Heijmans verruilt folklore voor expansie; Regionale bouwer hoopt grote plannen te verwezenlijken na beursintroductie

ROSMALEN, 13 JUNI. De Brabantse bouwer Verenigde Heijmans Bedrijven wil internationale expansie door een intensieve samenwerking met aannemers in het buitenland. Strategische allianties zijn volgens Heijmans dé manier om met een beperkte hoeveelheid geld nieuwe markten te betreden en technologie te verwerven.

Op dit moment heeft de aannemer in Rosmalen al een samenwerkingsverband met de Franse collega Beugnet, van wie Heijmans voor een zacht prijsje wegenbouwtechnieken heeft overgenomen voor gebruik in Nederland. “Die samenwerking kan worden uitgebreid door bijvoorbeeld bepaalde activiteiten onder te brengen in een gezamenlijke onderneming”, zegt J. Janssen, de financiële man in de raad van bestuur.

In het recente verleden heeft Heijmans over zo'n gezamenlijke onderneming al eens gepraat met een Franse aannemer, wiens naam geheim blijft. Janssen: “Wij wilden een gemeenschappelijk bedrijf, maar wilden dat niet onder uitsluitend Nederlands of Frans recht. Het Europese ondernemingsrecht bestaat helaas nog niet. Wie weet komt dat de komende jaren een keer”.

Heijmans behoort met een omzet van 835 miljoen gulden in 1991 tot de subtop van de Nederlandse bouwers en staat op een achtste plaats vlak achter Boskalis. Van de familiebedrijven in de bouw is alleen Wilma van de steenrijke Limburgse familie Maas (met een omzet van 1,2 miljard gulden) nog iets groter. Heijmans heeft de afgelopen decennia vooral naam gemaakt in de wegenbouw, dat nu ruim 40 procent van de omzet levert. De laatste jaren is de woning- en utiliteitsbouw bij Heijmans ook sterk gegroeid (bijna 35 procent van de omzet). Heijmans is verder actief in de beton- en waterbouw, pijpleidingen, staalbouw en handel.

De van oorsprong regionale aannemer, die wordt geleid door de gebroeders Lambert Heijmans (voorzitter), zijn broer Jan en Janssen, heeft de laatste jaren plannen ontwikkeld om de vleugels uit te slaan. Volgend jaar wil Heijmans de warmte en geslotenheid van het familiebedrijf verlaten voor een notering aan de beurs. Daarvoor probeerde het onlangs te fuseren met het beursfonds Breevast, waarmee dit voorjaar niet tot overeenstemming kon worden gekomen. Op termijn wil Heijmans een grote landelijke bouwer worden met een omzet van boven de miljard.

Daarbij komt nu ook dat Heijmans serieus werk wil maken van zijn internationale ambities. Heijmans zoekt onder meer groei in de zeer gesloten Franse markt, maar voelt niet veel voor overname van een van de rendabele en relatief dure bedrijven daar. Het schrikbeeld van Janssen: “Kijk naar Grasso, dat in Frankrijk een bedrijf kocht. Alle energie en geld gingen zitten in de Franse dochter, die de moeder in Den Bosch heeft uitgehold. Nu is Grasso zelf overgenomen”.

Buiten Nederland is Heijmans via dochterondernemingen actief in Duitsland en België. “In het Duitse Rijnland hebben wij als buitenlander altijd het smerigste werk mogen doen: het aanleggen van betonnen beken die in feite een open riool zijn. Wij hebben daarin heel wat expertise opgebouwd en doen nu ook een rioolproject in Berlijn”, zegt Janssen niet zonder cynisme. “De Duitse markt is zeer afgeschermd. Als wij al het werk waarvoor het laagst hadden ingeschreven hadden gekregen, waren wij een van de grootste bouwers in het Rijnland”.

De nieuwe strategie van Heijmans betekent in zekere zin het einde van het een uitgesproken familiebedrijf dat in 1923 werd opgericht. Heijmans verhult niet dat de typerende bedrijfscultuur niet altijd even toekomstgericht was. Janssen: “Er waren lange tijd geen doelen, geen strategieën. Als een divisie het ene jaar 30 miljoen omzet had, was dat mooi; 40 miljoen was nog mooier en 20 miljoen was jammer-volgend-jaar-beter. Onze staalafdeling bijvoorbeeld had jarenlang een zeer marginaal resultaat, maar een reorganisatie vond niet plaats. De bouwwereld is trouwens in het algemeen erg terughoudend in het afstoten of saneren van activiteiten”.

De "aanpassing van de organisatie' bij niet alleen de staal- en machine-afdeling, maar bijvoorbeeld ook de woningbouw, is een onderdeel van de huidige cultuuromslag. Ook de regionale folklore behoort tot het verleden. Een aantal jaren geleden zou Heijmans een lening verstrekken voor de nooit begonnen bouw van een wetenschapscentrum in Den Bosch om bij de provincie voorrang te krijgen bij opdrachten. Nu zegt Heijmans: “ Wij concurreren liever op kwaliteit”.

De grootste doorbraak is de voorgenomen gang naar de beurs, die 25 miljoen gulden in het laatje moet brengen. Door een reeks van acquisities en de daarmee gepaard gaande good will-afboekingen is het eigen vermogen gedaald tot 26 procent. Janssen: “Met de emissie komen wij op een solvabiliteit van 35 procent, dat vinden wij een mooi getal. Bovendien gebruiken wij het als een management tool om de medewerkers te prikkelen. Bij een laag eigen vermogen kan het management makkelijk zeggen dat hun activiteiten een naar verhouding goede rentabiliteit hebben. Een te groot eigen vermogen en te veel kasgeld zoals bij HBG (dat de helft van zijn winst uit rentebaten haalt, KB) willen wij ook weer niet. Want dan ben je meer een bankier en bovendien veel te aantrekkelijk om overgenomen te worden”.

Een solide eigen vermogen moet de basis worden van de voorgenomen expansie, die maar gedeeltelijk door overnames moet worden gerealiseerd. “Wij hebben ambities en willen binnen 3 tot 4 jaar naar een omzet van ongeveer 1,2 miljard. Die groei van 350 miljoen komt voor 50 miljoen van overnames en voor 300 miljoen van autonome groei”.

Heijmans wil die groei onder meer halen uit de relatief jonge milieumarkt, waarin bovendien ook nog aardige marges kunnen worden gehaald. “Wij zoeken een hoge toegevoegde waarde en hopen ons te onderscheiden door kwaliteit, waarmee vooral Jan Heijmans zich bezighoudt. In het algemeen is de innovatie in de bouw niet bijster hoog in vergelijking met andere bedrijfstakken. Wij hebben onlangs een octrooi gekregen op een nieuwe techniek voor bodemsanering”.