Italiaanse kronieken 5

De 45-jarige Giovanni had zijn vrouw verlaten en was verliefd geworden op een tien jaar oudere weduwe, Maria. Haar dochter, de 31-jarige Patrizia, verzette zich hevig tegen die relatie.

Onaangekondigd ging Patrizia op een avond naar het huis van haar moeder. Tot haar bevreemding voelde ze een koude tocht toen ze de deur had geopend. Omdat er niemand thuis leek te zijn, besloot ze te controleren of alle ramen wel gesloten waren. In haar moeders slaapkamer stond een raam wijd open, waardoor koude wind naar binnen kwam.

Huiverend deed Patrizia het raam dicht. Ze keek rond, maar zag niets dat op inbrekers kon wijzen. Toch vermoedde ze dat het open raam een teken was van ongewenst bezoek en besloot ze het huis nader te inspecteren. Ze keek in de keuken, in de badkamer, in kasten en tenslotte ook onder Maria's bed.

Daar lag Giovanni. Met rood hoofd, reeksen excuses stamelend, kwam hij tevoorschijn. “Inbreker!” riep Patrizia. Maar Giovanni ontkende. Hij zei dat Maria hem een sleutel van de woning had gegeven. Hij was naar binnen gegaan en lag op bed op Maria te wachten toen Patrizia binnen was gekomen. Geschrokken was hij onder het bed gedoken.

Patrizia geloofde niets van het verhaal en jaagde Giovanni de deur uit, dreigend dat zij de politie zou bellen als hij zich ooit nog in de buurt van haar moeder zou laten zien. Ze besloot niet naar huis te gaan, maar te wachten tot Maria's thuiskomst. Ze popelde om haar moeder toe te roepen dat ze de verhouding met de man die ze onder het bed had aangetroffen moest stoppen.

Patrizia beschouwde de relatie van haar moeder met Giovanni vooral als een belediging van haar overleden vader. Ze vond eigenlijk dat haar moeder het aan de nagedachtenis van haar vader verplicht was nooit aan een andere man te beginnen. Maria zou haar overleden man trouw moeten blijven en slechts mogen uitzien naar het ogenblik dat ze in het graf met hem herenigd kon worden.

Patrizia bedacht dat ze Giovanni vergeten was een verklaring voor het open raam te vragen. Als hij met een sleutel door de deur was gekomen, waarom had hij dan het raam geopend? Maria toonde zich bij haar thuiskomst verrast haar dochter aan te treffen. Ze bezwoer op het graf van haar overleden echtgenoot dat ze allang geen verhouding met Giovanni meer had, dat de ex-minnaar niet over een sleutel van haar huis beschikte en dat hij dus via het raam ingebroken moest zijn.

Patrizia stampvoette van verontwaardiging en kondigde aan Giovanni de volgende dag wegens huisvredebreuk te zullen aanklagen. Maria probeerde haar dochter af te remmen. Ze zei dat Giovanni vermoedelijk zo geschrokken was, dat hij nooit meer terug zou keren. Maar Patrizia was niet te stoppen.

Maanden later moest Giovanni voor de rechter verschijnen. Hij legde onder ede een geheel nieuwe verklaring af. Hij zei dat hij samen met Maria op bed lag, toen Patrizia binnenkwam. Maria was uit angst voor haar dochter uit het raam gesprongen en hijzelf was onder het bed gedoken. Nadat Patrizia hem buiten de deur had gezet, had hij de sleutel van Maria's huis woedend weggegooid.

Maria ontkende de sprong uit het raam en zei dat haar relatie met Giovanni allang verleden tijd was. Giovanni's ex-vrouw verdedigde haar voormalige echtgenoot. Ze verklaarde dat ze haar man weer terug had, sinds door Patrizia's ingrijpen de verhouding met Maria was beëindigd. Maar toch kreeg Giovanni drie maanden voorwaardelijk.

Illustratie Peter Vos