Rotterdam bouwt een drijvend botenmuseum

ROTTERDAM, 11 JULI. Met het geoefend oog van een scheepsarcheoloog zijn ze nog wel te vinden. Een papyrusboot aan de boord van het Titicacameer in Bolivia, een traditionele boomstamkano langs de Australische kust of een half vergane vlerkprauw langs een modderige oever in Indonesië.

Dertien jaar na de oprichting heeft de Stichting Schepen uit Verre Landen in Rotterdam een haven gevonden waarin een exotische collectie van inmiddels 46 scheepjes kan worden geëxposeerd. De Rotterdamse gemeenteraad gaf begin deze maand toestemming voor de bouw van een drijvend museum in de Wijnhaven. Het nieuwe museum, dat volgende zomer wordt geopend, zal bestaan uit vijf aaneengeschakelde Amerikaanse duwbakken die over een lengte van 110 meter langs de kade komen te liggen.

“Overal in de wereld zijn traditionele schepen als papyrusboten, rietboten en met huiden bespannen kano's aan het verdwijnen”, zegt scheepsarcheoloog G.D. van der Heide. “Daarmee verdwijnt tevens de kennis van het maken van deze scheepjes.” Een aantal Rotterdamse journalisten besloot daarom aan het einde van de jaren zeventig een verzameling aan te leggen om deze traditionele vaartuigen te bewaren.

Behalve een aaatal visserscheepjes dat langs de kusten van Zuid-Amerika, Afrika en het Verre Oosten wordt gebruikt - het kleinste is een rond, Vietnamees mandbootje met een doorsnede van iets meer dan een meter - beschikt de stichting over enkele grotere exemplaren. Een houten walvisjager uit de Azoren is een van de pronkstukken, omdat dit type schepen vrijwel niet meer bestaat. Het schip is ooit cadeau gedaan door een rederij. Volgens secretaris P. Egge zou het schip “nu nooit meer het land uitkomen omdat het tot het nationale erfgoed behoort.”

Twee jonken uit China en Vietnam geven een idee van de omstandigheden waaronder bootvluchtelingen hun land achter zich lieten. De porceleinen rijstkommetjes, wat bestek en een paar vismanden zijn de stille getuigen van een maandenlange zeereis van de Chinese jonk. Een passerend vrachtschip van Nedlloyd pikte de zestien uitgeputte vluchtelingen op, hees het iele bootje uit zee en schonk de boot na thuiskomst aan de Rotterdamse stichting.

Het aantrekken van museumstukken is voor de stichting geen probleem. Integendeel, tegenwoordig moet de boot worden afgehouden. Veel bevriende reders en ambassades wachten met hun schenkingen totdat het museum is geopend.