Veiling van Nederlandse kostuum-topstukken in Londen

Morgen veilt Christie's in Londen anoniem de mooiste 18de- en 19de-eeuwse kledingstukken uit de privécollectie van de Nederlandse kostuumverzamelaar Fred van der Laken. Deze topstukken verdwijnen zo goed als zeker uit Nederland. Over de resterende collectie van Van der Lakens kostuummuseum in Utrecht wordt moeizaam met Nederlandse musea onderhandeld.

Christie's viert deze week het 25-jarig jubileum van zijn kostuumveilingen in Londen met de veiling van 230 topstukken. De 95 topstukken uit Van der Lakens collectie (die in de catalogus anoniem wordt aangeduid als 'a gentleman') zijn daar onderdeel van.

Op 23 juni veilde Christie's al honderd laat-19de-eeuwse kledingstukken van Van der Laken en op 28 juli worden nog eens honderd stuks van de Nederlandse verzamelaar geveild.

Kostuumverzamelaars en -liefhebbers in Nederland zijn teleurgesteld over het feit dat de mooiste stukken uit Van der Lakens privé-collectie in Londen geveild worden. Mr. J.M. de Jonge-de Meijere, voorzitter van de Nederlandse kostuumvereniging, waarbij vrijwel alle kostuumverzamelaars en musea zijn aangesloten: “Ik vind het jammer dat een belangrijke in Nederland bijeengebrachte collectie in het buitenland geveild wordt. Nu er in Londen geveild wordt, hebben kleine verzamelaars niet de kans iets te kopen uit de collectie Van der Laken. Daarvoor zijn de reis- en verblijfkosten te hoog. Met een grote veiling van de hele verzameling Van der Laken zou je heel kostuumverzamelend Nederland op de been krijgen,” zegt ze. Het argument dat Christie's Amsterdam te weinig specifieke kennis op het gebied van kostuums zou hebben, vindt ze niet steekhoudend.

Van der Laken was de oprichter en directeur van het Utrechtse Historisch Kostuum Museum dat op 12 april definitief gesloten werd. Als redenen voor de sluiting werden onder meer de steeds zwaarder wordende lasten en het ontbreken van structurele financiële steun genoemd.

In een persbericht deelde het museum mee dat de collectie zou worden ondergebracht bij andere museale instellingen. Er werd niet bij vermeld dat 60 tot 70 procent van de collectie uit een bruikleen van Van der Laken bestaat. De verzameling van Van der Laken zelf is niet genventariseerd, die van de Stichting Historisch Kostuum Museum, die na 1975 is ontstaan uit schenkingen en aankopen, bestaat uit circa duizend kledingstukken uit de 18de, 19de en 20ste eeuw en vele honderden accessoires.

Het Historisch Kostuum Museum heeft de stichtingscollectie begin april als bruikleen aangeboden aan de gemeente Utrecht. De verzameling zou toegevoegd kunnen worden aan de stedelijke kostuumcollectie in het Centraal Museum.

De voorzichtige reactie van burgemeester en wethouders was voor de stichting aanleiding om contact op te nemen met museum het Schielandhuis in Rotterdam, dat te kennen heeft gegeven belangstelling voor de verzameling te hebben. Directeur A.M. Meyerman van het Schielandhuis wil de kleine kostuumcollectie van het museum uitbreiden en meer kostuums exposeren om “het gat in de markt te vullen”. Volgens Meyerman is het Schielandhuis een van de weinige musea die nog aandacht aan kostuums besteden.

Sj. Ex, directeur van het Utrechtse Centraal Museum, reageert verbaasd op het bericht dat met het Schielandhuis onderhandeld wordt: “Wij hebben heel duidelijk tegen de stichting gezegd dat we belangstelling hebben voor de collectie. Maar we hebben wel voorgesteld een periode van bezinning in te lassen waarin we kunnen bekijken wat er in de collectie zit, hoe dat aansluit bij onze eigen collectie en onder welke voorwaarden de collectie wordt aangeboden. Want daar moeten we natuurlijk wel aan kunnen voldoen. We hebben in het Centraal Museum groot gebrek aan goede depotruimte en zitten met een personeelsprobleem. Het kost geld om dat op te lossen en dat hebben we op dit moment niet. Ons voorstel aan de stichting was om in maart 1993 de collectie van het Historisch Kostuum Museum tentoon te stellen in het Centraal Museum. Het zou een afscheidstentoonstelling kunnen worden en tegelijkertijd de presentatie van de aan de gemeente Utrecht overgedragen collectie.”

Voor Van der Laken duurt dat te lang. De verzamelaar zit in het buitenland en is niet bereikbaar voor commentaar, maar volgens C.M. Rosenberg, tot enkele weken geleden voorzitter van de stichting, wil Van der Laken zo snel mogelijk van beide verzamelingen af om de panden waarin het museum gevestigd is en die zijn eigendom zijn, te kunnen verkopen.

Als de collectie van het Historisch Kostuum Museum naar Rotterdam gaat, is dat een streep door de rekening van Sj. Ex. De directeur van het Centraal Museum is voorstander van de oprichting van een Nationaal Presentatiepunt voor Mode en Kostuum dat door permanente en/of wisselende tentoonstelling een groot deel van het Nederlandse kostuumbezit zou kunnen tonen. De musea met kostuumverzamelingen zien daar door beperkte presentatiemogelijkheden geen kans toe en kunnen, zoals Ex het noemt, alleen "het topje van de ijsberg' laten zien. Als de collectie van het Historisch Kostuum Museum toegevoegd kan worden aan die van het Centraal Museum, is er ten minste al één grote collectie waaruit het Presentatiepunt kan putten. Vorige week adviseerde een speciale advies commissie positief over het opzetten van een Presentatiepunt.