"ZELFBESCHIKKINGSRECHT IS EEN MODIEUS WAANIDEE'; Elie Kedourie over het Midden-Oosten, de Balkan en het falen van de Westerse politiek

Onlangs overleed de Midden-Oosten-expert Elie Kedourie. Dit jaar nog verscheen zijn laatste boek Politics in the Middle East, een historische analyse van de politieke ideologie en de ideologische politiek in de islamitische wereld.

Zijn laatste interview gaf Kedourie enkele weken geleden in Washington aan Frits Bolkestein, fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.

Politics in the Middle-East door Elie Kedourie 366 blz., Oxford University Press 1992, f 36,50 ISBN 0 19 2891 54 5

In de islamitische wereld bestaan slechts weinig democratische staten. In uw recente boek, Politics in the Middle East, verwijst u naar het feit dat de islam geen onderscheid maakt tussen wereldlijke en spirituele macht. Maar spelen ook niet invloeden van buiten, zoals de verovering van Bagdad in de 13de eeuw door de Mongolen, een rol? De gewelddadige verwoesting van de islamitische beschaving zal zeker toch ook te maken hebben met het relatieve verval sindsdien en daarom ook met het onvermogen iets als politieke democratie tot stand te brengen?

""Ik betwijfel of er een verband te leggen valt tussen de plundering van Bagdad door de Mongolen en de politieke traditie in de islamitische wereld. Voor en na de Mongolen bleef die traditie dezelfde. Het is een traditie waarin het begrip "vertegenwoordiging' totaal onbekend is. Vertegenwoordiging is een Europese uitvinding. In de islamitische wereld is er geen sprake van verdeling van de macht, of zoiets als checks and balances. De gehele overheid is er vanouds geconcentreerd in de handen van één persoon, die is heerser, en ieder ander is zijn dienaar, of zelfs zijn slaaf. Zo was het vóór de Mongolen en ook daarna. In dat opzicht was er geen breuk die het politieke verval van de islamistische beschaving kan verklaren. Er was helemaal geen verval, want alles bleef hetzelfde.

""Als je anderzijds praat over handel, ambachten en kunst, moet je de invloed van de invasie der Mongolen ook niet overdrijven. Egypte bleef bijvoorbeeld geheel buiten schot en zeer welvarend. Ook Perzië bloeide in de zestiende eeuw nog onder de Safaviden als een beschavingscentrum. Waar het om gaat, is dat de islamitische beschaving een neergang kende ten opzichte van Europa. Dat werelddeel werd plotseling veel dynamischer na de ontdekking van Amerika. Tijdens de middeleeuwen was er in Europa nauwelijks sprake van wetenschap of industriële bedrijvigheid. Na 1492 kwam de dynamiek, en het was toen dat het verval van de islamitische wereld begon. De handelsroutes werden verlegd van het Midden-Oosten naar de Atlantische Oceaan, en dat was het begin van een periode van stagnatie voor de gehele regio.'

Is het relatieve verval van de islamitische wereld dan een gevolg van de opkomst van Europa na 1492?

""Ik zou niet zeggen dat er een rechtstreeks oorzakelijk verband is. Wat wel opvalt, is het totale gebrek aan nieuwsgierigheid in het Midden-Oosten voor de ontwikkelingen in de Europese beschaving. Zelfs de opkomst van de militaire macht van Europa werd niet opgemerkt, totdat men zeer krachtig gedwongen werd er notie van te nemen.'

Mohammed Arkoun, de Algerijnse hoogleraar van de Sorbonne die onlangs een serie gastcolleges in Amsterdam gaf, heeft het altijd over de ""middeleeuwse mentale ruimte' waarin de islamitische denkwereld is opgesloten sinds het einde van de twaalfde eeuw.

""Het is precies dezelfde mentale ruimte als die van middeleeuws Europa. De kern van het vraagstuk is niet de islamistische wereld, maar Europa. Waarom kwam die regio plotseling tot ontwikkeling? Waarom kon Europa wel door de grenzen van die mentale horizon heen breken, en andere regio's niet?

""De middeleeuwse islamitische wereld was het spiegelbeeld van middeleeuws Europa. Wie goed kijkt, ziet veel meer raakvlakken tussen de islam en Europa toen, dan tussen de islamitische wereld en het Westen nu. Het vraagstuk schuilt dus in de ontwikkeling van Europa.

""Toch is één ding opvallend. De opkomst van de islam ging gepaard met de vestiging van een enorme militaire macht in relatief korte tijd. Onder moslims ontstond zo de overtuiging dat de waarheid van hun godsdienst bewezen was door het feit dat hun God hen verkoren had boven de niet-moslims. Voor de moslims was het duidelijk dat de overwonnen volkeren inferieur waren. Daarom was er ook geen noodzaak uit te vinden wat er in die onderworpen gebieden gaande was. Die houding schoot wortel, en dat verklaart veel, denk ik.'

Dezelfde Mohammed Arkoun is zeer kritisch over de regeringen van de landen in het Midden-Oosten. Hij noemt ze zelfs totalitair. Volgens hem komt dat omdat ze de Jacobijnse politieke traditie van een centralistische staatsvorm hebben geïmporteerd. Als geboren Algerijn kijkt Arkoun natuurlijk naar Frankrijk. Maar volgens mij zijn er twee andere modellen van belang: de Ottomaanse staat en het oriëntaals despotisme. Arkoun meent dat die geen rol speelden, want de islamieten keken vooral naar Europa.

""Volgens mij heeft hij gelijk, alleen zou ik het woord totalitair niet gebruiken, maar eerder despotisme of absolutisme. En ik zou ook niet zo de nadruk leggen op de Jacobijnse doctrine. Natuurlijk was centralisme een kenmerk van de Europese staten, niet alleen in Frankrijk. Uitgezonderd in Nederland en Groot-Brittannië, waar centralisme pas vrij recent werd ingevoerd, heerste overal in Europa vanaf de achttiende eeuw het verlicht absolutisme. En dat was de eerste Europese traditie waarmee de machthebbers in het Midden-Oosten bekendheid kregen.

""Er ontstond een vermenging van de lokale traditie van despotisme met het centralisme van het verlicht absolutisme. In de eerste helft van de negentiende eeuw probeerden de machthebbers in het Midden-Oosten met grote voortvarendheid hun staten te versterken naar Europees voorbeeld. Maar dat mislukte omdat de staatsstructuren zelf zo zwak waren. Het enige resultaat was dat de ontevredenheid onder de bevolking groeide, want meer en meer mensen werden op Europese wijze geschoold. Zij zagen die andere grote Europese traditie: het parlementaire stelsel en de politieke vertegenwoordiging. En hun conclusie was duidelijk: "Dat is het echte geheim van Europa! Dat is wat onze redding zal worden!' Ik geloof dat ik in mijn boek wel heb vastgesteld dat ook dat niet heeft gewerkt.'

In uw boek wijst u vooral op twee ideeën die uit Europa naar het Midden-Oosten kwamen: het chiliasme en het nationalisme. Waarom was de islamitische wereld eigenlijk zo gevoelig voor het typisch christelijke chiliasme?

""Het was niet bijzonder gevoelig voor het chiliasme. We moeten hier onderscheid maken tussen religieus geloof in een duizendjarig rijk en politiek chiliasme. Dat laatste bloeide enorm in Europa vanaf 1789. Een nieuwe tijd, een nieuwe wereld, dat leek de Franse Revolutie te verkondigen. Wordsworth schreef: ""Bliss was it in that dawn to be alive.' En het was dit soort politiek chiliasme dat bezit nam van bepaalde denkers in het Midden-Oosten. De belangrijkste daarvan was Jamal al-Din Afghani. Hij was zeer invloedrijk met zijn opvatting dat het mogelijk was voor volkeren en samenlevingen zichzelf totaal te veranderen. Heil en verlossing zouden binnen bereik komen door politieke actie. In de twintigste eeuw werd dat idee gemeengoed in de ontwikkelde klassen, en vooral de militaire top van het Ottomaanse Rijk. In het algemeen zie ik het politieke chiliasme als een typisch produkt van Europese gebeurtenissen.'

Tijdens mijn eigen reizen door zowat alle landen van het Midden-Oosten, werd ik altijd getroffen door de theatrale aspecten van de politiek daar. En ook door de meedogenloosheid. Hoewel de Europese geschiedenis daar ook heel wat staaltjes van laat zien, lijkt er in het Midden-Oosten geen einde aan te komen.

""Die theatrale inslag is een resultaat van de verspreiding van de moderne massamedia. Machthebbers zijn niet op hun achterhoofd gevallen. Als ze eenmaal het gedrukte woord, de radio en de televisie in hun greep hebben, maken ze er ook gebruik van. In het Midden-Oosten hebben ze gezien hoe dat toeging in Europa met Mussolini, Hitler en de Bolsjewieken. Dat imiteren ze, en zij niet alleen, want de despoten in Afrika doen precies hetzelfde. De meedogenloosheid is een gevolg van de totale afwezigheid van checks and balances, en de volslagen onbekendheid met de gedachte dat een burger het recht heeft de daden van de regeerders te controleren. De traditie is er een van volstrekte en absolute passieve gehoorzaamheid.

""Als je dat hebt, en aan de andere kant ook de grote ambitie de verlossing te brengen door politieke actie, dan kom je uit op die eindeloze parade van meedogenloosheid. Het doel is immers een samenleving te vestigen volgens een bepaalde blauwdruk. Ouderwetse despoten wilden de maatschappij helemaal niet veranderen. Hun enige doel was hun macht te houden. Maar nu is er een opeenvolging van blauwdrukken voor een nieuwe maatschappij. Het resultaat is de ene revolutie na de andere. Als de ene blauwdruk faalt, komt de andere ervoor in de plaats, en wel door de eerste volledig weg te maaien, anders heeft je eigen blauwdruk geen zin. Iedere nieuwe heerser in het Midden-Oosten heeft het dan ook altijd over schoon schip maken: hij zal de corruptie en machtsmisbruik uitbannen, en een hemel op aarde stichten. En allemaal falen ze natuurlijk. En dan dreigt een nieuwe generatie van ontevredenen die zich vastklampt aan een nieuwe blauwdruk.'

Uw boek is nogal deprimerend omdat de centrale stelling is dat Europa het Midden-Oosten te gronde heeft gericht. En dan niet door wat Europa deed, maar door wat het was. U betoogt dat de ontwikkeling van kunsten, wetenschap en democratie in Europa, alsmede de rijkdom en de organisatie van de legers het Midden-Oosten ertoe aanzette met ons te wedijveren. Dat zou het zaad van de ondergang hebben geplant, daar was het kolonialisme helemaal niet voor nodig.

""Ik weet niet of dat noodzakelijkerwijs deprimerend is. Europa kan er niets aan doen dat het is wat het is. Door het naakte feit van zijn bestaan was Europa een destabiliserende factor in het Midden-Oosten. En daarbij zijn de Europese veroveringen en het kolonialisme nog het minst belangrijk. De regio was immers gewend aan de ene veroveraar na de andere. Het feit van weer een verovering was helemaal niets nieuws voor het Midden-Oosten. Maar wel totaal anders was de enorme intellectuele en technische macht van de Europese beschaving. Daaraan gingen ze ten onder, zonder dat de Europeanen een vinger hoefden uit te steken.'

Uw boek eindigt pessimistisch. De laatste zin luidt: ""De ellende zal waarschijnlijk voorlopig niet ophouden.' Er zijn ook geleerden, zoals Mohammed Arkoun, die Europa verwijten dat zij hypocriet is door zaken te doen met corrupte regimes terwijl zij de lokale bevolkingen aan hun lot overlaten.

""Ik geloof niet dat de term hypocriet terecht is. Hypocrisie is een morele eigenschap van individuen. Je kunt niet spreken van hypocrisie als het gehele beschavingen of staten betreft. En bovendien waren het ook niet staten die al die idealen exporteerden naar het Midden-Oosten. Ze werden geïmporteerd. Niemand, absoluut niemand had het kunnen voorkomen.

""Wat die corrupte regimes betreft: staten moeten nu eenmaal zaken doen met allerlei andere staten, en er is geen reden dat niet te doen in dienst van je eigen belangen. Maar ik voel mee met Arkoun als hij het heeft over hoe de Algerijnse bevolking aan haar lot is overgelaten. Dat is maar al te waar, want de Fransen kozen op een betreurenswaardige manier van de ene op de andere dag het hazepad. Je kunt zeggen dat ze op de meest harteloze wijze degenen in de steek lieten voor wie ze honderddertig jaar de verantwoordelijkheid hadden genomen.'

Onlangs kwam Nederland nog in aanvaring met Indonesië door de koppeling van ontwikkelingshulp met de slachting op Oost-Timor. Daarop zei Indonesië: ""Jullie kunnen je geld houden, want je steekt je neus in onze zaken.' Blijkt hier niet uit hoe buitengewoon moeilijk het is voor westerse regeringen een beleid te voeren dat elders de interne democratie bevordert?

""Precies. Ik zie niet hoe het mogelijk is dat de Nederlandse regering de Indonesische regering kan dwingen de Nederlandse maatstaven van beschaafd bestuur in Oost-Timor aan te houden. De nadruk op mensenrechten is een manier van redeneren die voortkomt uit wat je de "ideologische stijl' in de moderne Europese en Amerikaanse politieke meningsvorming kunt noemen. Het wordt als normaal aangenomen dat er mensenrechten zijn die grondwettelijk gegarandeerd worden, en die de uitgangspunten vormen van elke moderne beschaafde samenleving. Maar als dat soort uitganspunten er niet is, wat voor een zin heeft het dan te praten over mensenrechten? Mijn conclusie is dat praten over mensenrechten in Europa en Noord-Amerika overbodig is, en dat het elders zinloos is. En ik zie al helemaal niet het nut ervan in als de ene regering haar eigen gedachten over mensenrechten oplegt aan een andere regering. De enige manier om dat te doen is zelf de macht over te nemen.'

Ik bespeur in uw geschriften een zekere nostalgie naar het bestuurssysteem van het Ottomaanse Rijk, waarbij volkeren een mate van autonomie werd gelaten in ruil voor belastingafdracht. Ik weet dat het een beetje rare vraag is, maar betreurt u de ondergang van het Ottomaanse Imperium, en misschien - als u nu naar de Balkan kijkt - ook die van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk?

""Nostalgie is geen rendabel sentiment, en ook kun je niet iets betreuren dat toch niet meer tot leven gewekt kan worden. Wat je wel kunt zeggen, is dat de systemen werkten, zolang ze bestonden. Als je in ogenschouw neemt over welke samenlevingen de Ottomanen en de Oostenrijks-Hongaarse monarchen heersten, kun je bepaald zeggen dat de systemen werkten. Wat je óók kunt zeggen is dat hun opvolgers verschrikkelijk gefaald hebben op de Balkan, in centraal Europa en in het Midden Oosten. In 1914 was het toch onvoorstelbaar dat Mesopotamië, dat eeuwenlang onder Ottamaans bestuur was geweest, ooit geregeerd zou worden door Saddam Hoessein? En toch gebeurde het. Als een gevolg van de vernietiging van die oude politieke ordening.'

Er wordt wel gezegd dat Saddam een schepping van het Westen is.

""Ik begrijp nooit wat dat betekent. Als men bedoelt dat de Westerse landen hem aan de macht hebben geholpen, is dat niet waar. Als er bedoeld wordt dat de Amerikaanse en Franse regering samen met Duitse bedrijven hem van 1980 tot 1990 uit alle macht geholpen hebben, dan is het wel waar. De Duitsers waren er voor het geld. De Fransen hadden naast de petro-dollars nog een reden: invloed in het Midden-Oosten - een bijzonder legitiem doel voor elke regering. De Amerikaanse politiek was ook simpel: ze geloofden, ten onrechte volgens mij, dat als ze niets deden om Khomeini te stoppen, hij de gehele regio in zijn macht zou krijgen. Op zichzelf was dat een rationele afweging. Maar het was wel een verschrikkelijke vergissing, die ten slotte uitliep in de geheel onnodige oorlog om Koeweit.

""Maar uiteindelijk ging het om niet meer dan een verkeerde afweging. Ik geloof niet dat er meer aan de hand was. Saddam is geen schepping van het Westen. Hij is gewoon een meedogenloze man die aan de macht kwam door de ineenstorting van de Ottomaanse politieke ordening en de grote leegte daarna.'

Onder de Ottomanen werd het collectieve recht van zelfbeschikking onderdrukt, maar waren de rechten van het individu beter beschermd dan tegenwoordig. Kun je zeggen dat in de Veertien Punten van de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die de grondslag vormden voor de Volkerenbond, te veel nadruk ligt op collectieve rechten ten koste van individuele rechten?

""Zelfbeschikkingsrecht werd modieus door de Veertien Punten en heilig verklaard door de Volkerenbond, en later door de Verenigde Naties. Maar het is een visionair idee, en er is geen enkele manier waarop het tot een fundament van de internationale ordening gemaakt zou kunnen worden. Het is veeleer een fundament van internationale wanorde. Zoals je in het geval van Joegoslavië kunt zien, is het simpelweg niet mogelijk te zeggen: deze bevolkingsgroep heeft recht op nationale zelfbeschikking, en je geeft het ze, en dat is dan dat.

""Na 1918 wilden alle betrokken volkeren als uitdrukking van hun zelfbeschikkingsrecht de stichting van Joegoslavië. En nu zien we dat nationale zelfbeschikking plotseling betekent dat Serviërs, Kroaten, Slovenen, Bosniërs en wie al niet een eigen staat willen. Omdat al die groepen in dat gebied volledig vermengd zijn, zal dat leiden tot eindeloze conflicten. Vroeger waren het Oostenrijks-Hongaarse en Ottomaanse Rijk multiraciale en multinationale staten, maar één duidelijk groep, respectievelijk de Oostenrijkers en de Turken, had de overhand, en onder het systeem van autonomie in ruil voor belastingafdracht werden de andere volkeren met rust gelaten.'

Is de wereld wel rijp voor multiraciale of multinationale staten? Zie alleen al de toestanden in Quebec, België, Ierland, Cyprus, Sri Lanka, Trans-Kaukasië?

""De grote vraag is of religieuze, raciale, of taalconflicten onvermijdelijk moeten leiden tot de verstoring van het sociale bouwwerk. Volgens mij is dat helemaal niet onvermijdelijk. Het Oostenrijk-Hongaarse Rijk bood ruimte aan een grote hoeveelheid verschillende nationaliteiten. Men probeerde te werken met een bijna mathematische zin voor evenwicht tussen die groepen. U zegt dat Oostenrijk-Hongarije gedoemd was ten onder te gaan, maar ik ben helemaal niet zo zeker van de onvermijdelijkheid daarvan. Als de Eerste Wereldoorlog niet was uitgebroken, zou er toch geen enkele reden voor de ondergang zijn geweest?

""Het Ottomaanse Rijk kende natuurlijk helemaal geen parlementair systeem, noch werd er enige poging gedaan te luisteren naar de verschillende groepen binnen die samenleving. Maar in het Ottomaanse Rijk was het zelfbewustzijn van die groepen niet ver ontwikkeld. Misschien was het zelfs wel helemaal niet ontwikkeld. Als de Jonge Turken niet zo onbesuisd de Eerste Wereldoorlog waren ingestapt, dan was de zaak mischien nooit in elkaar gestort. Als je naar de staat van dienst van het Ottomaanse Rijk kijkt, dan zie je dat de heersers een heel verstandige houding aannamen tegenover de problemen die al die grote bevolkingsgroepen onder hun beheer opleverden. Alleen als het aankwam op veiligheid waren ze meedogenloos. Maar verder probeerden ze hun uiterste best te doen om hun rijk in kalm vaarwater te manoeuvreren, mee te buigen, te verzoenen.'

U bent kritisch over het vertrek van de Britten uit het Midden-Oosten. U suggereert zelfs dat ze in Jemen, Aden en Irak hadden kunnen blijven. Denkt u echt dat de Britten zich daar hadden kunnen handhaven?

""Wat je kunt zeggen, is dat alles wat is gebeurd, niet onvermijdelijk was. Er was een keus. In het geval van Egypte kwam het breekpunt met de ongeregeldheden van 1919, en toen zijn er grote fouten gemaakt door Britse ambtenaren, door de regeringsvertegenwoordiger Allenby en door sommige van zijn opvolgers. Zij kwamen terecht in een zeer onbestendige situatie, en ze gingen er niet erg kundig mee om. Ze dachten dat deze opstand in 1919 de uitdrukking was van een nationale beweging. Er was een zeer getalenteerd leider, Zaghlul, die probeerde zich inderdaad op te werpen als de belichaming van een nationale beweging. En omdat er veel frustratie en ontevredenheid was, kon hij dat ook worden. Maar er was geen reden om hem dat te laten worden, als er niet een aantal fouten was gemaakt.

""Het resultaat was dat de Britten er ten slotte van overtuigd waren dat er inderdaad een Egyptische nationale beweging was. En wat moet je anders met een nationale beweging dan proberen compromissen te sluiten? Daarmee gaven ze het land in handen van een zeer onrepresentatief groepje mensen die eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd waren in het welzijn van de Egyptische bevolking. Ze waren slechts uit op de zoete vruchten van de macht. Het einde van het liedje was een verschrikkelijke puinhoop, en in die puinhoop was de Egyptische bevolking het belangrijkste slachtoffer. In zoverre kan men de Britse politiek bekritiseren.

""Tijdens het Britse koloniale bewind in Afrika en in Egypte voor 1919, was er dan wel geen representatieve regering, maar ten minste wel zoiets als een Rechtsstaat, een staat waarin recht en orde overeind stonden, en dat was een groot goed voor de gewone man die niets met politiek te maken wil hebben. Mensen in het Midden-Oosten staan veraf van de gedachte dat ze het recht hebben hun stem te verheffen over politieke zaken. Alles wat ze willen, is met rust gelaten te worden. Voor de meerderheid van de bevolking zorgde de Britse heerschappij precies daarvoor. Maar de Britten verknoeiden alles en de lokale bevolking heeft daar enorm onder geleden.'

Moet de conclusie dan zijn dat de Europese idealen die resulteerden in de vrijheid en welvaart voor de Europse volkeren, eenmaal overgenomen door de heersers in het Midden-Oosten hebben geleid tot de armoede en ellende van miljoenen mensen daar?'

""Ik denk dat dat waar is, maar de idealen die in het Midden-Oosten wortel schoten, werden niet opgelegd door Europa. Het was iets dat besmettelijk was. iemand die griep heeft, is niet echt verantwoordelijk voor het feit dat iemand anders met die ziekte wordt aangestoken.'

Elie Kedourie (1926-1992)

Toen Elie Kedourie 29 juni op 66-jarige leeftijd in een ziekenhuis te Washington overleed, verloor de wereld meer dan een groot kenner van het Midden-Oosten. Kedourie was een van de belangrijkste historici van zijn generatie, een geleerde die een enorme kennis paarde aan een onverzettelijke eigenzinnigheid en een passie voor scherpe polemiek. Zijn kritiek was altijd zonder aarzeling en zonder onderscheid des persoons, of het nu de gevierde hoogleraar betrof die zijn dissertatie niet wilde goedkeuren, danwel het Britse ministerie van buitenlandse zaken, dat volgens hem zoveel blunders in het Midden-Oosten had begaan, of zelfs Margaret Thatcher, die hij bewonderde en soms adviseerde, maar die toch niet ontkwam aan zijn dodelijke pen vanwege haar ingrijpende bezuinigingen op het budget van wetenschappelijk onderzoek.

Kedourie werd op 25 januari 1925 geboren in Bagdad, als kind van rijke en vooraanstaande joodse ouders. Zijn wetenschappelijke opleiding kreeg hij tussen 1946 en 1951 aan de London School of Economics (LSE), waar hij onderwijs genoot van Harold Laski en beschermeling werd van Michael Oakeshott. Een promotie-post in Oxford liep uit op een rel toen professor Hamilton Gibb weigerde zijn proefschrift goed te keuren omdat hij het niet eens was met het vernietigende oordeel over de Britse Midden Oosten-politiek. Het lag niet in Kedourie's aard om een duimbreed te wijken, en zonder titel kreeg hij (dank zij Oakeshott) een post aan de LSE, waar hij in 1965 hoogleraar werd tot zijn emeritaat in 1990. De beoogde dissertatie verscheen in 1956 onder de titel England and the Middle East. The Destruction of the Ottoman Empire 1914-1921, en de Britse blik op het Midden-Oosten zou nooit meer dezelfde zijn.

Voor Kedourie werd het een levenstaak de bemoeienis van zijn nieuwe vaderland met het Midden-Oosten genadeloos te fileren. Onder andere in The Chatham House Version (1970) en In the Anglo-Arab Labyrinth (1976) betoogde hij dat de Britse politiek na 1914 was ""gecorrumpeerd' door ""sentimentele en onrealistische schuldgevoelens' van links-liberale oorsprong, hetgeen alleen maar had geleid tot de opkomst van bloeddorstige potentaten zonder dat Engeland durfde in te grijpen. De instabiele situatie in het Midden-Oosten, inclusief de opkomst van het Arabische nationalisme schreef hij op het conto van de incompetentie van de Britse bestuurders (die volgens hem als liberal do-gooders te veel naar compromissen hadden gezocht), en ten dele ook op dat van het Zionistisch nationalisme.

Aan nationalisme had Kedourie een hartgrondige hekel. Hij vond het een xenofobe namaak-religie die onverantwoordelijk grote verwachtingen van de politiek wekte. Bovendien was nationalisme een typische uitvinding van de 19de eeuw, zoals hij misprijzend schreef in zijn Nationalism (1960).

Kedourie was conservatief, zowel in politiek als in moreel en intellectueel opzicht. Zelf beschouwde hij zich graag als realist en bestrijder van wat hij zag als ""de links-liberale consensus'. Hij was een opvallende en gesoigneerde man die leed aan een grondig onvermogen tot luchtige conversatie. In gezelschap stond hij vaak onhandig naar zijn schoenpunten te staren. Zijn colleges waren echter zo vermaard dat meer dan eens hooggeleerde collega's zich als toehoorder inschreven, zoals bij zijn recente voordrachten over "Hegel's Philosophy of Right', de bouwstenen van het boek over de Duitse filosoof dat op stapel stond.

Kedourie was oprichter en (samen met zijn vrouw Sylvia G. Haim) redacteur van het gezaghebbende tijdschrift Middle Eastern Studies, en mede-oprichter en -redacteur van de Cambridge Studies in the History and Theory of Politics. Hij was onder meer een fellow van de British Academy, het Sackler Institute for Advanced Studies van de Universiteit van Tel Aviv, van het Netherlands Institute for Advanced Study te Wassenaar, en van het Woodrow Wilson International Center for Scholars in Washington, waar hij het laatste half jaar werkte.