Het oordeel van Cambyses

Ik sta voor een schilderij in het Groeninge Museum te Brugge, loop weg, keer weer terug. Er is iets raars. Ik verwissel nog enkele keren van plaats en voel me onwel worden.

Het Oordeel van Cambyses is een tweeluik van de Hollandse meester Gerard David (1460-1523). In de boekwinkel van het museum is alleen een kaart van het tweede luik te verkrijgen. Het is dit deel dat de onpasselijkheid opwekte.

Ik koop de kaart en laat hem aan verschillende mensen zien. “Mooi.” “Een Vlaamse meester. Prachtig.” “O ja, Brugge.” “Maar zie je dan niet wat er gebeurt?” “Anatomische les. Rembrandt heeft daar ook...” “Maar kijk toch eens goed...”

Bij Herodotos staat het verhaal beschreven. Rechter Sisamnes had zich laten omkopen en velde een oneerlijk vonnis. Cambyses, heerser over het Perzische Rijk (529-522 voor onze jaartelling) liet de rechter arresteren, levend villen en benoemde diens zoon Otanes als zijn opvolger onder het beding dat de zetel van de nieuwe rechter bekleed werd met de huid van Sisamnes: zittend op het vel van zijn vader zou Otanes de strengheid van oordeel niet licht vergeten.

De schepenen van de stad Brugge gaven de schilder David opdracht deze anekdote naar lokale omstandigheden te vertalen. Dus is Cambyses een middeleeuwse vorst, geëscorteerd door witte edellieden en notabelen in lakens en fluweel en de gebouwen zijn nu nog terug te vinden in de stad.

Het middelpunt van het tweede luik is een houten tafel waarop een lijk ligt. Een vijftiental mannen staan er omheen. Sommigen kijken naar het lijk, anderen naar elkaar, weer anderen kijken in de verte of naar de toeschouwer van het schilderij, maar allen hebben één ding gemeen: hun uiterlijk is volstrekt onbewogen.

Geen enkel spiertje op het gelaat of stand van het oog verraadt wat er op de houten tafel gebeurt. Daarom wordt in eerste instantie de indruk gewekt dat er niets bijzonders aan de hand is. Vier mannen houden zich direct met het lijk bezig. Ook hun gezicht drukt geen emotie uit. Wel deskundigheid. Het linkeronderbeen is bloedrood met fijnmazig vertakte aderen: volledig ontveld dus. Met een snelle handbeweging wordt de huid rond de hiel weggetrokken. De voet is lijkkleurig. De man die deze handeling verricht, heeft zijn mes tussen zijn tanden geklemd om zijn handen vrij te hebben. Aan beide ellebogen maken twee heren een inkeping. Blijkbaar is dat de plek om te beginnen, wat betreft de armen. Links van het hoofd heeft de vierde figuur zijn fileermes vlak onder de huid van het borstbeen gestoken. Met zijn linkerhand klapt hij het losgesneden vel terug zodat zijn mes naar de buik kan doorschieten.

Niets aan de hand. Gewoon een lijkschouwing, gadegeslagen door heren die keuvelen of vadsig voor zich uit staren. Het zoveelste akelige plaatje, maar de medische wetenschap heeft zich toch eens moeten ontwikkelen, was mijn eerste gedachte. Dat de ogen opengesperd zijn, is niets bijzonders, maar het hoofd kleurt geelrood. De mondhoeken zijn gespannen en het lijk klemt zijn tanden op elkaar. Ontegenzeggelijk van de pijn. Dan zie ik in de ogen eenzelfde angst en pijn.

Op dat moment daagt wat de voorstelling kan betekenen. Daarna zie ik dat de handen met touwen aan de tafel zijn vastgebonden, wat overbodig is bij een lijk, en dat de mantel van Sisamnes slordig onder tafel is geworpen.

Het is niet van belang of David een "gebrekkig' schilder is die de omstanders zo emotieloos op deze gruwelijke gebeurtenis laat reageren. Of dat deze artistieke opvatting een kunsthistorische eigenheid is.

Waar het om gaat, is dat het aanschouwen van deze uitdrukkingsloze gezichten niet het idee opwekt dat er zich iets afschuwelijks afspeelt. Doordat het afgrijselijke wordt afgebeeld als iets dat onopgemerkt door de direct betrokkenen blijft, blijft het onopgemerkt door hen die die direct betrokkenen aankijken. In eerste aanleg is hùn reactie de spiegel die het kader voor de perceptie van de toeschouwer bepaalt.