Strakke broek en zakenlui onontbeerlijk voor popgroep

Onrust in de Nederpop. Zondag, Ned.2, 20.14-22.14u.

"Nederland o Nederland, jij klein koud kaal kolereland" zong Jan Cremer in 1967, en veel Nederlandse popmuzikanten galmen hem na. "Nederland is een carnavalsland," stelt bassist Peter Vink van beatgroep Q65 in een bijna avondvullende aflevering van VPRO's Onrust "waar oubollige muziek leuk wordt gevonden." Gelukkig bewijst de muziek het tegendeel, want de vertoonde livefragmenten van The Scene, Urban Dance Squad, Golden Earring, De Dijk, East Meets West, Claw Boys Claw en Hans Dulfers Reflud schetsen een heel wat positiever beeld. Voor deze afscheidsuitzending kon Onrust putten uit een indrukwekkend beeldarchief, dat eens te meer aantoont hoe dicht de programmamakers in de afgelopen jaren op het vuur zaten. Zo werd de opruiende Nederlandstalige rap van de Osdorp Posse in een pril stadium op het scherm gebracht, lang voordat er een plaat uit was van hun controversi[e]le scheldkannonades. Er is ruime aandacht voor de recente opkomst en ondergang van de house-muziek, maar ook veteranen als gitarist Jan Akkerman en Golden Earring-zanger Barry Hay komen aan bod. Het valt niet mee om in Nederland je brood te verdienen als popmuzikant, waarschuwt Hay, die realistisch genoeg is om in te zien dat zelfs de beste popgroep afhankelijk is van de zakenmensen achter de schermen. "Zorg dat je strakke broeken draagt," vat hij de essentie van rock & roll samen. Zijn bijdrage is beduidend luchtiger dan die van een verbitterde Henny Vrienten, die meent dat de Nederpop getypeerd wordt door de kleinschaligheid "die maakt dat je niet weg kunt." Hij verwijt de Nederlandse popmuzikant een gebrek aan gedrevenheid, terwijl hij zelf genoegen neemt met een onopvallende plaats in het showorkest The Magnificent Seven. Eigenlijk zouden zeurpieten als Vink en Vrienten beter hun mond kunnen houden, want een spetterende jamsessie van de muzikale beestenbende Claw Boys Claw met de nog altijd fenomenale Brainbox-zanger Kaz Lux zegt meer over het bestaansrecht van de Nederpop dan duizend woorden.

Een portret van de zwijgende striptekenaar Peter Pontiac komt in dit verband enigszins uit de lucht vallen, onder het mom dat Pontiac verschillende generaties van Nederlandse popmuzikanten aan zich voorbij heeft zien trekken. Bij elkaar levert het niettemin twee uur prachtige televisie op, waarin zelfs voormalig Top Pop-presentator Ad Visser zijn eeuwig jonge [baby face] laat zien.