Leider Surinaams Junglecommando bezoekt Kwakoefestival Amsterdam; Brunswijk vertrouwt op vredesakkoord

AMSTERDAM, 13 JULI. Wanneer de eerste noten van het Surinaamse volkslied klinken, staat Ronnie Brunswijk in de houding tussen het publiek op het festivalterrein in de Amsterdamse Bijlmermeer. Op de klanken van het volkslied worden de Nederlandse en de Surinaamse vlag gehesen.

Daarna maakt de leider van het Surinaamse Junglecommando in een lange rij van eregasten, voorafgegaan door muzikanten en majorettes, een rondje over het terrein. Hij schudt handen met oude bekenden, maar van volksvreugde over het bezoek van de verzetsheld is geen sprake. “We bedanken meneer Brunswijk voor zijn aanwezigheid”, had de ceremoniemeester bij wijze van welkomstwoord gezegd. “Zijn bezoek geeft nog maar eens aan hoe aantrekkelijk dit festival is geworden.”

Brunswijk was gistermiddag aanwezig op het jaarlijkse Kwakoefestival in de Bijlmermeer, dat dit jaar voor de zeventiende maal wordt gehouden en is uitgegroeid tot het grootste evenement voor Surinamers in Nederland. Op de openingsdag, zaterdag, kwamen volgens de organisatoren ongeveer 20.000 bezoekers naar het feestterrein in een park achter het winkel- en zakencentrum de Amsterdamse Poort.

In de promotietent van het festival luistert de voormalige verzetsleider, gestoken in vrijetijdskleding en met een zwart baseball-petje op, naar het optreden van een Surinaamse band. Het is zijn vrije middag, zegt hij, tijdens een bezoek van twee weken aan vrienden en adviseurs in Nederland. Met hen overlegt Brunswijk, die in 1986 de wapens opnam tegen het bewind van legerleider Desi Bouterse, over het vredesakkoord dat de regering-Venetiaan wil sluiten met het Junglecommando en de Tucayana-indianen, de tweede illegale gewapende groepering in Suriname. In Paramaribo wordt de ondertekening van het akkoord nog deze maand verwacht.

Over de uitgangspunten van het vredesakkoord hebben de leiders van Junglecommando en Tucayana's overeenstemming bereikt met de regering, maar de details moeten nog worden ingevuld en de achterban moet zich er nog over uitspreken. Het akkoord zal in elk geval voorzien in het neerleggen van de wapens door het Junglecommando en de indianen. Bij gebleken geschiktheid moeten leden van het Junglecommando worden opgenomen in de Surinaamse politie, wil Brunswijk: “De eerste tijd nog bij elkaar in een aparte groep, maar later kunnen ze gewoon helemaal geïncorporeerd worden in het politieapparaat. Voor de andere jongens zal natuurlijk ook werkgelegenheid moeten worden gezocht.”

Het Junglecommando wil van de regering harde toezeggingen over de wederopbouw en ontwikkeling van het gehavende binnenland. De 50 miljoen gulden die daarvoor in het raamverdrag met Nederland zijn uitgetrokken noemt Brunswijk “lang niet genoeg, maar wel een goed begin”. Hij wil vooral vastleggen dat de bewoners - boslandcreolen en indianen - zeggenschap krijgen over de economische activiteiten in hun gebied. Ook de grondrechten moeten daarin worden betrokken. Een onafhankelijk instituut zou erop moeten toezien dat de beloften over ontwikkeling van het binnenland worden waargemaakt. Brunswijk hoopt dat de belangstelling die één Surinaams bedrijf inmiddels heeft getoond voor bosbouw in het gebied goed zal zijn voor “ongeveer vijfhonderd banen.”

De gesprekken met leden van indianen- en bosnegergroepen in Nederland gaan vooralsnog “volgens schema”, aldus Brunswijk, die zondag terugkeert naar Suriname. “De ondertekening van het vredesakkoord kan wat mij betreft doorgaan. Of er moet iets tussenkomen wat ik nu niet kan voorzien. Maar dan is het overmacht”, voegt hij er met een grijns aan toe. Over de rol van het Nationaal Leger en zijn verstandhouding met legerleider Bouterse wil hij geen woord kwijt. “Over het leger heb ik geen commentaar”, zegt hij kortaf.