Stijl van zakendoen van Lonrho's topman sluit slecht aan bij democratisering; Afrika laat "Tiny' Rowland vallen

Donkere wolken pakken zich samen boven de Britse multinational Lonrho. Het concern van Roland "Tiny' Rowland maakte vorige week een winstverlies bekend van 65 procent. Behalve van de algehele malaise in de wereldeconomie en tal van schandalen heeft Rowland last van het nieuwe democratische klimaat in Afrika. Een portret van de meest controversiële buitenlandse zakenman van het Afrikaanse continent.

NAIROBI, 11 JULI. “Er zijn mensen die zich opwerpen als de voogden van Afrika, zoals Tiny Rowland”, zei de voormalige Soedanese premier Sadik el Mahdi eens spottend over de topman van Lonrho. Hij beschuldigde de 73-jarige Rowland ervan samen met Kenia Soedan te destabiliseren.

Roland "Tiny' Rowland staat in Afrika bekend als een zakenman en politicus, en vooral als een opportunistisch politicus. Zijn fijne neus voor financiële gelegenheden, zijn visie en zijn durf maakten van Rowland de meest bekende, de meest ondernemende en de meest controversiële buitenlandse zakenman in Afrika.

In presidentiële paleizen was hij een veel geziene gast. Bovendien kweekte hij goede relaties met toekomstige staatshoofden door hand- en spandiensten te verlenen aan guerrilla-bewegingen. Menig Europese minister ontbrak het aan grote invloed zoals Rowland die kon uitoefenen op het Afrikaanse politieke toneel. Begin jaren tachtig landde hij onaangekondigd in zijn privé-vliegtuig in Nairobi, hij overreedde zijn "vriend' president Moi met hem mee te vliegen naar Khartoum om daar zijn "vriend' Numeiry te ontmoeten. Zo poogde de Britse zakenman eigenhandig te bemiddelen tussen Kenia en Soedan, landen waarin hij grote belangen had.

Toen in 1973 binnen Lonrho pogingen werden ondernomen Rowland te wippen kwam zijn "vriend' Kaunda hem te hulp. De Zambiaanse president dreigde dat Lonrho Zambia zou worden uitgezet als Rowland zou verdwijnen. Afgelopen weekeinde nam Rowland deel aan topoverleg in Gabarone tussen de Zimbabweaanse president Mugabe en de Botswaanse leider Masire over de oorlog in Mozambique. Rowland probeert met hulp van Mugabe een bijeenkomst te organiseren tussen de Mozambikaanse president Chissano en Renamo-rebellenleider Dhlakama in de hoop dat zo'n ontmoeting tot een bestand zal leiden in de burgeroorlog.

Lonrho was een van de eerste bedrijven die in Mozambique ging investeren nadat eind jaren tachtig de regering haar socialistische beleid had afgezworen. Rowland nam daarmee grote risico's, zijn theeplantages in Mozambique dienen door speciaal getrainde veiligheidstroepen te worden bewaakt tegen aanvallen van Renamo. Rowland onderhoudt contacten met zowel het Mozambikaanse bewind als met de rebellen.

Rowland informele netwerk van staatshoofden, guerrillaleiders en zakenlui in Afrika is de laatste jaren gestadig afgebrokkeld. Zijn stijl van zakendoen en politieke gunsten winnen blijkt beter aan te sluiten op een dictatoriaal bestuurd Afrika dan op het huidige Afrika waar democratisering het wachtwoord is geworden. Oude kameraden van hem als de presidenten Kaunda, Obote en Numeiry werden weggevaagd, Machel overleed, Banda dreigt elk moment te vallen en met Moi bestaan onenigheden. De Oegandese guerrillaleider Museveni kwam beloftes gedaan tijdens zijn tijd in de bush niet na, toen hij eenmaal president was geworden kreeg Rowland niet de toegezegde belangen in grootschalige landbouwprojecten. Rebellenleider Jonas Savimbi moet later dit jaar, wanneer Angola naar de stembus gaat, de jarenlange investeringen van Rowland in Unita nog waarmaken. Zijn steun voor Soedans opstandelingenleider John Garang bleek onlangs, toen diens verzetsorganisatie in twee facties uiteenviel, weinig dividend te hebben opgeleverd. Rowland verleent inmiddels hulp aan de leider van de afgesplitste factie onder leiding van Lam Akol.

Rowland begon met de opbouw van zijn rijk in de jaren vijftig met agrarische activiteiten in het toenmalige Rhodesië, vandaar de naam Lonrho: London/ Rhodesië. Hoewel hij de meeste aandacht trok met zijn activiteiten in zwart Afrika kwam het zwaartepunt van investeringen te liggen in het verguisde Zuid-Afrika waar hij investeerde in de mijnbouw. Met zijn persoonlijke en onconventionele manier van zakendoen bouwde hij in vijftien Afrikaanse staten grote economische belangen op. Zijn meest gedurfde project was vermoedelijk de aanleg, dertig jaar geleden, van een oliepijplijn van de Mozambikaanse havenstad Beira naar de Zimbabweaanse grensplaats Mutare. Verder is hij actief in mijnbouw, landbouw, veeteelt, textiel, produktie van auto's en toerisme.

Rowlands bemoeienissen met de media blijken uiterst controversieel. Het Keniase dagblad The Standard behoort tot zijn bezittingen, evenals de Britse zondagskrant The Observer. In de tijden van zijn vriendschap met president Moi stelde The Standard zich uiterst pro-regering op en Mois zoon Mark Too werd hoofd van Lonrho-Kenia. In tegenstelling tot andere Britse kranten publiceerde The Observer zelden kritische woorden over het Keniase regime. Totdat Rowland in een zakelijke conflict verwikkeld raakte met Mois meest naaste adviseur Nicolas Biwott. Moi liet Rowland vallen, waarop Rowland hetzelfde deed met Moi. In The Observer verschenen bijtende artikelen over corruptie in Keniase regeringskringen. The Standard behoort inmiddels tot de meest kritische kranten van Kenia, Mark Too raakte zijn functie bij Lonrho-Kenia kwijt.

Zestig procent van Lonrho's wereldwijde belangen liggen in Afrika bezuiden de Sahara. Hiervan leveren de aandelen in de Zuidafrikaanse mijnbouw en die in de Ashanti goudvelden in Ghana de meeste winst op. Sinds begin jaren tachtig verkoopt Rowland elders in de wereld onderdelen van zijn conglomeraat, maar niet in Afrika. Gebrek aan harde valuta en mogelijk ook wegens een kwestie van eer voor Rowland persoonlijk, maken dit onmogelijk. In Zimbabwe bijvoorbeeld, waar Lonrho de grootste werkgever van het land is, blijkt het uiterst moeilijk harde valtua het land uit te krijgen. Rowland kan dus niet alleen zijn winst niet uit Afrika naar London overbrengen, verkopen kan hij ook niet.

In die zin weerspiegelt Afrika's economische malaise zich in de slechte resultaten van Lonrho. De voortdurende lage prijzen voor grondstoffen en de ondragelijke schuldenlast hebben Afrika's economieën gemarginaliseerd in de wereld. Hetzelfde dreigt met Lonrho te gebeuren. De donkere wolken aan de horizon van het Britse bedrijf zullen echter niet wegtrekken na een verbetering van Afrika's economieën. Rowlands stijl van zakendoen past niet in het nieuwe Afrika. Bovendien maakt zijn hoge leeftijd lange en vermoeiende safari's over het Afrikaanse continent moeilijk. In 1985 zei Rowland nog 25 jaar hoofd van Lonrho te willen blijven, een uitlating die na het dramatisch dalen van de winsten in de afgelopen jaren steeds twijfelachtiger is geworden.