Chauffeurs proberen er als 20-ste eeuwse cowboys uit te zien; Truckers-festival in Assen is een rodeo

ASSEN, 13 JULI. Ver buiten het circuit waaien geluiden van toeters en motoren de toeschouwer al tegemoet. En flarden uit de luidspreker: “...Glimmende monsters...” Het Jakobs Truckstar Festival is dit jaar gehouden in Assen op het TT-circuit. Een weekeinde waarin elfhonderd vrachtwagens zich hebben verzameld en zo'n 45.000 bezoekers, aldus organistor B. Roozendaal. Het is niet helemaal vol; de haarbocht-tribune staat leeg.

Het truckers-feest is een rodeo. De chauffeurs doen hun best om er als twintigste-eeuwse cowboys uit te zien. Zij dragen spijkerpakken en leren hoeden. Hun ogen glinsteren als zij het hebben over de vrijheid van het onderweg-zijn. Zij slaan grote hoeveelheden geroosterd vlees naar binnen. Op het middenterrein staat een mechanische stier die met een hendel in woeste beweging wordt gezet. De truckers proberen er op te blijven zitten op de klanken van countrymuziek. Een speciaal ontworpen vrachtwagen rijdt op zijn achterwielen langs de tribune. Vlammen uit de schoorsteen. De toeschouwers klappen beleefd maar onaangedaan. “Op één wiel zou pas knap zijn.” Tot de bestuurder uit zijn truck wordt gehaald en een jochie van vijftien blijkt te zijn. Bewondering alom.

Het middenterrein is een marktplaats. T-shirts, modelvrachtautootjes, foto's van vrachtauto's, stickers en veel petjes. Een vertegenwoordiger, herkenbaar aan zijn nette pak, laat een vrachtauto achteruit tegen zijn schenen rijden. Hij kijkt tevreden. Hij demonstreert een nieuw soort rubber bumper, de backstop. Even verderop zijn behendigheidsproeven aan de gang. Hier leggen de chauffeurs veel eer mee in, zegt een van hen. Voor- en achteruit manoeuvrerend probeert een chauffeur een gewichtje aan een touw in een putje te mikken. Hij mist. “Harry!”, lachen de omstanders. Zijn vrouw verdedigt hem: “Hij rijdt beter met een paar pilsjes op. Dat is heel gek.”

Van hieruit is het onmogelijk iets van de show te zien. De wandelaars moeten maar van de omroeper geloven dat de Kikkermobiel de mooiste truck van 1992 is: “Een half miljoen kilometer op de teller en hij ziet eruit alsof hij zó uit de showroom komt.”

Chauffeur Gaffert loopt met zijn vrouw rond. Hij komt vanuit Noord-Brabant om te kijken naar de auto waarop hij in 1958 begon te rijden - “ik reed al met zeventien jaar” - de Mack. Bomen reed hij. Dertig meter lang, van Luxemburg naar Nederland met 65 kilometer per uur. Berg af in zijn vrij ging hij 100 kilometer per uur. “Ge moest supervlug zijn, de berg op. Ge moest met zijn tweeën schakelen.” Hij rijdt nog steeds, maar geen bomen meer. En niet meer op de Mack. “Maar als ze er een zouden neerzetten: ik sprong er zo weer op.”

Even verderop staat de enige Mack die dit festival rijk is. Een rood en gele tankwagen, naast de stand van de Dutch Mack Fanclub. Veel auto's zijn beschilderd in het hardrock-genre: airbrush vlammen, oermensen en wilde dieren. Van varkenshandel tot touwslagerij, van champignons tot mortelprodukten, alles past in een truck.

Bij het slalomrijden verslikt een chauffeur zich in een bocht en spint 360 graden. Het publiek snuift met welbehagen de lucht van verbrand rubber op. Hier komen ze voor. Brokken.

Ze krijgen brokken. Twee teams van Van Amerongen bv doen wie het snelst luxewagens (de chauffeursterm voor personenauto's) op een oplegger kan laden. Als twee Van Amerongens tegen elkaar opbotsen, stijgt gejuich op.

De organisatie kent de smaak van haar publiek. De laatste onderdelen beloven veel brokken. Daar is Rob Visser, de sterkste man van Nederland, die eerder op de middag een vrachtwagen tien meter vooruit heeft getrokken. Nu zal hij met zijn maat zes luxewagens omkieperen. Als dat karwei geklaard is, worden de auto's op een staalplaat geduwd voor de apotheose van het festival. Een Sherman tank die nog geholpen heeft bij de bevrijding van Nederland zal de auto's verpletteren.

De tank is vrij "grofstoffelijk', waarschuwt de eigenaar, terwijl het ding zich in de juiste uitgangspositie manoeuvreert. Aan de andere kant van het circuit rijden de eerste vrachtwagens toeterend weg. De lucht trekt snel dicht als in een wolk van stof de tank zijn laatste bocht maakt en kalm op de luxewagens afrijdt. Even lijkt het alsof het niet zal lukken. Het publiek gaat op de banken staan. Zelfs de speaker durft niets te zeggen. Dan kraakt er iets. “D'r zit een lastige jongen bij”, zegt de speaker opgelucht. De tank kruipt over de auto's heen.

Terwijl de tank de auto's tot plaatstaal reduceert, rennen de meeste toeschouwers al richting uitgang onder donderslagen en regen. Ze hebben brokken gezien.