Proces hervat tegen Algerijnse moslim-leiders; Doodstraffen mogelijk

ALGIERS, 13 JULI. In de Algerijnse stad Blida is gisteren het proces hervat tegen zeven moslim-fundamentalistische topleiders. In de hoofdstad Algiers waren uit voorzorg verscherpte veiligheidsmaatregelen getroffen.

Vanochtend werd de zitting tot morgen verdaagd, om ex-premier Ghozali in de gelegenheid te stellen te getuigen. Eerder had de Algerijnse televisie gemeld dat nog vandaag de uitspraak zou komen.

De zitting werd gisteren aan het eind van de ochtend geopend in afwezigheid van de verdachten en hun verdedigers uit protest tegen de weigering van de autoriteiten buitenlandse pers en humanitaire organisaties in de rechtszaal toe te laten. Het proces wordt gevoerd voor een krijgsraad, en het ministerie van defensie heeft aangevoerd dat het gaat om een militaire en interne zaak.

Van de zeven verdachten kunnen er twee, Abassi Madani en Ali Belhadj, de doodstraf krijgen. Deze twee topleiders van het inmiddels ontbonden Front van Islamitische Redding (FIS) worden beschuldigd van gewapende samenzwering tegen de staat. Belhadj wordt ook beschuldigd van ontvoering en foltering. Sinds mei hebben krijgsraden in het land al 26 doodvonnissen uitgesproken tegen moslim-fundamentalistische verdachten. Buitenlandse waarnemers wijzen erop dat een doodvonnis tegen Madani en/of Belhadj elke mogelijkheid van een dialoog met het fundamentalistische verzet zal afsnijden.

De krijgsraad sloot vanochtend in alle vroegte het getuigenverhoor af, en de zitting zou vandaag worden voortgezet met het requisitoir van de militaire aanklager, commandant Belkacem Boukhari. Onder de getuigen waren oud-premier Mouloud Hamrouche en diens minister van binnenlandse zaken Mohammed Salah Mohammedi, beiden in functie tijdens de fundamentalistische agitatie in juni 1991 waaruit de aanklacht is ontsproten. Deze onlusten leidden tot uitstel van de toen geplande verkiezingen tot december. Regering en leger kwamen vervolgens tussenbeide nadat het FIS in de eerste verkiezingsronde een grote overwinning had geboekt.

Zowel de militaire als de civiele justitiële autoriteiten hebben zich in de afgelopen dagen onbevoegd verklaard in de zaak van de moord op president Mohamed Boudiaf. Dit wijst erop dat zowel de militaire als de civiele autoriteiten vrezen hun vingers aan de zaak te branden. Er is een verdachte in hechtenis, een legerofficier, die volgens Algerijnse kranten heeft bekend Boudiaf uit “religieuze overtuiging” te hebben neergeschoten. (AFP, Reuter)