is sprake van onfatsoenlijk bestuur. Belanghebbenden hebben nooit bericht over het motorverbod gehad. Het schijnt in de krant te hebben gestaan, maar niemand die het wist.” Hij is het ook volstrekt niet met de regeling eens en voorspelt dat sloten, weteringen en andere watergangen binnen de kortste keren dichtgroeien: “Dan krijg je een woekering van kroos, kattestaart en allerhande waterplanten. Laat die hengelaars toch rondvaren met hun pruttelmotor. Ze doen de natuur geen kwaad.”

Opnieuw is er beroering in de Krimpenerwaard, die oer-Hollandse landstreek van weteringen, wilgen, tiendwegen en zelfkazende boeren tussen Gouda, Krimpen en Schoonhoven; 12.000 hectare land en water, afgebakend door Hollandse IJssel, Lek en Vlist. Nieuw is het verbod om met motoren door sloot en wetering te varen, oud is het verhaal van kleine en grote stortplaatsen die de drassige polder al vele jaren een kwade roep bezorgen.

Aan de zuidkant van de Krimpenerwaard ligt Lekkerkerk, een dijkdorp dat sinds april 1980, toen hier een omvangrijke illegale stortplaats van chemische afval aan het licht kwam, voorgoed als "gifdorp' te boek staat. Hier begon de ellende van de bodemvervuiling pas goed, omdat er een woonwijk op het spel stond. Lekkerkerk was de eerste van een schier onafzienbare reeks gifbelten waarmee Nederland bleek opgezadeld. Dordrecht, Maassluis, het Utrechtse Grifpark, de Volgermeerpolder, Alphen aan den Rijn - ze moesten allemaal nog volgen.

En in de Krimpenerwaard was Lekkerkerk niet de enige rotte plek. In Gouderak moest een complete woonwijk tegen de vlakte omdat de ondergrond verziekt was, en ook het EMK-terrein in Krimpen aan den IJssel kwam hoog op de lijst van beruchte locaties te staan. Eind jaren zeventig kreeg ook Stolwijk, nu wéér in het nieuws, met bodemvervuiling te maken. Het betrof een parkeerterrein waar een Rotterdamse transporteur ooit sloopafval, vermengd met chemicaliën, had gelost, maar dit geval werd destijds overvleugeld door de veel grotere affaire Lekkerkerk. Ook de sanering, die later volgde, had aanzienlijk minder om het lijf dan die aan de rand van de polder. Volgens wethouder J.H. van der Horst van de gemeente Vlist, waar Stolwijk sinds 1985 toe behoort, was de vuile grond binnen een week opgeruimd.

Over de stortplaats die nu weer in opspraak kwam, heeft Van der Horst (milieu en ruimtelijke ordening) zo zijn eigen mening: “Elke zomer, als de kranten geen nieuws hebben, schrijven ze over dit geval, vooral als het Journaal er aandacht aan besteedt.”

Niettemin kan hij het plaatsen van waarschuwingsborden van harte ondersteunen: “Kijk, van de weg of is die plek praktisch onbereikbaar voor publiek, maar omdat de stort aan de Lansing, een tamelijk breed water, ligt, kunnen mensen met een bootje er wèl komen. Daar moeten we voor oppassen, want het is inderdaad gevaarlijk terrein om te betreden, al was het alleen maar omdat je in een vat kunt stappen en je been kunt breken.”

Hij heeft ook een nieuwtje: “Ik heb vanmorgen contact gehad met de provincie en we hebben afgesproken dat niet wij, maar zij de borden plaatsen. Het is ten slotte hun verantwoordelijkheid.” Terug in recreatieoord De Kooi duurt het gemor voort, al openbaart zich een verschil met de eerdere klachten: “Als die belt gaat lekken, komt onherroepelijk de vis bovendrijven.” Beheerder Breedijk wuift de bezwaren weg: “De vis is hier springlevend.”