Democraten ruiken eindelijk kans op Witte Huis

NEW YORK, 13 JULI. De Democraten houden deze week een New-Yorkse politieke conventie in het besef dat ze voor het eerst sinds twaalf jaar een grote kans maken op het Witte Huis. President Bush heeft het politieke initiatief verloren. Zijn campagne-adviseurs steggelen onderling en lijden nog aan de politieke duizelingen van na de Koude Oorlog.

In een vet jaar zou Bush bij gebrek aan beter vlot worden herkozen. Maar nu hapert het economische herstel en een derde, onafhankelijke presidentskandidaat, Ross Perot, heeft de uitkomst van de verkiezingen komende november onzeker gemaakt. Hij trekt kiezers van beide partijen. De Democraten kunnen met hun kandidaat Bill Clinton van deze instabiliteit gebruikmaken en echte Republikeinse bolwerken, zoals Florida, binnenhalen. De steun voor alle drie de kandidaten is echter niet van harte, dus kunnen er nog heel wat stemmen heen en weer gaan. Voorwaarde is dat Perot tot op de verkiezingsdatum een geloofwaardige kandidaat blijft.

Democratische partijleiders ruiken hun kans en preken eenheid. Bij vorige conventies verscheurden de deelnemers elkaar over de inhoud van de verkiezingsprogramma's. In 1980 streed kandidaat Ted Kennedy met de zittende president Carter. In 1968 knuppelde de politiemacht van burgemeester Richard Daley de demonstranten voor de deur van de Democratische conventie in Chicago neer. In 1972 werden door nieuwe conventieregels de poorten opengegooid voor pressiegroepen die meer radicale programmapunten voorstonden, zodat de Democratische partij te veel buiten het politieke centrum raakte en sindsdien slechts vier jaar in het Witte Huis heeft gezeten.

Nu zijn de onderlinge geschillen al van te voren bijgelegd. Als alles volgens plan verloopt wordt de conventie niet meer dan een show-evenement voor de media. De donderdag te benoemen presidentskandidaat, Bill Clinton, moet voor de televisiecamera's opnieuw worden uitgevonden. Het wordt een helverlichte, publieke reiniging van alle onthullingen over overspel, marihuana-experimenten en uitloting voor dienstplicht in Vietnam.

Niet bekend

De meeste verliezers van de Democratische voorverkiezingen hebben hebben hun steun toegezegd aan winnaar Bill Clinton. Hun delegaties zullen zich dus niet meer verzetten tegen de benoeming van Clinton. Paul Tsongas besloot twee weken geleden hem te steunen maar wil wel nog zijn economische wensen terugzien in het partijprogramma. Zelfs de zwarte leider Jesse Jackson kwam als hekkesluiter afgelopen zaterdag met een lauwe aanbeveling voor Clinton. Hij is nog verstoord over Clintons weigering met hem te onderhandelen over het Democratische partijprogramma en zei dat de Democratische partij een “grote tent” voor alle groeperingen zou moeten zijn.

Pag.4: Brown verzet zich als laatste tegen Clinton

Clinton maakte daarentegen duidelijk dat hij niet voor elke belangengroep bezwijkt. Functionarissen van de Democratische partij hadden aan Jackson laten weten dat zijn toespraak op dinsdag zou komen te vervallen als hij Clinton niet zou steunen.

Alleen de verslagen presidentskandidaat Jerry Brown houdt nog stand tegen Clinton. Gisteren, in Central Park, sprak hij nog over het “corrupte politieke systeem”. Zijn groep afgevaardigden kan zich komende week nog laten horen met boegeroep. Toch is Brown zodanig verzwakt dat hij geen belangrijke kiezersgroep meer vertegenwoordigt.

Clinton kan het lawaai op de koop toe nemen. De delegatieleden die Clinton steunen zijn al aanzienlijk progressiever dan de gemiddelde Democraat en Clinton zelf. De samenstelling van de delegaties is nauwkeurig afgepast naar ras, geslacht en seksuele voorkeur. De delegatie van de deelstaat New York telt 61 procent blanken, 27 procent zwarten, 11 procent latino's en drie procent Amerikanen van Aziatische herkomst.

De drie grootste Amerikaanse televisienetten hebben besloten dit jaar minder aandacht te besteden aan de conventies dan in vorige verkiezingsjaren, toen ze de partijbijeenkomsten de hele dag door volgden. Politiek is het van weinig belang en de kijkcijfers waren slecht.

De Amerikanen hechten weinig waarde aan hun partijen. De tijden van lokale politieke bazen, die gunsten verleenden aan potentiële kiezers, zijn voorbij. De verkiezingsstrijd wordt voor de televisie geleverd en opiniepeilers houden rechtstreeks contact met de bevolking.

Toch zijn er nog veel mensen actief in de voor hen zo feestelijke en spannende campagnes. Politiek blijft een nationale sport. Amerika heeft tegenover het laagste kiespercentage het hoogste percentage deelnemers aan de politiek in de Westerse wereld: 11,5 procent. De delegatieleden storten zich joelend met vlaggetjes en hoedjes in de conventies, gaan naar de recepties van hun Congresdelegatie en klimmen in het Vrijheidsbeeld.

Als grote stad is New York niet meer typerend voor de Amerikaanse samenleving. De meeste kiezers wonen nu in de voorsteden en hebben hun belangstelling voor de metropolen verloren. Zij willen niet meebetalen aan grotestadsproblemen. De aantallen daklozen, bijstandtrekkers, werklozen en gevangenen zijn aanzienlijk gegroeid in de laatste twaalf jaar. In deze zware omstandigheden voert de huidige, zwarte Democratische burgemeester Dinkins een redelijk bestuur. De misdaad daalt al jaren. De metro is schoon. Door de instelling van wijkagenten is voorkomen dat de rellen in de arme wijk Washington Heights zo uit de hand zijn gelopen als in Los Angeles. Bij vorige rellen was Dinkins aan de lijdelijke kant maar deze keer is hij zelf vaak naar Washington Heights gegaan om te sussen. Ook financieel staat New York er beter voor dan vorig jaar. Er is zelfs een overschot op de begroting en de kredietwaardigheid van de stad is verbeterd. Voor Democraten is New York dus een goede etalage geworden, van nationale ellende en van een capabel Democratisch lokaal bestuur, dat zich daarin nog redelijk kan redden.