De dood van een Koreaan

Op Nieuw Eykenduynen in Den Haag staat het grafmonument voor een Koreaan. Een feit dat de Nederlandse bezoeker van de begraafplaats niet veel zegt, maar de talloze Koreanen die er tijdens hun verblijf in Nederland langs gaan, des te meer. Vandaag 85 jaar geleden overleed Yi Chun tijdens zijn vredesmissie in de hofstad. Van verdriet?

Yi Chun was voormalig aanklager bij het Koreaanse Hooggerechtshof en in zijn land enkele malen veroordeeld wegens kritiek op Japan en pro-Japanse Koreanen. In juni 1907 werd hij met twee andere vooraanstaande landgenoten naar Den Haag gestuurd waar in juli de Tweede Haagse Vredesconferentie zou beginnen. De missie reisde in het grootste geheim, waarschijnlijk over land via Rusland. Officieel was Korea niet uitgenodigd voor de vredesconferentie. De meeste belangrijke naties hadden in die tijd al besloten dat Korea als zelfstandige staat niet meer bestond en dat Japan het er voor het zeggen had. Dat was ook precies de reden waarom de keizer de missie had gestuurd: om toch nog te proberen gehoor te vinden voor de Koreaanse zaak bij de 45 deelnemende landen. Bij aankomst in de Residentie streken de drie neer in hotel "De Jong' aan de Wagenstraat en hesen er de Koreaanse vlag, precies zoals de overige delegaties in hun hotels hadden gedaan - de Japanners bijvoorbeeld in het statige Des Indes.

Voor de Hagenaars van die dagen betekende de vredesconferentie een aangenaam verzetje. “Het aan- en afrijden van de equipages, waaronder die der Chineesche heeren uitmuntten, lokte nogal wat publiek uit” berichtte de NRC voluit op 15 juni 1907. Voor de Koreaanse delegatie was het verblijf in Den Haag van het begin af aan minder aangenaam. Een meegebracht schriftelijk verzoek van hun keizer om toelating werd andermaal niet gehonoreerd, nu door toedoen van de Japanse delegatie die furieus was geworden door de plotselinge verschijning van de Koreanen. De Japanse delegatie stuurde driftig telegrammen naar Tokio en de hele affaire zou nog in juli van dat jaar tot gevolg hebben dat de keizer moest aftreden en plaats moest maken voor zijn zoon, die wél naar de Japanse pijpen zou dansen.

Intussen kregen de Koreanen in Den Haag een steuntje in de rug. Op de Prinsessegracht had zich een kleine, maar actieve groep vredesactivisten genesteld, onder de naam Internationalisme, onder leiding van de Amerikaanse journalist William T. Stead. De Nederlandse kranten noemden hem een “onvermoeibare leider van een hardnekkige oorlog tegen de oorlog”. Hij gaf dagelijks de Courrier de la Conférence de la Paix uit, die kritische kanttekeningen bij de conferentie plaatste. Ook werden er geregeld ontvangsten gehouden, geleid door publiciste barones Bertha von Suttner.

Op een van die ontvangsten werd het Koreaanse delegatielid van koninklijke afkomst Yi Wi-jong uitgenodigd om een lezing te houden. In zijn speech kon hij de wereld dan eindelijk kenbaar maken welke wandaden Japan tegen het Koreaanse volk beging. Hij wees erop dat het protectoraats-verdrag, dat Japan in 1905 met Korea had gesloten, ongeldig was omdat dit onder Japanse dwang was gebeurd. De internationale pers besteedde uitgebreid aandacht aan de lezing, maar van beïnvloeding van de op de conferentie aanwezige landen was geen sprake. In dit tijdperk van kolonialisme hadden de groten der aarde boter op het hoofd, en zij steunden de expansieplannen van Japan in Korea zonder uitzondering.

Vijf dagen na de lezing meldden kranten in een klein bericht dat de tweede gedelegeerde van de Koreaanse missie Yi Chun op 14 juli op 48-jarige leeftijd in Den Haag was gestorven. De ene krant gaf hartverlamming als doodsoorzaak, een andere een operatie aan een abces in zijn wang. Yi Wi-jong, zelf niet meer in Den Haag maar in St. Petersburg bij zijn zwaar zieke vrouw, gaf later een interview aan de Courrier de la Conférence waarin hij met veel gevoel voor dramatiek op de dood van zijn landgenoot inging en de toon zette voor de latere verhalen over Yi Chun. “Het is een groot verlies voor mij, maar nog een groter verlies voor mijn land. Yi Chun was een goede patriot en een martelaar, omdat hij stierf van verdriet. Hij had een ijzeren constitutie, maar de rampen die zijn vaderland troffen en de wrede verschrikkingen van de Japanners hebben een zo grote aanslag op zijn vaderlandslievende hart gedaan dat hij niet langer kon leven. Zijn laatste woorden zijn geweest: Help mijn land! De Japanners zijn bezig Korea ten ondergang te brengen.”

Yi Chun werd onder geringe belangstelling bijgezet in een algemeen graf op begraafplaats Nieuw Eykenduynen. Van het plan om zijn overblijfselen over te brengen naar Korea zag de Koreaanse delegatie later toch af, omdat zij er niets voor voelde hiervoor toestemming te vragen aan de Japanse autoriteiten. In september werd hij definitief ter aarde besteld. Nu was ook de voorzitter van de YMCA in Den Haag aanwezig - Yi Chun was voorzitter van de YMCA in zijn land - en er werd een gebed voor de overledene uitgesproken.

In 1963 werden zijn overblijfselen alsnog overgebracht naar Korea, maar het monumentje bleef op de Haagse begraafplaats staan. In 1977, op zijn 70ste sterfdag, schonk de Koreaanse regering een bronzen buste van Yi Chun, waarmee zij Yi's "zelfopofferende toewijding aan zijn land, in gedachten en daden' wil memoreren. Zelfmoord wordt van officiële Koreaanse zijde niet als doodsoorzaak genoemd. Het medisch dossier dat na de dood van Yi Chun werd opgemaakt is spoorloos verdwenen en hoe de Koreaan werkelijk is gestorven zal wel altijd onopgehelderd blijven. Dat Koreanen toch aan een heroïsche dood willen blijven geloven is begrijpelijk gezien de vele ontberingen die dit volk in deze eeuw heeft moeten doorstaan. Voor de meeste Nederlanders is de geschiedenis van Korea nog altijd onbekend en van Yi Chun heeft hier te lande nauwelijks iemand gehoord.

Hoewel, in Yi's sterfhuis, het pand van het voormalige hotel De Jong aan de Wagenstraat, waar nu een biljartpaleis is gevestigd kan de uitbater nog verhalen van de "dooie Chinees'.