Heerma: woningcorporaties financieel zelfstandig maken

DEN HAAG, 13 JULI. Staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) wil de woningcorporaties financieel zelfstandig maken. Ze dragen dan zelf het risico van rente en huur. De corporaties moeten volgens Heerma de woningwetleningen, die het rijk hun heeft verstrekt, vervroegd aflossen. In ruil daarvoor ontvangen de corporaties nu al de objectsubsidies die ze in de toekomst van het rijk tegoed hebben.

Bij deze ruil zou het gaan om circa vijftig miljard gulden. Over de technische details zendt Heerma dit najaar een notitie naar de Tweede Kamer. Vorige maand is het idee al in een mondeling overleg met de Kamer besproken. Heerma heeft nu besloten dat het idee serieus moet worden genomen.

De Nationale Woningraad, de grootste van de twee koepels waarin de corporaties verenigd zijn, heeft echter twijfels. Directeur Kempen van de NWR spreekt van een “heel boeiende discussie”. Kempen: “Als de regering uitgaat van een hoge huurtrend is ze minder objectsubsidies verschuldigd. Heerma houdt rekening met een huurtrend van 2 procent boven de inflatie, dus nu 5,5 procent. Maar als je de huren met een procent minder laat stijgen, scheelt dat zo'n vijf miljard gulden. Wij vinden dat de huurtrend gelijk moet zijn aan de inflatie, dus daar zijn we het nog niet over eens.”

De beide regeringspartijen staan in principe positief tegenover Heerma's idee. “De corporaties krijgen meer eigen vermogen en je verlicht de begroting”, zegt het Kamerlid Koetje (CDA). Zijn collega De Bree (PvdA) noemt als voordelen dat op het ministerie minder ambtenaren nodig zijn en dat de financiële banden tussen rijk en corporaties sterk verminderen.

Volgens NWR-directeur Kempen is het risico dat de financieel verzelfstandigde corporaties minder aandacht aan de sociale woningbouw zullen besteden “niet denkbeeldig”. Hij pleit dan ook voor een actief toezicht van “de lokale samenleving”, in casu de gemeenten. Ook zullen de corporaties lokaal en regionaal nauwer moeten samenwerken, aldus Kempen.

Het overgrote deel van de bestaande subsidieverplichtingen betreft woningen die in de jaren zeventig onder het systeem van de “dynamische kostprijs” zijn gebouwd. Juist daar zijn de exploitatietekorten relatief hoog, en is de looptijd van de woningwetleningen relatief lang, tot vijftig jaar.