Aan de rand van de afgrond

Hoewel de economische en financiële sanering waaraan het nieuwe Italiaanse kabinet is begonnen bedoeld is om het land op langere termijn weer competitief te maken, maken een aantal van de maatregelen het voor de industrie moeilijker om snel uit de recessie te komen.

Premier Giuliano Amato heeft gezegd dat de bestrijding van de inflatie voorop staat en dat is geprobeerd negatieve effecten op de produktie te vermijden. Maar om de koers van de lire in het Europees Monetair Stelsel te handhaven heeft de Italiaanse centrale bank begin deze maand moeten besluiten het disconto met een vol procent te verhogen, naar 13 procent. Italiaanse bedrijven die geld nodig hebben voor hun herstructureringsproces zijn hierdoor in het nadeel vergeleken met concurrenten elders in Europa.

Bovendien kan het bezuinigingspakket van 45 miljard gulden dat het kabinet-Amato zondag heeft goedgekeurd, leiden tot een daling van de particuliere bestedingen. Een aantal belastingen gaat omhoog en er is een loonstop in de publieke sector aangekondigd.

We stonden aan de rand van de afgrond en we moesten wel een paar stappen terug doen, heeft premier Amato zondag gezegd. Vandaar dat enkele van de maatregelen ware noodmaatregelen zijn. Het kabinet heft een eenmalige extra belasting van 0,6 procent over de tegoeden op alle soorten bankrekeningen: rekeningen-courant, spaarrekeningen en termijndeposito's. De peildatum is 9 juli. Het kabinet heeft afgezien van belasting op staatsobligaties en -leningen, veruit de populairste vorm van sparen in Italië, om te vermijden dat grote en kleine spaarders naar andere middelen zoeken en het zo voor de overheid moeilijker maken om haar tekort te financieren. Over de rente die op banktegoeden wordt gegeven, moet al dertig procent belasting worden betaald.

Tevens komt een eenmalige extra belasting van 0,2 procent op onroerend goed. Maar er is wel een scherpere controle op de betaling van de onroerend-goedbelasting aangekondigd, door de elektriciteitsrekeningen te vergelijken met de belastingaangiftes.

Bovendien zijn overheidsdocumenten als paspoorten, rijbewijzen en een groot aantal vergunningen twee keer zo duur geworden. Gevoegd bij de verhoging van de werknemersbijdrage voor de gezondheidszorg, met 0,8 procnet voor loontrekkers en 1,0 procent voor zelfstandigen, betekent dit dat het gemiddelde Italiaanse gezin als gevolg van de bezuinigingsmaatregelen 100.000 lire per maand minder te besteden heeft, ongeveer 150 gulden.

Een mogelijk inflatoir effect kan de opheffing van de equo canone veroorzaken, een soort huurbescherming, al werd deze in veel huurcontracten al niet meer toegepast. De opheffing geldt alleen voor inkomens van boven de 75.000 gulden.

Het kabinet heeft verder maatregelen vermeden die de inflatie zouden kunnen verhogen. Vorige maand lag de inflatie op jaarbasis op 5,7 procent. De meeste economische instituten verwachten dat de inflatie aan het eind van het jaar niet lager zal zijn dan 5,3 procent, bij een geplande inflatie van 4,5 procent. Voor volgend jaar heeft premier Amato de verwachte inflatie omlaag gebracht van 4 naar 3,5 procent.

De eerste saneringsmaatregelen van het kabinet-Amato, dat twee weken geleden is aangetreden, zijn met instemming begroet, maar in veel commentaren wordt daaraan toegevoegd dat dit niet meer dan het begin is en dat het kabinet niet moet terugschrikken voor structurele maatregelen om de overheidsuitgaven terug te brengen.

Amato hoopt met zijn pakket ongeveer 45 miljard gulden te bezuinigen, om zo het begrotingstekort op zijn oorspronkelijk doelstelling te krijgen van 130 biljoen lire, bijna 200 miljard gulden. Verwacht wordt dat in de nieuwe begroting voor zeker het dubbele bedrag moet worden bezuinigd.

Om te proberen de industriële produktie te stimuleren heeft het kabinet-Amato een belastingvoordeel ingevoerd voor bedrijven die hun winst herinvesteren. Grote bedrijven is verweten dat zij de winsten die in de jaren tachtig hebben gemaakt, onvoldoende hebben gebruikt voor nieuwe investeringen.

Er zijn verscheidene signalen dat de produktie aarzelend weer aantrekt. Het gaat echter om niet meer dan een flauwe opleving. Het niveau van de eerste helft van vorig jaar is nog niet bereikt. Een teken van de problemen van de Italiaanse economie is ook de ontwikkeling van de handelsbalans. Terwijl de importen in het eerste trimester van dit jaar ongeveer stabiel zijn gebleven, zijn de exporten gedaald. Hierdoor is het tekort op de handelsbalans (gezuiverd voor de olie-import) van 1 naar 2,6 biljoen lire gestegen, bijna 4 miljard gulden. Deze stijging is vooral het gevolg van de verslechtering van de handelsbalans voor kleding en textiel, en voor vervoermiddelen: Fiat verliest in Italië in hoog tempo terrein aan niet-Italiaanse automerken.