Aan de voet van de Cauberg is bier hoofdzaak, sport bijzaak

VALKENBURG, 13 JULI. Het recht van de eerste, niet het recht van de sterkste, bepaalt het bezit van een "gouden stek'. De eerste wielerliefhebbers staan zaterdagochtend om zes uur achter de dranghekken langs de laatste kilometers van Tour-etappe door Valkenburg. Om tien uur zijn de beste plaatsen vergeven. Het is gezellig druk. Daarna verdubbelt het toeschouwersaantal ieder uur tot de rijen zes man dik langs de weg staan. Om drie over half vijf verschijnt een kopgroepje, twee minuten later is het peloton voorbij.

Bart van de Wal uit Krommenie kijkt om elf uur nors naar de langstrekkende toeschouwers. Hij staat met zijn vader en twee bondgenoten al vijf uur lang op drie meter van de eindstreep. Ze hebben nog ruim vijf uur te gaan. Tussen de dranghekken om de persfotografen en een pilaar is een hoekje van twee bij twee meter uitgespaard. De mannen hebben de toegang met twee forse parasols afgesloten. “We werken er hard voor. Dit is de beste plaats. Voor het publiek. De VIP's, dat is wat anders”, verklaart Ton Mulder uit Wolvega, een Tour-veteraan die zes keer in Parijs is gaan kijken. Het lunchpakket is verzorgd door de thuisblijvende vrouwen. “Die weten precies wat er moet gebeuren als we sport gaan kijken.”

De Tour de France trekt volgens de politie een half miljoen belangstellenden, waarvan tweehonderd duizend in en rondom Valkenburg. De politie verrichtte zestien aanhoudingen, minder dan het gebruikelijke aantal in een zomerweekeinde.

Weekendtrips, op de tour afgestemde vakanties in Limburg en dagjesmensen. Met rugzakjes en klapstoelen, met kratten bier en koelboxen, met fototoestellen en videocamera's. Driekwart mannen, driekwart jonger dan veertig. Vanaf het station of vanaf de speciaal gecreëerde parkeerplaatsen wandelden de toeschouwers de laatste drie kilometer naar hun plaats. Ze lopen, staan stil, kijken rond, lopen verder. Ze draaien zich om, schatten het uitzicht, gaan zitten en maken het zich gemakkelijk.

In het dorp, aan de voet van de Cauberg, staan de rieten stoelen en borreltafels van de cafe's tegen de hekken. Daar is bier hoofdzaak, sport bijzaak. Jolige samenzang begeleidt het wegslepen van een kapot politiebusje.

Omhoog langs het asfalt zullen de renners langzamer rijden. Links aan de Cauberg staat een klooster. De honderd meter lange muur van de tuin steekt twee meter boven de het wegdek uit. De paters nestelen zich op een bank in een hoek van de muur. Daar jagen ze bezoekers weg: “Particulier terrein!”

G.J. Tijhof is met de wielerclub uit Rijssen de berg opgereden om over de streep te fietsen. Die is afgesloten. Enige tientallen mensen staan te kijken naar het drogen van de verf op het wegdek. Een hoofdsponsor heeft zijn naam vastgelegd. “Zes uur zitten voor twee minuten. Maar het is net een terasje”, zegt mevrouw Van den Top uit Barneveld, die twee weken vakantie boekte toen bekend werd dat de Tour zou komen.

Motoragenten jagen om twee uur de mensen achter de hekken. Het zoeken naar zicht op de weg wordt moeilijker, de rijen worden dikker. Iedere pilaar is inmiddels bezet. Ieder verkeersbord of lantarenpaal bevolkt. De berghellingen bieden uitkomst. Takken die het uitzicht belemmerden worden weggebogen of afgerukt. “Kun je het daar goed zien?”, vraagt nog steeds een meisje aan haar vriend. “Ze zijn op tienertoer”, antwoordt het zangkoor.

“We komen er aan, de reclamekaravaan”, klinkt het om half vier door de luidsprekers. De luxe autobussen van de Nederlandse ploegen haasten zich luid toeterend naar de streep om de genodigden onderdak te bieden. Ze worden door het publiek met gejuich onthaald. Van de reclamekaravaan valt niet veel te begrijpen. Negentig procent van de gepresenteerde produkten komt uit Frankrijk en is in Nederland onbekend. De auto's scheuren met zeventig, tachtig in het uur voorbij en gooiden pakjes vloeipapier, monsters vloeibaar wasmiddel en lege plastic zakken tussen het publiek. “Ze moeten die stoeipoezen op de motorkap zetten, dan zie je ze tenminste”, roept een jongen boven het lawaai uit.

Om drie over half vijf uur passeert een kopgroepje van vier man. Een groepje waarin Gert-Jan Theunisse wordt herkend volgt op een minuut. Twee minuten later is het peleton voorbij. Een minuut lang volgauto's. Dat is het. De radio meldt dat een Fransman de etappe wint. Iedereen de weg op, over de dranghekken heen. Jongens beginnen de reclamedoeken van de hekken te halen. Souvenirs van zes meter. Tien minuten later klinkt opnieuw getoeter. Nog meer renners. Motoren en auto's maken een pad van twee meter breed. Toeschouwers springen op het laatste moment opzij.

Duizenden haasten zich naar de cafe's en restaurants in Valkenburg. Het Grendelplein verstopt. Een Porsche in de file is een welkom slachtoffer. “Hij heeft een lease-auto.” Rond zeven uur, als er weer wat biertjes door heen zijn, moet de eerste Duitse auto het ontgelden. Bierflesjes worden door het openstaande raam leeggegoten. Een groepje jongens springt op de achterklep. Twee agenten sussen de boel. Verkeer wordt daarna omgeleid. “Een keer per jaar moet je naar Valkenburg om mensen te kijken”, zegt Arja Peters uit Maastricht die om acht uur nog niet precies wist wie de etappe had gewonnen.

Ieder plein heeft zaterdagavond zijn eigen blaaskapel. Een clown nodigt het publiek uit vijf meter te fietsen en vijfentwintig gulden te verdienen. Hij doet het zelf voor. Op een fiets, die naar links links rijdt als je naar rechts stuurt en andersom, valt iedere deelnemer voordat de tweede meter overbrugd is.

De volgende ochtend om tien vertrekt de Tour uit Valkenburg. Op weg naar Vaals en Koblenz. Het is net zo druk als om dezelfde tijd de dag ervoor. Op weg naar de startplaats moeten de renners tussen de meute door. Rob Harmeling, de enige Nederlandse etappewinnaar, ontkomt niet aan het uitdelen van handtekeningen. Theunisse laat zich niet vangen en glipt tussen de mensen door. Over het Grendelplein zoeft het peloton nu in twintig seconden voorbij. “Kan dat even herhaald worden”, roept een toeschouwster.