Radio Kamerorkest een feest voor het oor

Concerten: Radio Kamerorkest o.l.v. Frans Brüggen m.m.v. Bart Schneemann (hobo), Harmen de Boer (klarinet), Ronald Karten (fagot), Jacob Slagter (hoorn) en Ronald Brautigam (piano). Programma: W.A. Mozart: symfonieën nrs 21, 25, 28 en 40; Sinfonia concertante KV 297b; Pianoconcert in Bes KV 450. Gehoord: 11, 12/7 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: VPRO Radio 4 op latere datum.

Drie avonden achtereen speelde het Radio Kamerorkest Mozart in het Amsterdamse Concertgebouw onder leiding van artistiek leider Frans Brüggen en het verrassende was dat alles onvoorspelbaar anders klonk. Brüggen heeft geen algemeen recept waarmee hij elke Mozart aanpakt, ieder stuk en elk deel krijgt van hem een liefdevolle individuele behandeling, met veel aandacht voor een detaillering die Mozarts muziek steeds weer tot onverwacht nieuw leven brengt. Zorgvuldigheid en fijnzinnigheid stonden daarbij voorop: extremen werden gemeden, de retorische stijl klonk beheerst, dramatische accenten werden niet overdreven, steeds bleef de klank helder en afgewerkt.

Zo kwam Brüggen gisteravond aan het slot van het Mozartfestival in het Menuetto van de overbekende Veertigste symfonie met een spannende ritmische frasering die deze muziek opeens ver verwijderde van elke gedachte aan Haydn-achtige boerendans. Even eerder was in het Andante al een verbluffende variëteit aan klankkleuren te horen geweest, waarvan er één - met een bijna spookachtige expressie - herinnerde aan de surrealistische sfeer die vrijdagavond opklonk in de ouverture Don Giovanni. In andere andantes hanteerde Brüggen dan weer een ander palet: in die prachtige Symfonie nr 25 wisselde de uitstraling van poezelig tot pregnant.

Opmerkelijk was ook dat Brüggen niet probeerde om met dit op modern instrumentarium spelende orkest het authentieke klankideaal van zijn Orkest van de Achttiende Eeuw te imiteren. Het lijkt er soms zelfs op dat door het optreden van ondogmatische dirigenten als Harnoncourt en Brüggen het belang van de strijd tussen "authentiek' en "modern' bijna geheel wegvalt. Wie had bij voorbeeld ooit kunnen denken dat Ton Koopman nog eens de Matthäus Passion bij het Concertgebouw zou doen?

De gedreven artistieke kwaliteit van het musiceren zelf stond bij Brüggen voorop en het Radio Kamerorkest speelde bijzonder geïnspireerd en alert. Zo was het zaterdagavond een feest voor het oor om het perfect en spits gespeelde Presto te horen aan het slot van de Symfonie nr. 28, die was begonnen met een Allegro spirituoso dat glom en glinsterde.

Hoogtepunten tussen al dit moois waren de Sinfonia concertante voor hobo, klarinet, fagot, hoorn en orkest en het Pianoconcert in Bes KV 450. De authenticiteit van de Sinfonia, waarvan we alleen een 19de-eeuwse kopie met een deels andere bezetting hebben, staat allerminst vast en Brüggen had het divertimento-achtige stuk ontdaan van onzuiverheden. De uitvoering met voortreffelijke solisten als Bart Schneemann, Harmen de Boer, Ronald Karten en Jacob Slagter, die een eigen plaats binnen het orkest hadden, was er een met prachtig samenspel op zeer hoog niveau.

Ronald Brautigam was de voortreffelijke solist in het Pianoconcert KV 450: ontspannen, licht, elegant en tinkelend gespeeld met een Andante dat dramatischer kan klinken, maar hier uitblonk door voldane rust, wars van zwarigheid. Zo'n Mozart ligt Brautigam wel buitengewoon en de samenwerking met Brüggen en zijn orkest was voorbeeldig.