The Staple Singers ontketenen nog steeds een vocale wervelstorm

Concert: The Staple Singers, North Sea Jazz Festival. Gehoord: 12/7 Ned. Statenhal (Congresgebouw), Den Haag.

Het North Sea Jazz Festival miste een schot voor open doel door nauwelijks of geen aandacht te besteden aan de hernieuwde opgang van jazzinvloeden in de hedendaagse popmuziek. Weliswaar mocht discjockey Graham B een indruk geven van de maandelijkse "Jazz Bop'-avonden in Paradiso, maar waar Galliano en Gang Starr op de podia ontbraken, werd wederom de voorkeur gegeven aan een voorspelbare parade van oude bluesmannen en goudomrande Las Vegas-soul. Terwijl de koningin van de kitsch Roberta Flack op de omslag van het programmaboekje prijkte, werd de beste soulact van het festival verbannen naar een miezerig stukje onderop pagina 71 en een optreden op de verkeerde plaats en de verkeerde tijd.

The Staple Singers stonden voor de onmogelijke opgave om het vermoeide of het zojuist gearriveerde festivalpubliek een dosis ware bezieling mee te geven. Op de vroege zondagavond in de nog half lege Statenhal, moest het paardemiddel van geforceerde publieksparticipatie uit de kast worden gehaald om enige respons te bewerkstelligen. Aan de banale meezinger Reach out and touch had niemand een boodschap, maar bij vlagen schemerde iets door van de onsterfelijke gospel- en soulmuziek waarmee The Staple Singers hun naam vestigden.

De uit Mississippi afkomstige "Pops' Roebuck Staples stond voor een moeilijk dilemma, toen hij halverwege de jaren vijftig moest kiezen tussen de verheven boodschap van de gospelmuziek en de wereldse verlokkingen van de hitparade. Met zijn dochters Mavis, Cleotha en Yvonne zong hij hartverscheurende gospel, terwijl de platenbaas liever zag dat de Staples zich tot de rock & roll bekeerden. Net als bij tijdgenoten als Sam Cooke en Ray Charles werd uit deze schijnbaar tegenstrijdige richtingen een meeslepende nieuwe muzieksoort geboren. Na een reeks gewijde gospelplaten maakten The Staple Singers eind jaren zestig furore als een van de voornaamste hitleveranciers van het in soul gespecialiseerde platenlabel Stax. Uit die tijd stamt ook de befaamde uitspraak van Pops: “Niemand wil zo graag naar de hemel als ik, maar hier beneden moet er ook brood op tafel.”

Inmiddels is Pops een krasse baas van 76, die van de gelegenheid gebruik maakte om zijn pasverschenen soloplaat Peace to the neighborhood onder de aandacht te brengen. Nadat hij twee breekbare bluesnummers had opgeluisterd met zijn herkenbare vibrato-gitaar, viel zijn enigszins wankele aanwezigheid in het niet bij de vocale wervelstorm van dochter Mavis, die zich al grommend, doo-woppend en wild met de armen zwaaiend in trance zong.

Daarbij ging ze voorbij aan de songs die ze recentelijk met Prince opnam, en beperkte haar familiegroep zich tot soulklassiekers als Respect yourself en I'll take you there. De kerkelijke achtergrond werd geenszins verloochend, want het dynamisch vraag- en antwoordspel tussen Pops en zijn dochters herinnerde aan de wisselwerking tussen een baptistenpredikant en zijn gehoor. Dat in de teksten nauwelijks over de Heer werd gerept, deed niet af aan de hemelse inspiratie. Wel leek het alsof Mavis nog maar net op gang was gekomen, toen de schamele drie kwartier in de galmende sporthal alweer voorbij waren. The Staple Singers verdienen een intiemere, warmere omgeving waar een publiek zich met volle overgave mee kan laten slepen in muziek die sinds de hoogtijdagen van de soul nog niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.