Hooligans-taferelen op Mansellstone

Silverstone werd gistermiddag door BBC-verslaggever Murray Walker omgedoopt tot Mansellstone.

De snelle renbaan, aangelegd op de restanten van een vliegveld uit de Tweede Wereldoorlog, vormde het decor van ongekende taferelen rond de Engelse Formule I-rijder Nigel Mansell die zijn 28ste Grand Prix won en daarmee de Schot Jackie Stewart (27 zeges) verdrong als succesvolste Britse coureur aller tijden. Honderden, zo niet duizenden supporters overstroomden de renbaan nadat de chequered flag was gevallen voor Mansell. Tot grote schrik van de als tweede finishende Ricardo Patrese en achtervolgers die op dat moment nog met gemiddelde snelheden van rond de 200 kilometer per uur op de eindstreep afraasden.

Maar de ongelukken bleven beperkt tot één man die door Mansell werd "overreden' met een snelheid van slechts een paar kilometer per uur. “Het was een grote vent en ik hoop dat hij er zonder kleerscheuren is afgekomen”, reageerde Mansell op het uitgelaten gedrag van zijn fans die hem tijdens de huldiging insloten en daarmee danig in problemen brachten. Mansell moest worden ontzet door politie, brandweer en baan-marshalls en kon uiteindelijk in een dienstauto worden geduwd die hem terug naar de pit-lane bracht. Met achterlating van de Williams-Renault, met voor honderdduizenden guldens aan high-tech-apparatuur uitgerust, die later tamelijk ongeschonden door een van de monteurs werd opgehaald.

Hoewel Mansell bekende in zijn rats te hebben gezeten over de "hooligans-beelden' uit het voetbal die zijn huldiging bij de neutrale kijker opriepen was de Engelsman diep onder de indruk van zoveel eerbetoon. “Zo'n belevenis heb ik in mijn carrière als coureur nog nooit meegemaakt”, sprak Mansell, winnaar van zeven van de negen Grand Prix's dit jaar. “Dit is de grootste dag uit de geschiedenis van het Britse racen. Ik draag deze overwinning op aan mijn fans die geweldig waren.”

Viel er van enig flegmatiek Engels gedrag op de baan al weinig te bespeuren, ook de begeleidende verslaggeving op de BBC is al maanden van slag. Of het nu de perfecte dictie betreft van Kate Adie, de voorbeeldige presentatie van Verre Oosten correspondent Brian Barron of de sportuitzendingen van Grandstand, wat informatievoorziening betreft kunnen maar weinigen ook maar bij benadering de vergelijking met de BBC volstaan. Tot er een Engelsman in het geding is. Dan slaan zelfs bij deze gerenommeerde omroep alle stoppen door. De stem van Murray Walker slaat bij herhaling geschrokken over wanneer de altijd op nieuwe records jagende Mansell even afwijkt van zijn ideale lijn, mede-commentator James Hunt past zich daar moeiteloos bij aan. Wanneer wereldkampioen Ayrton Senna tussen de twee Britten Martin Brundle en Johnny Herbert rijdt dan heet het in het jargon van James Hunt - die als ex-wereldkampioen wel precies weet hoe het er in een cockpit van een moderne Formule I wagen aan toegaat - een "classical sandwich' waarvan Hunt niet graag de "meat' zou zijn. Enigszins overbodige informatie zo lijkt het van iemand die "every inch' aanvoelt wat er tijdens de race op de renbaan gebeurt.

Maar het racegekke Engeland wacht na Hunt in 1976 al zolang op een nieuwe wereldkampioen dat ook hoofdrolspeler Nigel Mansell, de man met grootste vechterscapaciteiten, het beste chassis, de beste motor en de beste benzine, ondanks zijn schier onaantastbare voorsprong knap nerveus is. Eerder dit jaar beet hij een verslaggever die iets meer over zijn reële kansen op de wereldtitel wilde weten toe: “Je hoort in een gekkenhuis. Gebruik je soms drugs?” Op meer dan de helft van het seizoen dat voor hem nauwelijks meer stuk kan is Mansell iets toeschietelijker op dit punt. Hoewel voorzichtigheid geboden blijft volgens hem. “In 1986 was ik in Adelaide slechts zestien ronden af van de wereldtitel. Toen kreeg ik een klapband. Dat heeft me voor eens en voor altijd een lesje geleerd.”

Vorige maand verschenen van Merrill twee volumineuze gebonden poëzie-uitgaven van al eerder gepubliceerd werk, Selected Poems 1946-1985 en The Changing Light at Sandover. A Poem. Aan Sandover, dat oorspronkelijk verscheen in 1982, is nu een "Coda' toegevoegd. Als dramatis personae in dit epische gedicht treden op: DJ & JM (zijn vriend David Jackson en de dichter zelf), Maya Deren, Mimi, George, Maria, Robert, Wystan en Hans. Allen hebben echt bestaan. Aan de binnenkant van voor- en achterflap staan hun foto's, van "Hans' heeft de schrijver geen foto maar een silhouet opgenomen.