Confrontatie VN en Irak duurt voort in meer gespannen sfeer

BAGDAD, 13 JULI. De confrontatie tussen Irak en een groep chemische-wapendeskundigen van de Verenigde Naties is gisteren haar tweede week ingegaan.

Het vertrek van de Amerikaanse delegatieleider, majoor Karen Jansen, heeft daaraan tot dusverre niets veranderd. Jansen ging naar New York, waar ze een internationaal orgaan gaat leiden dat toeziet op Iraks naleving van de bepalingen van het staakt-het-vuren in de oorlog in het Golfgebied.

De Iraakse autoriteiten weigeren de VN-inspecteurs toe te laten tot het ministerie van landbouw in Bagdad, dat gegevens over Iraks arsenaal aan massavernietigingswapens zou herbergen. Irak ontkent dat; regeringsvertegenwoordigers zeggen dat het hier om een kwestie van nationale soevereiniteit gaat, dat de inspecteurs wel overal toegang kunnen eisen en dat ze ergens een grens moeten trekken.

De inspecteurs, die in hun auto's op de stoep van het ministerie bivakkeren, signaleren intussen groeiende vijandigheid van de zijde van demonstranten, kennelijk door de regering geïnspireerd om de druk op de VN op te voeren.

De Veiligheidsraad van de VN, die Irak al tweemaal heeft gemaand de inspecteurs toegang te verlenen tot het ministerie, zal de kwestie naar verwachting op korte termijn opnieuw bespreken. De VN hebben een afgevaardigde, Douglas Englund, naar Bagdad gestuurd om met de Irakezen te onderhandelen, maar deze heeft nog geen antwoord gekregen op zijn voorstellen. Hij zei zaterdag dat de inspecteurs het recht hebben om het gebouw binnen te gaan, maar voegde eraan toe begrip te hebben voor de gevoelighied van de situatie aan Iraakse zijde. (Reuter, AP)