"Vredesvoorstel' ETA welwillend ontvangen

MADRID, 13 JULI. De Spaanse politiek heeft het afgelopen weekeinde met gematigd optimisme gereageerd op het voorstel van de Baskische militante afscheidingsbeweging ETA voor een wapenstilstand van twee maanden en het begin van vredesonderhandelingen.

Vice-premier Narcis Serra onderstreepte zaterdag slechts het al bekende regeringsstandpunt door te zeggen dat de overheid geen voorwaarden kan aanvaarden voor het begin van een dialoog: “Het enige wat ETA moet doen is ophouden met moorden”.

Volgens de zaterdag in het dagblad Egin afgedrukte tekst van het ETA-voorstel zou de regering zich echter bereid moeten verklaren tot “politieke onderhandelingen in een neutraal land” en moeten zorgen dat de onderhandelaars onderwijl niet aan vervolging bloot staan. Deze voorwaarden zijn precies dezelfde als die welke de organisatie de afgelopen twee jaar steeds heeft aangeboden.

Redenen voor optimisme ontlenen veel politici, onder wie de vertegenwoordigers van de regeringspartij PSOE in Baskenland, dan ook vooral aan de ernstig verzwakte positie van de terreurbeweging door de talrijke arrestaties van de laatste maanden en aan het tijdstip waarop het voorstel nog eens naar buiten wordt gebracht, vlak voor het begin van de Olympische Spelen. De retoriek van de ETA is dezelfde gebleven, maar de interpretatie moet nu anders zijn, zo kan hun opvatting worden samengevat.

Een woordvoerder van de grootste politieke partij in Baskenland, de gematigde Partido Nacionalista Vasco, ried de regering zaterdag aan om de geboden kans niet te laten lopen. José Antonio Ardanza, namens de PNV president van Baskenland, liet zich een dag later echter zeer negatief uit over het communiqué van de ETA. Hij noemde het “een emmer koud water” en verdacht de terroristen ervan de juist op gang gekomen gesprekken tussen hun “legale arm”, Herri Batasuna, en de PNV te willen verstoren.

Na het mislukken van de laatste onderhandelingen tussen de Spaanse regering en de ETA, drie jaar geleden in Algerije, zijn er steeds informele contacten blijven bestaan tussen Madrid en leiders van de beweging die zich in Latijns Amerika in ballingschap bevinden. In het ETA-voorstel wordt nu als onderhandelingspartner Eugenio Etxebeste aangewezen, die op Santo Domingo verblijft. Bekend is dat Etxebeste intern heeft gepleit voor het beëindigen van de gewapende strijd. Hij zou zelfs meer geneigd zijn tot compromissen dan de meest radicale vleugel binnen Herri Batasuna. Zijn aanwijzing wordt daarom door sommigen gezien als een steun in de rug voor diegenen binnen HB die de coalitie willen "normaliseren' en laten deelnemen aan het parlementaire werk. Ook om die reden valt het initiatief van de ETA te zien als een hoopvol signaal.