Theoloog staakt de strijd tegen Rome; Profiel van LEONARDO BOFF

Na jaren van geharrewar met zijn superieuren in Rome besloot de Braziliaanse theoloog, prof. dr. Leonardo Boff dat hij daar genoeg van had. In de kringen van de boefenaars van de théologie engagée reageerde men ontdaan: alweer een broeder gebroken. Boff zegt zijn priesterschap vaarwel, maar ondertussen is gebleken dat daar nog iets meer achter zat dan alleen ergernis over het optreden van het Romeinse leergezag.

In Zuid-Amerika, het werelddeel waar meer dan de helft van alle rooms-katholieke gelovigen leeft, dreigt een bekende theoloog, de Braziliaanse Franciscaner broeder Leonardo Boff van het kerkelijk toneel te verdwijnen. Broeder Leonardo die niet alleen in zijn werelddeel maar ook elders, bijvoorbeeld in Nederland, veel vrienden en bewonderaars heeft, heeft er genoeg van altijd maar tegen Rome, het machtscentrum van de katholieke kerk, te moeten strijden. “Alles heeft zijn grenzen en ik heb mijn grens bereikt”, zei hij twee weken geleden in een interview met het Braziliaanse dagblad Folha de Sao Paolo. “Want wat ik van het Leergezag (in Rome) heb ondervonden, is dat het wreed en onbarmhartig is, dat het niets vergeet en niets vergeeft.”

Om die reden trekt hij zich terug, verlaat hij de Franciscaner Orde en kondigde hij aan in Rome toestemming te zullen vragen om het priesterschap te mogen opgeven. Gebeurt dat, dan is Boff voor het eerst in zijn leven vrij man, dan kan hij - mits hij een uitgever vindt - publiceren wat hij wil en is hij van alle verplichtingen die aan het priesterschap kleven (zoals de verplichting ongehuwd te blijven) verlost. Toen zijn besluit daartoe bekend werd, waren er meteen mensen die zich afvroegen wat er precies achterzat. Het zou best eens zó kunnen zijn, vermoedde Boffs Franciscaner broeder, de Tilburgse godsdienstsocioloog prof. Walter Goddijn dat er andere dan de genoemde motieven aan zijn besluit ten grondslag lagen.

En dus kwam het telefoontje van jongstleden vrijdag uit Nijmegen met de mededeling dat Boff trouwplannen heeft niet als een volkomen verrassing. Hoewel zijn beweegredenen hierdoor in een wat ander licht komen te staan, meent de 37-jarige Nijmeegse theologe Berma Klein Goldewijk die vorige jaar cum laude promoveerde met een proefschrift over Boffs bevrijdingstheologie en die duidelijk tot de kring van zijn bewonderaars behoort, dat “men het een en het ander, zijn theologische en zijn persoonlijke motieven, goed uit elkaar moet proberen te houden”. Eerder hadden zij en haar promotor, de 64-jarige oud-missionaris, prof. dr. Jacques van Nieuwenhove, die de Braziliaan allebei goed zeggen te kennen, nog nadrukkelijk verklaard dat er “geen enkele aanwijzing is dat Leonardo om andere dan zuiver zakelijke redenen van zijn priesterlijke verplichtingen afwil”.

In geen werelddeel leven zoveel katholieken en zoveel arme, uitgebuite mensen als in Zuid-Amerika. Die twee factoren hebben ertoe geleid dat de theologie van dat continent een veel duidelijker sociaal-politieke inslag heeft dan bij de traditionele Europese theologie het geval is. Zuidamerikaanse theologie, voorzover die - ingevolge de boodschap van Christus - voor de armen kiest, is "bevrijdingstheologie'. Ze is in Brazilië in de christelijke basisgemeenschappen (communinades de base) ontstaan en ontwikkeld en heeft zich daarna over heel Zuid- en Midden-Amerika evenals bijvoorbeeld op de Filippijnen verspreid. Een van haar bijzondere kanten is dat ze oecumenisch van karakter, zowel katholiek als protestants, is. Protestantse bevrijdingstheologen zijn bijvoorbeeld José Miguel Bonino (Argentinië), Ruben Alves (Brazilië) en de Uruguyanen Julio de Santa Ana en Julio Barreiro terwijl aan katholieke zijde vooral mensen als Gustavo Gutièrrez (Peru), Jon Sobrino (El Salvador), Juan Luis Segunda (Uruguay) en de gebroeders Leonardo en Clodovis Boff bekend zijn. Volgens Gary Maceoin, redacteur van het Amerikaanse blad National Catholic Reporter, heeft die samenwerking in Rome tot grote argwaan geleid, want daar voelt men maar bitter weinig voor oecumenische initiatieven.

Met die argwaan heeft vooral de 53-jarige Leonardo Boff te maken gekregen, die in München een degelijke opleiding heeft genoten en daar in 1972 is gepromoveerd op het proefschrift met de weidse titel, Die Kirche als Sacrament im Horizont der Welterfahrung; Versuch einer Legitimation und einer struktur-funktionalitische Grundlegung der Kirche im Anschlusz an das II. Vatikanische Konzil.

“Boff was een vrolijke, vriendelijke man, hij zag er goed uit. Soms liep hij in habijt, soms ook niet. Hij woonde in het Franciscaner klooster Sankt Anna middenin de stad”, vertelt zijn vroegere medestudent Knut Walf, nu hoogleraar kerkrecht in Nijmegen. “Hij sprak uitstekend Duits”, herinnert Walf zich. “In München was hij een van de weinige theologie-studenten uit Zuid-Amerika. Nadat wij afgestudeerd waren, heb ik hem een paar jaar niet meer gezien. Totdat hij net als ik in de redactie kwam van het internationale theologenblad Concilium dat destijds - na het Tweede Vatikaans concilie - door Schillebeeckx en de Nederlandse uitgever Paul Brandt werd opgericht. Hij heeft me nogal wat over zijn ervaringen met Rome verteld. Omdat we allebei in München hebben gestudeerd, trokken we met elkaar op bij de Concilium-bijeenkomsten. Vorig jaar in Wiesbaden zei hij me hoe slecht zijn zaak ervoor stond; dat hij door kardinaal Ratzinger (hoofd van de Congregatie voor de geloofsleer) voor een soort "marxist' wordt gehouden terwijl hij dat helemaal niet is. Zou een Europese theoloog door Ratzinger zo'n etiket opgeplakt krijgen, dan is dat tot daaraantoe, maar in Zuid-Amerika is zoiets levensbedreigend. Marxisten worden daar als "verraders van Christus' beschouwd; je komt daardoor buiten alle kaders te staan, je wordt als het ware vogelvrij en tot prooi van doodseskaders verklaard.”

Leonardo kwam uit een gezin van elf kinderen. Zijn moeder was een vrome, echte volkskatholieke vrouw. Zijn vader, de zoon van Italiaanse, Duitssprekende ouders die in 1890 uit de Dolomieten naar Brazilië trokken, was van beroep onderwijzer en tevens dorpsapotheker. Hij beijverde zich ervoor om de mensen in hun woonstreek Santa Caterine de eerste beginselen van schrijven en lezen bij te brengen.

Berma Klein Goldewijk die drie maanden lang dag aan dag met de zoon van die sociaal voelende vader is opgetrokken, bewondert zijn "buitengewone werklust', spreekt over de enorme spirituele uitstraling die van hem uitgaat en vertelt ook over de grote geestelijke crisis die hij twintig jaar terug, in 1970 heeft meegemaakt. “Hij moest toen preken in Manau - in het Amazonegebied en merkte toen dat de theologie waar hij mee bezig was absoluut niets van doen had met wat er werkelijk in zijn land aan de hand was. Leonardo ontdekte dat hij nog veel te veel aan de kerk vastzat en dat zijn engagement met het uitgebuite volk toen nog maar bitter weinig voorstelde. Sinsdien is hij veranderd, sindsdien is hij een bevrijdingstheoloog geworden, beoefenaar van een "theologie vanuit de keerzijde van de geschiedenis'. Theologie dus die aansluit bij de strijd van het verpauperde deel van de maatschappij in de Derde wereld en die aangeeft wat de plaats is waar kerk en christenen zouden moeten staan.

Dat Boff door Rome als een gevaar wordt gezien, begrijpen de Nijmeegse missioloog prof. Van Nieuwenhove en dr. Klein Goldewijk wel. Maar terecht vinden ze het niet, ook al noemen ze Boffs denkbeelden, gebaseerd op de marxistische analyse van de strijd van het volk tegen het internationale kapitalisme, uiterst revolutionair. Vooral ook omdat hij met die analyse in de hand ook de kerk zelf heeft onderzocht en daarbij tot de ontdekking kwam dat de klassenstrijd binnen de kerk even hard aanwezig is als erbuiten.

Kardinaal Ratzinger van de Congregatie voor de geloofsleer in Rome vindt Boffs werkwijze, de hantering van de marxistische analyse als het om de kerk gaat, volstrekt ongeoorloofd. Vooral omdat op die manier marxistische, atheïstische voor-onderstellingen, zoals dat religie "opium van het volk' is en van geweld als principe van de geschiedenis, op de theologie-beoefening worden losgelaten. Volgens Boff betekent gebruikmaking van het marxistische denkraam nog helemaal niet dat daarmee ook een marxistisch oordeel over de kerk wordt geveld en Van Nieuwenhove en Klein Goldewijk zijn het in dat opzicht volstrekt met de bevrijdingstheoloog eens.

Minder enthousiast zijn de kerkjurist Walf in Nijmegen en dr. Toine van der Hoogen, hoogleraar systematische theologie aan de katholieke Universiteit voor theologie en pastoraat in het Limburgse Heerlen. Walff vindt het bijvoorbeeld onverteerbaar dat Boff de Sovjet-Unie - nog in 1987 - een "gezonde samenleving' heeft durven noemen. “Ik heb dat nooit begrepen. Ik vermoed dat hij het slachtoffer van misleiding is geworden, dat ze hem een Potemkim-façade hebben laten zien of het moet zijn dat hij een vergelijking heeft willen maken tussen de armoede in zijn werelddeel en die in de Sovjet-Unie, waarbij de Sovjet-Unie er nog het beste afkwam.”

Van der Hoogen ziet de bevrijdingstheologie als die van Boff en van de Peruviaan Gutièrrez als pure noodzaak. “Theologen moeten altijd met beide benen op de grond en in de maatschappij staan. Ook in Heerlen moet dat. En mensen als Boff doen dat ook: gezien de Zuid-Amerikaanse situatie kunnen ze ook niet anders want zouden zij blind zijn voor de machtsposities en de economische verhodingen in de maatschappij, dan zouden ze de armen in de steek laten en die met hun vaak voorkomende - en vroeger door de kerk zelden gecorrigeerde - idee laten zitten dat armoede een kwestie van "schuld en zondigheid' is. Ik begrijp die Ratzinger die de bevrijdingstheologen zo fel bestrijdt, dan ook niet. Hij verliest de Zuid-Amerikaanse werkelijkheid van armoede en onderdrukking volkomen uit het oog evenals de positie van theologen die daar werken en die vaak op een heel confronterende manier uit hun eigen beschermde omgeving zijn weggerukt. Ratzinger meent op een Europese manier dat het om een tegenstelling tussen geloof en ongeloof, tussen christendom en marxisme gaat. Maar zo ligt het in Brazilië niet; daar gaat het niet om die tegenstelling maar om het kernprobleem van al dan niet menswaardig bestaan”.

Toch is Van der Hoogen niet helemaal gelukkig omtrent Boff. Wat betreft de eindeloze reeks van publikaties (boeken, tijdschriftartikelen en commenaren) die Boff op zijn naam heeft staan, vindt de Heerlense professor dat die de laatste jaren wel heel erg op louter "spirituele getuigenissen' lijken en dat zijn confrater, vooral in zijn latere werken eigenlijk nauwelijks toekomt aan een "intellectuele verantwoording' van zijn geloof en van zijn opvattingen.

Nu Leonardo Boff afscheid heeft genomen van de Franciscaner broederschap en op grond van welke motieven dan ook zijn priesterpij wil uittrekken, wordt hij weer "vrij man', zegt Berma Klein Goldewijk. Van Rome zal hij geen last meer hebben. Geen zwijggeboden, geen censuur meer en geen publikatiebeperkingen en ook geen lastgevingen om de pers ver van zijn bed te houden. “Hij kan doorgaan met zijn werk”, zegt zij. “Zoals Boff zelf heeft gezegd: Mijn strijd gaat door, ook al verandert het toneel' ”.