Westerse oriëntatie Jeltsin staat onder druk van "oorlogspartij'; Het is zeer de vraag of Rusland zich snel een plaats verwerft in het systeem van economisch ontwikkelde landen; De wereld moet ernstig rekening houden met een heroriëntatie van de Russ...

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie moest de Russische president Boris Jeltsin een eigen buitenlandse politiek opzetten. Hij koos, zoals mocht worden verwacht, voor een van alle ideologische elementen ontdane politiek met een Atlantische oriëntatie. De economische hervormingen die hij zich ten doel had gesteld waren in sterke mate afhankelijk van buitenlandse hulp, en als je je hand ophoudt, kun je beter een vriendelijk gezicht opzetten.

“Rusland zal terugkeren naar Europa, waar het al meer dan duizend jaar bij heeft gehoord”, verklaarde Jeltsin vol optimisme op de G-7 top in München. Maar hij heeft er minder gekregen dan waarom hij had gevraagd en de hulp is bovendien gebonden aan stringente voorwaarden, waarvan de uitvoerbaarheid dubieus is.

Zal het Russische leger, dat net goed is begonnen de erfenis van het Sovjet-leger op orde te stellen, bereid zijn zich binnen twee jaar uit de Baltische staten terug te trekken? En met de economische hervormingen van premier Gaidar gaat het niet bepaald voor de wind. Zelfs in de regering gaan stemmen op om gas terug te nemen. Zullen de buitenlandse geldschieters niet zeggen dat het van hun kant dan ook wel wat minder kan?

In dat geval moet wel met een heroriëntatie van de Russische buitenlandse politiek rekening worden gehouden. De eerste aanzetten daartoe zijn trouwens al gedaan. Niet alleen de legerleiding, ook niemand minder dan vice-president Roetskoj en parlementsvoorzitter Chasboelatov hebben gedreigd met Russische interventie in Moldavië en Georgië, en het Russische parlement is hen daarin gevolgd.

Minister van buitenlandse zaken Kozyrev heeft wel zijn stem verheven tegen zulke geluiden, maar hij maakt de indruk met de rug tegen de muur te staan. De legerleiding toonde zich buitengewoon beledigd door zijn waarschuwing voor een nieuwe staatsgreep, maar ook Jeltsin viel zijn minister af: als Kozyrev zo graag het voorbeeld van zijn voorganger Sjevardnadze wil navolgen, zo zei hij, dan moet hij ook maar meteen zijn ontslag indienen.

De formulering van een nieuwe buitenlandse politiek hoeft van Roetskoj niet te worden verwacht. Wie er wel over heeft nagedacht is de Russische staatsadviseur voor politieke zaken Sergej Stankevitsj. Eind maart publiceerde hij in het dagblad Nezavisimaja Gazeta een artikel met de titel “Een mogendheid op zoek naar zichzelf”. Het is een opmerkelijk stuk voor iemand die in de democratische beweging omhoog is gekomen. Stankevitsj is van mening dat het funest zou zijn de Russische buitenlandse politiek alleen te baseren op belangen. Rusland heeft namelijk een “missie” in de wereld, “het initiëren en ondersteunen van een multilaterale dialoog van culturen, beschavingen en staten. Rusland dat verzoent, Rusland dat verenigt, Rusland dat verbindt. Een mogendheid van barmhartigheid, geduldig en open binnen de grenzen die worden gesteld door recht en goede wil, maar dreigend buiten die grenzen”.

Rusland moet volgens Stankevitsj een balans zien te vinden tussen de door zijn ligging bepaalde Westerse (Atlantische) en Oosterse (Euraziatische) oriëntatie. Maar omdat de balans lange tijd is doorgeslagen naar het Westen, moet nu eerst speciale aandacht worden besteed aan de versterking van Ruslands positie in het oosten, in het bijzonder ten opzichte van de Turkse en islamitische wereld.

Het is zeer de vraag of Rusland zich spoedig een volwaardige plaats zal weten te verwerven in het systeem van de economisch ontwikkelde landen in West-Europa, Noord-Amerika, Japan, meent Stankevitsj, en dan zal het voorlopig in het beste geval alleen in de rol van jongste partner zijn. Een betere mogelijkheid vindt hij dat Rusland zich verbindt met landen van een min of meer gelijk niveau als India, China, enkele Zuidoostaziatische en Latijnsamerikaanse landen, Turkije, Griekenland.

Van praktisch-politieke betekenis is vooral wat Stankevitsj te zeggen heeft over de relatie tussen Rusland en de andere voormalige Sovjet-republieken, nu onafhankelijke staten. Rusland moet zich het lot van de 25 miljoen Russen buiten zijn grenzen aantrekken, de rechten verdedigen van de bevolking die etnisch verbonden is met Rusland. Stankevitsj ziet daarin geen inmenging in de binnenlandse zaken van de onafhankelijke staten. In enkele voormalige Sovjet-republieken vindt volgens hem een activering van de nationalistische krachten plaats. De Russische minderheden worden er gediscrimineerd, Stankevitsj spreekt van een “regime van apartheid” en op een andere plaats zelfs van “nationaal-fascisme”.

Hij heeft daarbij in het bijzonder de Baltische landen, Moldavië en Georgië op het oog (al gaat het in het laatste geval niet eens om Russen, maar om Osseten). “Rusland heeft niet het morele recht passief toe te kijken. Onze ambassades en ons ministerie van buitenlandse zaken moeten direct reageren op elke discriminatie van de Russische bevolking of het Russische erfgoed.” Een dergelijke politiek heeft volgens Stankevitsj niets gemeen met imperialisme. Er is integendeel sprake van een “voor Rusland wettig en natuurlijk streven naar het opruimen van conflicten, naar het harmoniseren van de betrekkingen op het territorium van de voormalige USSR, waarbij Rusland onveranderlijk de kant kiest van hen die onverdiend gekrenkt en ten onrechte vervolgd worden”. “Het is tijd voor Rusland om een hardere toon aan te slaan dan tot nu toe.”

Het valt in te zien dat Rusland verantwoordelijkheid voelt voor de Russen buiten de grenzen. Helaas ligt de zaak gecompliceerder. In de Sovjet-periode waren de andere republieken sterk gerussificeerd. Zo was Russisch, niet onbegrijpelijk, de lingua franca. Dat de andere nationaliteiten nu hun eigen stempel willen drukken op hun nieuwe onfhankelijke staten is ook begrijpelijk. Als de Russen daarbij een stapje terug moeten doen is dat nog niet direct hetzelfde als discriminatie. De andere partij is natuurlijk net zo min heilig, maar de Russische minderheden in de andere republieken vormen troebel viswater. Met interventie kun je dan beter uiterst terughoudend zijn. De gevolgen zijn immers niet te overzien.

Dat is echter niet de houding van wat Kozyrev de "oorlogspartij' in Rusland heeft genoemd. Generaal Lebed van het Veertiende Leger heeft de leiders van Moldavië al uitgemaakt voor “fascisten”. “Het is tijd om ons te gaan gedragen als een grote mogendheid”, zo heeft hij verklaard. Ook onder politieke leiders is deze houding wijdverbreid. Alleen Kozyrev geeft nog tegengas. Van Stankevitsj kan dat moeilijk worden gezegd.

De patriotten zitten in de lift in Rusland. Zij drukken steeds meer hun stempel op de binnenlandse politiek. De Russische buitenlandse politiek volgens het recept van Stankevitsj moet hun zeer aanspreken. Het buitenland moet dan ook ernstig rekening houden met een heroriëntatie van de Russische buitenlandse politiek in deze richting.