Nederlandse inflatie weer ruimschoots onder EG-gemiddelde

DEN HAAG, 13 JULI. “De verwachting over de inflatie is gebroken,” stelde premier Lubbers afgelopen zaterdag tevreden vast. De minister-president kan niet alleen over de toekomst optimistisch zijn, maar ook over het meest recente verleden.

Immers, de dalende inflatietrend zet door. Nadat de stijging van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie eind vorig jaar een maximum van 4,9 procent bereikte, is de inflatie sindsdien afgenomen tot 4,0 procent in juni. Daarbij gaat het steeds om een vergelijking met de overeenkomstige maand een jaar eerder.

Het Centraal Planbureau verwacht in de zogenaamde Koninginne-MEV, een niet-gepubliceerd stuk dat op 19 juni voor het kabinet werd opgesteld, dat de inflatie dit jaar net als vorig jaar uitkomt op 3,4 procent. Als die prognose werkelijkheid wil worden moet de inflatie dus in de loop van dit jaar blijven dalen.

Het prijsindexcijfer (1985=100) bedroeg in 1991 gemiddeld 107,7. In april en mei lag het op 111,1, in juni op 111,0. Een stijging van 3,4 procent betekent dat het jaargemiddelde voor 1992 uitkomt op 111,4. Dat behoort zo beschouwd tot de reële mogelijkheden. Temeer omdat de btw-verlaging, die het kabinet per 1 oktober wil doorvoeren, een prijsdrukkend effect zal hebben.

Ook de daling van de dollar, die vanmorgen niet meer dan 1,66 gulden waard was, heeft voor Nederland een prijsdrukkend effect. De invoer - eenvijfde van de Nederlandse import wordt in dollars afgerekend - wordt immers goedkoper.

De hoge inflatie van vorig jaar werd aangezwengeld door de collectieve sector, in het bijzonder door de huurverhoging van 5,5 procent, de verhoging van de gasprijzen en de verhoging van de benzine- en dieselaccijns. “Dat laatste effect zal echter in het inflatietempo van juli 1992 en volgende maanden verdwijnen,” schrijft het Planbureau. Ook de gasprijs is sinds januari 1992 wat gedaald.

Door de daling van het prijsindexcijfer is de Nederlandse inflatie, die eind vorig jaar boven het EG-gemiddelde was gekropen, weer ruimschoots onder dat gemiddelde gedaald. Voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) telt echter het gemiddelde van de beste drie landen. Dat zijn, nu Duitsland even het rechte pad is kwijtgeraakt, Denemarken, België en Frankrijk. De inflatie van de EMU-landen mag hooguit 1,5 procent boven het gemiddelde van deze drie liggen. Eind vorig jaar lag de Nederlandse inflatie daar ruim boven. Nu zitten we precies op de EMU-limiet.