Ministers komen in serene rust tot begrotingsafspraken

DEN HAAG, 13 JULI. In serene rust heeft de ministerraad de afgelopen twee weken vergaderd over de rijksuitgaven voor volgend jaar. Dat was vorig jaar wel anders. Toen schudde het kabinet in juli op zijn politieke grondvesten door het omstreden WAO/Ziektewet-besluit. Dit jaar staat de belangrijkste politieke discussie, over de vermaledijde "koopkrachtplaatjes' van de minima en de hoge inkomens, pas op de agenda voor de tweede helft van augustus. De vakantierust van de bewindslieden zal niet een tweede keer worden verstoord.

In augustus gaat het over de inkomsten van het rijk: de belastingen en sociale premies. Over de uitgaven zijn de ministers het zaterdag na twee kalme weken praten eens geworden. Alleen PvdA-minister Ritzen (onderwijs) en CDA-minister Hirsch Ballin (justitie) wisten extra geld los te weken bij de minister van financiën. Alle andere claims werden door Kok afgewezen. "Geen geld! Vind het geld maar binnen de eigen begroting', was de redenering.

Minister-president Lubbers noemde het tijdens zijn persconferentie van afgelopen zaterdag “zorgelijk” dat er zo weinig financiële middelen zijn voor nieuw beleid. Veel geld is nodig voor verbetering van de infrastructuur en het leefmilieu en voor de bestrijding van criminaliteit. Maar de financiële middelen voor nieuw beleid zijn binnen de begrotingen bijna niet meer te vinden. De lange reeks bezuiningsoperaties van de afgelopen jaren heeft de "lucht' uit de begrotingen gehaald, zo is de constatering van Lubbers. En minister Kok laat de financiële teugels niet vieren. Extra geld lenen en/of de belastingen verhogen is taboe wegens de strenge afspraken die CDA en PvdA in het regeerakkoord hebben gemaakt over het terugdringen van het financieringstekort en de stabilisatie van de belasting- en premiedruk. De "zorg' van Lubbers heeft ongetwijfeld te maken met de verkiezingen van 1994. Extra geld voor nieuw beleid kan een nieuw, dynamisch tintje geven aan het veelgeplaagde kabinet dat dit vlak voor de verkiezingen hard nodig zal hebben. Maar de "solide' Kok is onverbiddelijk: slechts voor onderwijs en justitie is er wat extra geld.

De tweede helft van de begrotingsbesprekingen, in augustus, zullen in het teken staan van een belangrijke "inspanningsverplichting' die de coalitie is aangegaan. Omdat de koppeling van de sociale uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven volgend jaar niet wordt hersteld, zal de koopkracht van sociale minima volgend jaar met één procent dalen, terwijl mensen met een twee keer modaal inkomen (80.000 gulden) hun koopkracht met bijna twee procent zien stijgen. Dit blijkt uit recente berekeningen van het Centraal Planbureau. In april dacht het CPB nog dat dit verschil tussen sociaal minimum en twee keer modaal bijna twee procent zou worden en toen leidde die verwachting al bijna tot een kabinetscrisis, omdat de PvdA die denivellering onaanvaardbaar vond terwijl het CDA zich er bij neer leek te leggen. Het kabinet deed toen de verzoenende toezegging dat het “zich ten uiterste wil inspannen om de koopkrachtachteruitgang geringer, respectievelijk zo gering mogelijk te doen zijn.”

De eerste verkennende gesprekken tussen de hoofdrolspelers - premier Lubbers, de ministers Kok en De Vries (sociale zaken) en de fractievoorzitters Brinkman (CDA) en Wöltgens (PvdA) - zijn de afgelopen weken al gevoerd. PvdA-leider Kok sprak afgelopen zaterdag de wens uit dat de discussie “niet over iedere tiende van een procent gaat”. Hij hoopt wel met het CDA goede afspraken te maken over “een koers waarbij de koopkracht van mensen die het het moeilijkst hebben niet achteruit gaat.”

Die "koopkrachtreparatie' zal bij de huidige financiële krapte niet meevallen. Om de koopkracht van de minima volgend jaar in stand te houden, is een bedrag van 1 à 2 miljard gulden nodig. De PvdA is er een voorstander van om het vaste deel van een aantal premies - zoals bijvoorbeeld ziekenfonds en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten - te verlagen en het inkomensafhankelijke deel te verhogen. Met name voor de minima leidt dit tot goede effecten voor de koopkracht. Verder bekijkt de PvdA de mogelijkheid om de voorgenomen verlaging van de WAO-premie volgend jaar uit te stellen. Met name deze premieverlaging is verantwoordelijk voor de verbetering van de koopkracht van de hogere inkomens.

Binnen de CDA-fractie hinkt men op twee gedachten. Enerzijds vindt men het “van den gekke” om de gevolgen van een ontkoppeling niet gewoon te accepteren. Anderzijds is een verschil van bijna drie procent tussen sociaal minimum en twee keer modaal wel erg groot. In de woorden van een prominent CDA-fractielid: “In een coalitie met de VVD hadden we dit verschil geaccepteerd. Nu zitten we met de PvdA in een kabinet. Dus kunnen we zo'n groot verschil niet accepteren en zal Bert de Vries wel een lumineuze ingeving krijgen op zijn surfplank.”