Eilandje bindt strijd aan met Australië

WELLINGTON, 14 JULI. Het lijkt op een strijd tussen David en Goliath.

Het piepkleine Nauru met een oppervlakte iets kleiner dan die van Schiermonnikoog vecht in het Internationale Gerechtshof in Den Haag tegen Australië, een van de grootste landen ter wereld. De inzet: een compensatieclaim van het eilandstaatje in de westelijke Stille Oceaan met 10.000 inwoners van circa 100 miljoen gulden, als schadevergoeding voor de ecologische vernietiging die Australië heeft aangericht door het weghalen van de fosfaatrijke bodem van Nauru. Het fosfaat van Nauru werd gebruikt om de arme bodem van Australische akkers te bemesten.

De kwestie is door Nauru's advocaten als “een van de belangrijkste milieuzaken van deze eeuw” bestempeld. Alleen een 150 tot 300 meter brede strip langs de kust van Nauru heeft nog een bodem. De rest van het eiland is omgevormd tot een maanachtig rotslandschap zonder flora en fauna. De verwijdering van vegetatie heeft tevens geleid tot hogere temperaturen en opstijgende lucht, waardoor de regenval is verminderd. Het eiland kampt daarom met grote problemen in de drinkwatervoorziening.

De eerste ronde in Den Haag werd vorige maand door Nauru gewonnen. Het Hof oordeelde dat de zaak inderdaad verder gehoord mag worden. President Dowiyogo van Nauru verwelkomde de uitspraak “omdat deze zaak van levensbelang voor ons land is”.

Nauru werd in 1888 door Duitsland geannexeerd. De Britten bevestigden in het begin van deze eeuw dat de bodem van Nauru fosfaatrijk was en troffen een winningsregeling met de Duitsers. Na de Eerste Wereldoorlog werd Nauru een voogdijgebied van de Volkenbond, bestuurd door Groot-Brittannië, Nieuw Zeeland en Australië. Australië wordt door Nauru echter als de hoofdschuldige gezien, omdat het land de voogdij van de Volkenbond en later de VN in de praktijk uitvoerde.

Australië koesterde na de Tweede Wereldoorlog plannen om de eilandbewoners massaal te verhuizen naar Australië. De Japanners hadden de bevolking van Nauru tijdens de Tweede Wereldoorlog al geëvacueerd, maar in 1948 keerden de Nauru'ers terug naar hun tijdelijke verblijf in Truk. De bewoners van de naburige Banaba-Eilanden keerden na de Japanse bezetting nooit terug, maar kochten van de opbrengsten van de fosfaatwinning op hun eilanden een eiland in Fiji. De leiders van Nauru vrezen dat hun bevolking in Australië net als de Aborigenes het slachtoffer dreigen te worden van discriminatie en tevens hun unieke taal en cultuur kwijt te raken.

Australië stelt zich op het standpunt dat de milieuschade van Nauru adequaat was afgehandeld ten tijde van de onafhankelijkheid van de eilandstaat in 1968. Het land heeft niet op de uitspraak in Den Haag gereageerd. “De onafhankelijkheidsregeling gaf de inwoners van Nauru het hoogste inkomen ter wereld. Het bood de regering van het land de mogelijkheid de door mijnbouw getroffen gebieden te rehabiliteren. “Dat is niet gebeurd”, aldus een verklaring van de Australische regering voor de uitspraak van het Hof.

Overigens is de fosfaatwinning sinds 1968 gewoon doorgegaan, maar de opbrengsten zijn door Nauru met succes geïnvesteerd in kantoorgebouwen en hotels in Australië, Nieuw Zeeland, Fiji, de Verenigde Staten en Engeland. De buitenlandse bezittingen van Nauru hebben thans een waarde van anderhalf miljard gulden. De investeringen in koopvaardij- en luchtvaartondernemingen waren overigens minder fortuinlijk en leverden aanzienlijke verliezen op. Niettemin bieden de investeringsopbrengsten een Bruto Nationaal Produkt van jaarlijks 12.500 gulden per hoofd van de bevolking op, een veelvoud van dat van de meeste andere Derde-wereldlanden.

    • Hans van Kregten