Griekenland moet met EG situatie op Balkan stabiliseren

In zijn artikel "Besluit over Macedonië versterkt instabiliteit Balkan' kritiseert redacteur Peter Michielsen het voornemen van de EG om Macedonië (dat wil zeggen: Macedonija of Slavo-Macedonië) slechts te erkennen als het begrip Macedonië niet in de naam voorkomt (NRC Handelsblad, 6 juli). Maar hij belicht de kwestie slechts uit de optiek van de voormalige Joegoslavische republiek. Griekenland krijgt daarbij zonder argument ten onrechte steeds de Zwarte Piet toegespeeld voor het uitblijven van erkenning van Macedonië als onafhankelijke staat, en voor de negatieve politieke en economische gevolgen hiervan.

Wie de historische achtergrond van de problematiek in aanmerking neemt - en dat moet in zo'n gecompliceerde kwestie - kan er niet onderuit begrip op te brengen voor de bezwaren van de Griekse regering en het Griekse volk. Voor veel noordwest-Europeanen en hun politici lijkt het belang van de relatie tussen moderne politiek en het (niet eens zo verre) verleden vaak gering. Voor de bevolking van zuidoost-Europa en met name van de Balkan is dat belang zeer groot. Dit onderscheid vormt een van de fundamenten voor de politieke kloof tussen, in dit geval, Griekenland en de rest van de EG.

Michielsen kent zijn geschiedenis, maar "vergeet' er op een behoorlijke wijze gebruik van te maken. Zijn artikelen weerspiegelen een stemming die Griekenland niet erg vriendelijk gezind is. Griekse kritiek op de erkenning van Macedonië wordt min of meer afgedaan als het zoeken van spijkers op laag water of als koudwatervrees. Nu verdient de politiek van de regering Mitsotakis ten aanzien van de Macedonische kwestie inderdaad geen schoonheidsprijs, maar enig begrip voor het Griekse standpunt is wel op zijn plaats.

Anderzijds wordt Slavo-Macedonië vol begrip bejegend. Dat mag, maar te veel begrip creëert een vertekend beeld, waarin politieke blunders worden geminimaliseerd en het gebruiken van Griekse symbolen (vanuit Grieks perspectief terecht beschouwd als het kapen en misbruiken ervan) gebagatelliseerd.

Symbolen hangen, juist in deze regio, nauw samen met emoties die politiek niet verwaarloosd mogen worden. Zo siert na het incident met de (Grieks-Macedonische) Witte toren van Thessalonki op de Slavo-Macedonische waardecoupons, nu de Ster van Vergna, het embleem van de Grieks Macedonische dynastie van Filippos II en Alexander de Grote, de Slavo-Macedonische vlaggen! Deze provocerende ongevoeligheid heeft de Grieken de vrees voor aanspraken op hun grondgebied versterkt. Aangezien het als een paal boven water staat dat Macedonië (Makedoná) een Grieks begrip is, kunnen dergelijke aanslagen op het Griekse erfgoed niet meer als een vergissing worden beschouwd.

Het formeel veranderen van de grondwet om de gedachte aan een streven naar een Groot-Macedonië uit te bannen, zoals de Slavo-Macedoniërs hebben gedaan, wekt tegen vermelde achtergrond bijna de indruk van een diplomatieke, papieren concessie. Wetgeving kan immers moeilijk ideeën en verlangens bestrijden. Daarom is in deze context de naam een belangrijk symbool.

De nieuwe republiek zou als positieve stap naar buiten en als teken van goede wil voor een andere naam kunnen opteren, bijvoorbeeld Dardanië of Vardar, en voor een andere vlag. Van de Griekse regering kan als tegenprestatie een welwillende opstelling gevraagd worden op economisch, politiek en zeker ook cultureel terrein.

Dat de EG de situatie heeft onderschat kan en mag Griekenland niet worden verweten. Dat als gevolg hiervan de EG zich in allerlei bochten heeft moeten wringen om Griekenland alsnog terwille te zijn, getuigt van politiek onvermogen en van gebrek aan begrip voor de problematiek van de Balkan.

De impliciete suggestie van Michielsen dat bij een erkenning van Macedonië de politieke problemen minder groot zouden worden lijkt vooralsnog voorbarig. De kans dat de Albanese minderheid zich ook in een onafhankelijk Macedonië gaat roeren is zeker aanwezig. Zijn slotopmerking dat Mitsotakis in het ongunstigste geval het politieke lijf heeft gered ten koste van een nieuwe Balkanoorlog is onheus. De mogelijkheid dat de sterk nationalistische VMRO-DPMNE aan de macht zal komen en president Gligorov naar huis zal sturen is ook in de nieuwe staat levensgroot aanwezig. Is deze partij, die bekend maakt dat ze haar volgende congres in Thessalonki), dus in Grieks-Macedonië (Makedoná), gaat houden, dan niet eerder een oorlogsrisico op de Balkan?

Desondanks hebben de Slavo-Macedoniërs, zoals ieder ander, recht op hun eigen staat. Het is de morele plicht van de Griekse regering om (gesteund door de EG) mee te werken aan de stabiliteit op de Balkan. Een goede wederzijdse relatie met de nieuwe zelfstandige noorderbuur is daarbij esentieel.