Ministerie: achterstand bij gemeentelijke rampenplannen

DEN HAAG, 13 JULI. Voor tweederde van de grote chemische bedrijven in Nederland is door de betrokken gemeenten nog steeds niet het door de wet voorgeschreven rampenbestrijdingsplan gemaakt.

Dat zei mr. G.N. Roes, plaatsvervangend directeur-generaal openbare orde van het ministerie van binnenlandse zaken, gisteren voor de Ikon-radio. Het gaat om 50 van de 75 bedrijven die vallen onder de zogeheten Europese Seveso-richtlijn, omdat ze grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen opslaan of verwerken. Per 1 januari 1993 komen daar volgens Roes nog eens 40 bedrijven bij, omdat de richtlijn wordt aangescherpt.

In een reactie hierop stelt het hoofd rampenbestrijding van de gemeente Rotterdam, W. den Boef, dat voor de 35 bedrijven in de Rijnmond die onder de richtlijnen vallen, met medeweten van het ministerie een gezamenlijk basisplan is gemaakt dat in 30 gevallen al per bedrijf is uitgewerkt. Van vijf bedrijven zijn de definitieve gegevens nog niet in een plan verwerkt.

Het chemiebedrijf Cindu in Uithoorn, dat vorige week door een zware ontploffing werd getroffen, had geen gemeentelijk rampenbestrijdingsplan omdat het niet onder de Seveso-richtlijn valt. Roes liet doorschemeren dat ook Cindu in de toekomst wel een plan moet hebben.