Primeur dagboeken van Goebbels gekaapt

Het Instituut voor hedendaagse geschiedenis in München probeert te verhinderen dat de Britse rechts-radicale historicus David Irving en het blad The Sunday Times publiceren uit de dagboeken van Joseph Goebbels, die in een Moskous archief zouden zijn gevonden, maar het heeft daarvoor een bijzondere strategie gekozen. Gisteren publiceerde een andere Britse krant, The Daily Mail, acht pagina's met vermeende dagboekteksten, die het van het Münchense instituut gekregen zou hebben.

De Moskouse teksten zijn glasplaatkopieën. Volgens de Mail heeft het instituut een deel van de originele teksten op papier twee jaar geleden van Oost-Duitsland gekregen.

Het instituut beroept zich erop dat het vorige maand een overeenkomst met het Russische Comité voor archiefzaken heeft gesloten op grond waarvan anderen niets over de dagboeken van Goebbels mogen publiceren, totdat het instituut zijn voorgenomen publikaties daarover voltooid heeft. The Sunday Times zou komende zondag het eerste deel van de transcriptie van Goebbels' handschrift publiceren.

Over het Osoby Archiv (Speciaal Archief) in Moskou waar Irving de afgelopen weken onderzoek heeft gedaan, is in maart van dit jaar onder meer in deze krant bericht dat zich daar vermoedelijk Goebbels' dagboeken zouden bevinden. Bij het instituut in München was dat al eerder bekend. Sinds de mislukte staatsgreep in de Sovjet-Unie in 1991 en de val van de communistische partij is het materiaal in het Moskouse archief ook vrij voor buitenlandse onderzoekers.

Het archief was tot februari 1990 geheim. Toen in 1945 Berlijn onder vuur kwam te liggen, werden Duitse archieven naar Silezië en Tsjechoslowakije overgebracht. Daar vandaan werden ze als oorlogsbuit naar Moskou getransporteerd en opgeborgen in het zogeheten "speciale archief' dat nu nog uit 4,7 miljoen dossiers bestaat. Daaronder zijn zowel stukken van Duitse staats-en partijinstellingen, van de Wehrmacht en van de SS (bijvoorbeeld de administratie van het vernietigingskamp Auschwitz) alsook Hitlers gastenboek, de Rosenberg-collectie en de dagboeken van Goebbels, vastgelegd in microkopieën op glasplaten.

Het archief bevat ook andere - door de Duitsers tijdens de oorlog geroofde - collecties, zoals dat van de Franse staatsveiligheidsdienst Surêté en uit Nederland defensie-archieven en joodse collecties. Binnenkort gaat een aanzienlijk deel daarvan naar Nederland terug. Dat het buitenland archiefmateriaal terugkrijgt, vindt archiefdirecteur Bondarev vanzelfsprekend, maar “aan de vroegere vijand” zou hij het materiaal liever willen onthouden, zo verklaarde hij onlangs tegenover NRC Handelsblad.

Het optreden van David Irving en diens onderzoek naar de Goebbels-dagboeken is een pijnlijke zaak voor het Moskouse archief. De archiefbeheerders zouden niet op de hoogte zijn geweest van Irvings rechts-radicale opvattingen en diens pogingen Hitler te rehabiliteren. Volgens de archieffunctionaris Vladimir Tarasov hebben The Sunday Times en Irving “vuil spel” gespeeld en is het onzeker of Irving mag doorgaan met de transcriptie van Goebbels' dagboeken.

Volgens de Britse auteur Grill Seidel die tal van werken over de extreem-rechtse beweging in Engeland op haar naam heeft staan, heeft Irvings werk “niets van het ordinaire racisme” dat vele revisionistische pamfletten kenmerkt, maar staat hij bekend als iemand die op een vernuftige manier Hitler probeert te rehabiliteren door vol te houden dat hij niet op de hoogte was van de holocaust.

Verder meent Irving dat voor het bestaan van gaskamers in concentratiekampen geen enkel bewijs valt te leveren. In 1975 trok Irving de echtheid van de dagboeken van Anne Frank in twijfel. Daarover aangeklaagd door Otto Frank nam hij zijn beweringen terug. Omdat hij die echter al gepubliceerd had en zijn boek niet tijdig genoeg uit de handel genomen kon worden, moesten hij en zijn uitgever in 1976 tienduizend mark smartegeld betalen aan de Anne Frankstichting in Amsterdam.

Van de dagboeken die Hitlers propagandaminister Goebbels van 1924 tot 1945 heeft geschreven, is ongeveer driekwart al gepubliceerd. Vooral dr. Elke Fröhlich van het Instituut voor hedendaagse geschiedenis in München heeft op dat gebied veel werk verzet. Bij de verschijning van de door haar geredigeerde Tagebücher von Joseph Goebbels in 1987 werd aangekondigd dat van haar hand nog zes afsluitende delen zouden volgen. De Utrechtse hoogleraar geschiedenis H.W. von der Dunk kwalificeerde de toen gepubliceerde dagboeken van de - van literaire ambities vervulde - Goebbels als een poging tot zelfbevestiging zonder sensationele onthullingen. Ook van Goebbels nog ongepubliceerde dagboekgedeelten wordt niet verwacht dat die veel nieuws aan het licht zullen brengen. Bovendien was het manipuleren van feiten een tweede natuur van de auteur. De Britse historicus Peter Patfield heeft Goebbels teksten voor de BBC-radio “Derde Rijk-propaganda vanuit het graf” genoemd.

De dagboekfragmenten die The Daily Mail gisteren voor het eerst publiceerde zijn geschreven in 1944, kort na de mislukte aanslag op Hitler. Goebbels schrijft onder meer zich “sterk genoeg” te voelen om “het dictatorschap” van hem over te nemen. In nieuwe afleveringen zal de Mail Goebbels visie geven op het akkoord van München, het niet-aanvalsverdrag dat Hitler en Stalin sloten, het uitbreken van de oorlog en de geallieerde invasie in Normandië.