Sentiment op obligatiemarkt verbeterd, rente nog onveranderd

ROTTERDAM, 13 JULI. Nog steeds laat de rente in ons land een vrijwel onveranderd beeld zien, maar de ondertoon op de Nederlandse obligatiemarkt is, hoewel nog voorzichtig, minder negatief dan enige tijd geleden.

Zo zijn de laatste weken door beleggers bij redelijk grote omzetten posities in obligaties ingenomen. Kennelijk is het rentesentiment inmiddels zodanig verbeterd dat de meeste beleggers niet al te liquide de zomermaand in willen gaan, uit vrees om de boot (lees een rentedaling) te missen. Achtergrond hierbij vormen signalen die voor de middellange termijn wijzen op een niet ongunstig rentebeeld. Het inflatiecijfer voor Nederland over de maand juni, afgelopen week door het CBS bekend gemaakt, betekende dat de inflatie wederom iets is afgenomen. Op jaarbasis bedraagt de inflatie nu precies 4 procent. Vorige week werd verder duidelijk dat nu ook in Duitsland zich een verdere verzwakking van de economische groei aftekent. Zowel de groeivertraging als de dalende inflatietrend, in Duitsland en Nederland, zijn ontwikkelingen die op termijn voor gunstig renteklimaat zorgen.

Vorige week bleef het rendement van de laatste 10-jaars benchmark nog rond de 8¼ procent liggen. Elkaar tegensprekende monetaire autoriteiten over het rente- en valutabeleid, en daarbij een nieuwe emissie van de Duitse overheid hadden een enigszins koersdrukkend effect. Geruchten over een Duitse renteverhoging vielen ook de afgelopen week weer te beluisteren; de Europese rentesleutel ligt nog steeds bij de Bundesbank.

Begin van de week speelde voorts nog mee, dat een compromis werd bereikt inzake de Duitse bronbelasting op renteinkomsten. Weliswaar zal de belasting 30 in plaats van 25 procent bedragen, het Duitse bankgeheim blijft echter onverkort van kracht. In concreto houden de plannen in dat de bronbelasting aan 80 procent van de Duitsers voorbij zal gaan terwijl buitenlandse beleggers hiervan zijn vrijgesteld. Een massale kapitaalvlucht, waarvoor werd gevreesd, zal hierdoor achterwege blijven. Terwijl de obligatiemarkten schouderophalend reageerden, haalden de valutahandelaren opgelucht adem. Het betekende, naast de voortdurende dollardepreciatie, weer een extra ruggesteun voor de D-mark die hierdoor voor het eerst dit jaar duidelijk boven de spilkoers met de gulden kwam te liggen.

Internationale obligatiemarkten

Voor wie de spanning zoekt moet dezer dagen zijn geluk beproeven op de geld- en valutamarkten. Het meest in het oog lopend is natuurlijk de dollar, maar ook in het EMS nemen de spanningen toe.

De handel in dollars werd vorige week gekenmerkt door een hoge volatiliteit. Karakteristiek daarvoor is de gevoeligheid van de markt voor de uitspraken van gezaghebbenden. Elke uitspraak van een minister of een functionaris van een centrale bank wordt op een goudschaaltje gewogen. Een groot deel van de volatiliteit wordt overigens gecreëerd door de markten zelf. Door automatische koop- en verkoopsystemen, "short selling' (men verkoopt dollars zonder ze te hebben en gokt dus op een waardedaling) en een gebrek aan een duidelijke trend worden stijgingen en dalingen van 3 cent per dag mogelijk. De huidige zwakte van de dollar heeft natuurlijk van alles te maken met de transatlantische renteverschillen. De korte rente in de Verenigde Staten is ongeveer 650 basispunten lager dan de korte rente in Duitsland. Ook voor de nabije toekomst van de dollar is de ontwikkeling van deze "spread' van groot belang. Ook de lire is de laatste tijd uiterst zwak en volatiel. Hierdoor werden de Italiaanse autoriteiten vorige week gedwongen tot een verhoging van het disconto naar 13 procent. Omdat hun deelname aan het EMS eigenlijk het enige is waar de Italianen echt trots op kunnen zijn, is hen er alles aan gelegen een devaluatie te voorkomen.

Tot slot stond ook het pond vorige week onder druk. Enige weken geleden bevond de Britse munt zich nog nabij de pariteitskoers met de Ecu en werd gespeculeerd over een toetreding van het pond tot de smalle bandbreedte. De Britten verlaagden echter eenzijdig de rente en een aantal slechte economische cijfers alsmede de sterke positie van de D-mark deed het pond dusdanig verzwakken dat de Britse minister van Financiën er aan te pas moest komen om geruchten dat het pond gedevalueerd zou worden te onderdrukken.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.