De Haagse rekenaars

DE PLAFONDSCHILDERINGEN in de Trèveszaal zijn de afgelopen twee weken weer intensief bestudeerd, want in tijden van begrotingsoverleg willen de blikken van de ministers wel eens omhooggaan.

De eerste twee weken van juli had de ministerraad gereserveerd voor bespreking van de uitgavenkant, dus zou die tijd gebruikt worden ook. Tot en met afgelopen zaterdag - de dag die als reserve was ingeboekt - is er over de departementale begrotingen gestreden. En dan te bedenken dat eind april na weken van slopend overleg de hoofdlijnen al waren vastgesteld, die overigens ook al waren aangeduid in de begroting van vorig jaar, die weer voortborduurde op afspraken uit de Tussenbalans. Het kenmerk van dit kabinet is niet dat het regeert, maar dat het permanent onderling begrotingsonderhandelingen voert.

Nederlandse ministers vergaderen graag met elkaar. In het twee jaar geleden verschenen boek Ministers en ministerraad schat de Leidse politicoloog R.W. Andeweg dat naoorlogse Nederlandse ministers gemiddeld dertig à veertig uur per maand doorbrengen in plenaire vergaderingen van de ministerraad. Alleen ministers uit de Scandinavische landen komen daarbij een beetje in de buurt. Franse of Britse ministers vergaderen gemiddeld slechts zes tot negen uur met elkaar. Ex-premier Van Agt schijnt ooit eens verzucht te hebben niet te begrijpen waarom ministers in het kleine Nederland dagenlang vergaderden, terwijl hun collega's in Duitsland het in enkele uren afkonden.

DE SITUATIE is sindsdien alleen maar verergerd. Het huidige kabinet vergadert graag (zij het lang niet altijd plenair), de ministers zijn bovendien gretige rekenaars en sommigen stoeien thuis met hun personal computer op alternatieve sommen. Elk zichzelf respecterend departement heeft een paar macro-economen in dienst om mee te kunnen rekenen met het ministerie van financiën of het Centraal Planbureau. Zodat op iedere berekening een tegenberekening volgt, geen meevaller verstopt blijft en elke tegenvaller voorzien wordt van relativerende kanttekeningen.

In de ministerraad zelf is het altijd al bestaande "non-interventiebeginsel' geïnstitutionaliseerd. In het verleden zwegen collega-ministers uit eigen belang als een collega door de minister van financiën werd aangepakt. Tegenwoordig hoeven ze er niet eens meer bij te zijn. Ze mògen blijven zitten maar ze hoeven niet, met als gevolg dat de meesten opstappen. Want niet het algemeen belang prevaleert, maar het departementsbelang. Voor de collectieve verantwoordelijkheid zorgen slechts de minister van financiën en de minister-president.

HET UITGAVENDEEL van de begroting voor 1993 is nu vastgesteld. De ministers kunnen even met vakantie om zich op te maken voor de volgende slag: over een maand komt de inkomstenkant van de begroting aan de orde. Zorgvuldig is de afgelopen weken alles wat in de verste verte met koopkracht te maken had vermeden. Het wachten is op de allernieuwste berekeningen van het Centraal Planbureau. De hoop van het kabinet is daarbij gevestigd op een gunstiger beeld dan dat wat nu voorligt. Want dat laat alleen maar grotere inkomensverschillen zien vergeleken met de becijferingen van eind april die toen al tot grote politieke onrust leidden. En zo sleept het kabinet zich van berekening naar berekening. Twee weken staan er voor de slotronde. Ze zullen vast en zeker ten volle worden benut.